Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Zonder ‘exposure’ kunnen we niets leren, maar de relatie komt eerst

Bij de behandeling van angststoornissen is exposure de ‘gouden standaard'. Maar met exposure alleen redden we het niet, betoogt KAP-redacteur Gertjan van Hinsberg. Wat eraan vooraf gaat, is de veilige relatie.
Illustratie: Jedi Noordegraaf
Exposure geldt als kroonjuweel van de gedragstherapie. En dat is niet zo vreemd, om te leren is exposure (blootstelling) tenslotte een noodzakelijke voorwaarde. Mensen kunnen bijvoorbeeld niet leren rekenen zonder blootgesteld te worden aan iets wat lijkt op een rekensom. De wijze waarop mensen leren en wat ze leren is echter niet alleen afhankelijk van datgene waaraan ze worden blootgesteld. Als kinderen regelmatig aan een voor hen emotioneel nog niet beladen rekensom worden blootgesteld, zullen ze wennen (habitueren aan de som). Om iets meer te leren, zijn instructies of ideeën nodig met betrekking tot de te verrichten handeling; een voorbeeld bijvoorbeeld, of een te verwachten uitkomst. Daarnaast helpt het als de omgeving niet te afleidend is. En ook niet te onveilig, want dan ontstaat spanning, wat het nadenken en onthouden verstoort. Wat geleerd wordt, moet bovendien aansluiten bij wat tot dan toe geleerd is én haalbaar zijn. Iets ont-leren kan niet; er kan slechts bijgeleerd worden. Mensen leren iets zelf, maar doen dat niet alleen.
In therapie staat leren ook centraal; met name leren over en van gevoelens en ervaringen. Behandelaren hebben lang niet altijd iets geleerd over exposure volgens de gedragstherapeutische regels. Wel hebben ze geleerd dat de relatie met de cliënt belangrijk is. De therapeutische relatie is zelfs de meest werkzame non-specifieke effectieve therapeutische factor. Voor een goede relatie is het belangrijk dat de cliënt zich gevalideerd voelt in wat hij voelt en ervaart, dat de behandelaar aansluit bij wat de cliënt belangrijk vindt en bij wat de cliënt hoopt dat er anders wordt. Minder angstig zijn bijvoorbeeld.

Vertrouwen

Angst is de mens aangeboren, met als functie te waarschuwen voor gevaar. Er treedt een verhoogde spanning op die mensen (en dieren trouwens ook) in staat stelt zonder na te denken te vluchten of vechten. Ook ‘bevriezen’ is een optimale voorbereiding om, als dat onvoldoende effect heeft, alsnog te kunnen vluchten of vechten. Bij angst ligt bevriezen en vluchten meer voor de hand dan vechten. De vraag is waar naartoe. Een antwoord op die vraag biedt de hechtingstheorie. Het tegenovergestelde van angst is namelijk niet moed, maar vertrouwen.
Hechtingzoekend gedrag is, net als angst, aangeboren bij mens en dier. Bij toenemende angst en spanning zoekt het jonge kind toenadering tot de vertrouwde hechtingsfiguur. Vanuit de vertrouwde hechtingsfiguur leert het de wereld ontdekken en het zoekt die hechtingsfiguur automatisch op als de spanning te groot wordt. Bij een teveel aan
Premium


    Al abonnee? Log dan in