Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Selectief mutisme symptoom van angststoornis

Online redactie
Online redactie
In veel sociale situaties lukt het kinderen met selectief mutisme niet om te praten. Ze kunnen het wel, maar ze doen het alleen niet.

Ongeveer zeven op de duizend kinderen heeft er last van – meisjes iets vaker dan jongens. Bij kinderen die meertalig opgroeien, komt het vaker voor; 1,2 procent. De kinderen willen wel praten, maar raken geblokkeerd en gaan op slot (op school of bij onbekende situaties). Alleen thuis (of andere vertrouwde omgeving) praten ze wel gewoon. Selectief mutisme leidt tot vermijdingsgedrag en openbaart zich tussen de drie en vijf jaar. Het wordt vaak voor het eerst opgemerkt aan het begin van de basisschool omdat dan het praten met kinderen en volwassenen buiten het eigen gezin tot het dagelijks leven gaat horen.

Gerelateerd aan de groep van angststoornissen

De stoornis heeft veel effect op het gewone leven, omdat de kinderen vaak als verlegen, manipulatief of koppig gezien worden. Maar selectief mutisme kan gezien worden als een symptoom dat nauw gerelateerd is aan de groep van angststoornissen. Soms kan het in verband worden gebracht met sociale angst, soms houdt het symptoom verband met separatieangst en soms kan het symptoom vooral gezien worden als een (spraak)fobie.

Behandeling

De stoornis gaat niet vanzelf over. Met behandeling kan de spreekangst verminderd worden en het praten langzaam worden uitgebreid. In samenwerking met de ouders, de leerkracht en therapeut. Uiteenlopende combinaties van gedragstherapeutische technieken (contingentie management, shaping, fading, sociale vaardigheidstraining, modeling) blijken volgens eerder onderzoek redelijk effectief te zijn bij de behandeling van selectief mutisme. Gedragstherapie lijkt vooralsnog de ‘best-based-practice’ te zijn. Vanaf 7 jaar, kan cognitieve gedragstherapie worden ingezet.

Hoe jonger het kind is (4-6 jaar) hoe beter de resultaten van behandeling.

Bron: NRC Media / NRC, Kind en adolescent , Kind en Adolescent Praktijk

Gerelateerde informatie

DC:0-5, Diagnostische classificatie van psychische en ontwikkelingsstoornissen in de baby- en vroege kindertijd, hfst 30 – Angststoornissen, 

 

 


Methoden en technieken van gedragstherapie bij kinderen en jeugdigen (2018). Onder redactie van Pier Prins, Joop Bosch en Caroline Braet.

 

 


Pedagogische adviezen voor speciale kinderen, Trix van Lieshout, Ron van Deth (2018)