Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Exposure bij angststoornissen begint bij jezelf

Exposure wordt in de praktijk nog weinig toegepast bij de behandeling van angststoornissen. Dit komt onder meer door angst of onzekerheid van de behandelaar. Hoe pak je je eigen belemmerende overtuigingen aan en vergroot je je motivatie om exposure-therapie in te zetten?
foto: Aleid Denier van der Gon
Angststoornissen horen wereldwijd tot de meest voorkomende psychische aandoeningen bij kinderen en jongeren (Sacco et al., 2024). Naar schatting voldoet 15 tot 20 procent van de jongeren vóór hun achttiende levensjaar op enig moment aan de criteria voor een angststoornis (Beesdo et al., 2009). Zonder adequate behandeling kennen angststoornissen vaak een persisterend beloop en kunnen klachten verergeren of overgaan in andere psychische problemen (Marcks et al., 2011; Scott et al., 2022), wat het dagelijks functioneren en de ontwikkeling negatief kan beïnvloeden.

Er is steeds meer bewijs dat binnen cognitieve gedragstherapie (CGT) voor angststoornissen exposure het meest effectief is, vergeleken met andere behandelonderdelen, zoals ontspanningsoefeningen of cognitieve herstructurering (Bilek et al., 2025; Whiteside et al., 2020). Bij exposure worden cliënten herhaaldelijk geconfronteerd met angstige situaties, gedachten of lichamelijke sensaties, zonder deze te vermijden of te neutraliseren. Deze angstige prikkels kunnen zowel extern zijn – bijvoorbeeld sociale situaties, dieren of specifieke plekken – als intern, zoals lichamelijke sensaties, emoties, gedachten of herinneringen. De vorm van exposure kan verschillen: direct in de situatie (in vivo), in gedachten of beelden (imaginair), via lichamelijke sensaties (interoceptief) of met behulp van virtuele realiteit (Benito et al., 2024). Het doel van exposure is dat cliënten ervaren dat de gevreesde gevolgen uitblijven en dat ze hun angst beter leren reguleren. Exposure kan dan ook worden beschouwd als de ‘gouden standaard’ in de behandeling van angst en geldt in de richtlijnen als voorkeursbehandeling. Daarbij blijkt dat hoe meer tijd aan exposure wordt besteed, des te sterker de behandeluitkomsten; (Peris et al., 2017; Whiteside et al., 2020).

Angstladder

Traditioneel werd exposure vaak vormgegeven met een angstladder, waarbij situaties van ‘minst’ naar ‘meest spannend’ werden geordend en stapsgewijs geoefend. Inmiddels is bekend dat zo’n vaste opbouw niet noodzakelijk is. Steeds van makkelijk naar moeilijk gaan kan zelfs onbedoeld de boodschap geven dat de moeilijkere situaties gevaarlijk zijn of dat het kind er nog niet aan toe is. Dat botst met het doel van exposure: ontdekken dat de situatie minder bedreigend is dan gedacht én dat je er beter tegen kunt dan je vooraf verwachtte. Daarom kunnen ook eerder in het traject moeilijkere oefeningen worden ingezet en kan er losser worden omgaan met de volgorde. Bij kinderen kan dit speels worden aangepakt, bijvoorbeeld door oefeningen op kaartjes te zetten en er een te trekken, of met een dobbelsteen te bepalen waar je start. Dit betekent natuurlijk niet
Premium


    Al abonnee? Log dan in