Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Psycho-educatie, een belangrijke eerste stap in de behandeling van ADHD

Onlangs kwam het nieuwe psycho-educatieprotocol Mijn ID van ADHD bij BSL uit. GZ-psychologen Marleen Derkman en Sascha Roos schreven het samen met orthopedagoog Emilie van Tetering.
MIjn ID van ADHD

Psycho-educatie en ADHD

Psycho-educatie is een belangrijke eerste stap in de behandeling van ADHD. In het algemeen geldt dat het zo belangrijk is (en volgens de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst, WGBO, vereist) omdat patiënten geïnformeerd dienen te worden over de classificatie en de behandelmogelijkheden.

Wat er in de psycho-educatie wel of niet behandeld wordt, blijkt per organisatie echter te verschillen, zo geven de schrijfsters aan. ‘Het gevolg is dat kinderen, jongeren en hun ouders informatie krijgen afhankelijk van wie de psycho-educatie geeft. Om meer uniformiteit in de psycho-educatie over ADHD te krijgen, zijn in dit protocol en werkboek de onderwerpen uitgewerkt die tenminste aan bod zouden moeten komen.’   

Het protocol bestaat uit een handleiding die behandelaren kunnen gebruiken om kinderen, jongeren en hun omgeving op gestandaardiseerde wijze uitleg geven over ADHD, en uit een uitgebreide en concrete uitwerking van de psycho-educatie gericht op kinderen/jongeren, hun ouders en onderwijsprofessionals. Hiermee heeft de behandelaar een compleet en op elkaar afgestemd psycho-educatieprogramma in handen. Het bijbehorende werkboek ‘Mijn ID van ADHD’ is geschreven voor kinderen (8 t/m 12 jaar) en jongeren (13 tot 18 jaar) met ADHD.

Uitleg aan jonge kinderen

In de GGZ-zorgstandaard van ADHD is psycho-educatie pas opgenomen bij jongeren vanaf 12 jaar. Bij jonge kinderen wordt deze informatie vaak aan de ouders gegeven. Bij dit protocol hoort echter ook een werkboek. Waarom is dat belangrijk?

‘In de praktijk blijkt dat kinderen jonger dan 12 jaar ook regelmatig vragen kunnen hebben en/of dat ouders graag willen dat aan hun kinderen wordt uitgelegd wat ADHD inhoudt. Daarom hebben we voor kinderen (8 t/m 11 jaar) ook een werkboek gemaakt. Het blijft echter van belang om, met name bij jonge kinderen, goed af te wegen of de voordelen van psycho-educatie opwegen tegen de eventuele nadelen (zoals stigmatisering).’

Betrokkenheid van ouders en school

Tevens benadrukken de schrijfsters het belang van psycho-educatie aan de ouders en verdere omgeving, zodat zij begrijpen wat het kind moeilijk vindt en hoe ze dit kind het beste kunnen ondersteunen om zo min mogelijk last te ondervinden van de aandachtsproblemen, hyperactiviteit en/of impulsiviteit.

‘Het is heel belangrijk om de omgeving van een kind of jongere te betrekken in de behandeling van ADHD, omdat vaak het begrip van en de aanpassingen in hun omgeving zorgen voor een verlichting van de klachten. We hebben in de handleiding op verschillende manieren aandacht besteed aan het betrekken van ouders en school bij de psycho-educatie’.

Zo wordt in hoofdstuk 5 de psycho-educatie aan ouders uitgewerkt. Deze sluit in opzet, inhoud en opdrachten aan bij het werkboek voor kinderen en jongeren. Op die manier is het voor de behandelaar makkelijk om de psycho-educatie aan kinderen/jongeren en hun ouders op elkaar af te stemmen.

Daarnaast wordt in hoofdstuk 6 besproken hoe de psycho-educatie middels het werkboek ‘Mijn ID van ADHD’ het beste gegeven kan worden. Hierin staan ook tips om ouders (en school) te betrekken bij de psycho-educatie. Het zal afhangen van o.a. de leeftijd van een kind op welke wijze en hoe intensief ouders bij de psycho-educatie betrokken worden. Dit kan variëren van een gehele sessie aanwezig zijn, een gedeelte van de sessie aansluiten tot een terugkoppeling via een kind of jongere ontvangen.

Wat betreft het betrekken van school, is het de ervaring van de schrijfsters dat er verschillen bestaan tussen scholen in hun kennis over ADHD. Hoewel het belangrijk is om de school van een kind bij de psycho-educatie te betrekken, kan het per keer verschillen hoeveel informatie en uitleg er nodig is. In hoofdstuk 7 krijgt de behandelaar verschillende tips en handelingsadviezen die meegenomen kunnen worden in de psycho-educatie naar school en afgestemd kunnen worden op de vragen en behoeften van de betreffende school.’

Psycho-educatie in plaats van medicatie?

‘Dat hangt samen met o.a. de ernst van het ADHD-gedrag en of er al dan niet sprake is van comorbide problematiek. Bij sommige kinderen of jongeren zal uitleg over ADHD en het geven van de eerste handelingsadviezen aan hen en hun omgeving voldoende zijn om de klachten te doen afnemen. In deze gevallen is psycho-educatie een voldoende behandelaanbod. Als psycho-educatie oniet voldoende blijkt te zijn, raadt de GGZ-zorgstandaard aan om een ouder- en/of leerkrachttraining in te zetten en eventueel een CGT/vaardigheidstraining voor een jongere zelf. Als ook dit onvoldoende helpt en/of de ADHD-klachten zijn te ernstig, dan kan een combinatie van behandelingen en/of medicatie overwogen worden.’

Casus: de kracht van ‘Mijn ID van ADHD’

Thijs is een 14-jarige jongen met forse boze buien die thuis voor veel strijd zorgen. Hij doet op school goed zijn best, maar het kost hem veel moeite om zijn aandacht bij de les te houden. Zodra hij thuis komt is hij moe, gooit hij zijn schooltas in de hoek van de kamer en gaat naar buiten om te steppen, te voetballen of te basketballen met vrienden. Als zijn ouders hem erop wijzen dat hij nog schoolwerk moet maken, wordt hij boos met ruzie tot gevolg. Als hij wel huiswerk maakt en lang stil heeft gezeten, wil hij vervolgens alleen maar rondjes lopen door de kamer en begint hij ratelend allerlei verhalen te vertellen. Na uitgebreide diagnostiek wordt de classificatie ADHD gesteld en psycho-educatie volgt. Ouders volgen drie groepsgewijze psycho-educatie bijeenkomsten, in gesprek met de mentor wordt uitleg gegeven over ADHD en Thijs doorloopt samen met zijn behandelaar het werkboek ‘Mijn ID van ADHD’. Zowel Thijs als zijn ouders herkennen veel ADHD-gedrag bij Thijs. Voor Thijs zorgt dit voor begrip van zichzelf; hij snapt dat het voor hem moeilijk is om zijn aandacht bij school te houden en stil te zitten en leert ook wat hem hierbij kan helpen. Dit alles vult hij in op zijn ID-kaart over ADHD, die hij ook aan ouders en school kan laten zien. Ouders zien door de psycho-educatie in dat ze te veel van Thijs vragen en dat zijn gedrag geen onwil is, maar onmacht. Samen met Thijs en met school maken ze aanpassingen, waardoor de schoolgang voor Thijs leuker wordt en beter gaat, en waardoor de strijd thuis vermindert. Er blijkt na psycho-educatie geen verdere behandeling voor Thijs of ouders nodig.

Over de schrijfsters

Marleen Derkman is GZ-psycholoog en in 2011 gepromoveerd op het onderwerp broer/zusrelaties in de adolescentie. Ze werkt sindsdien in de kinder- en jeugdpsychiatrie en heeft affiniteit met zowel de diagnostiek als de behandeling van kinderen en jongeren met een verscheidenheid aan psychiatrische problemen. Ze geeft individuele behandelingen (o.a. CGT, EMDR, ouderbegeleidingen) en heeft ook ervaring met het groepsgewijs behandelaanbod (o.a. psycho-educatie (ouder)groepen, gedragstherapeutische oudergroep).

Sascha Roos is GZ-psycholoog en cognitief gedragstherapeut VGCt. Sascha heeft als specialisatie (neuropsychologische) diagnostiek. Naast haar werk in de kinder- en jeugdpsychiatrie is ze  specialistisch ondersteuner in een huisartsenpraktijk. Ze is o.a. EMDR geschoold en in opleiding tot mindfulness parenting trainer. Zij geeft zowel individuele als groepsbehandelingen (o.a. CGT, systemische ouderbegeleiding, psycho-educatie (ouder)groepen, gedragstherapeutische oudergroep en mindful parenting oudergroep).

Emilie van Tetering is orthopedagoog en cognitief gedragstherapeut VGCt i.o.. Ze voert diagnostiek en diverse individuele behandelingen uit (PRT, CGT, psycho-educatie en ouderbegeleiding). Ook geeft ze psycho-educatie aan ouders en broers en zussen. Naast haar klinische werk is Emilie bezig met haar promotieonderzoek naar het effect van een leefstijlbehandeling bij kinderen met psychische problematiek en leefstijlproblemen.

Alle drie werken ze bij Karakter kinder- en jeugdpsychiatrie Universitair Centrum te Nijmegen binnen de TOPGGz gecertificeerde zorglijn Autisme-ADHD (neurobiologische ontwikkelingsstoornissen).