Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Schoolpsychologen pleiten voor integrale aanpak mentale problematiek

De mentale zorgvraag van leerlingen in het voortgezet onderwijs op het gebied van mentale problemen neemt toe. Om jongeren effectief te ondersteunen is het van belang dat er snelle en kwalitatief goede analyse plaatsvindt van deze zorgvragen. Een schoolpsycholoog speelt hier een belangrijke rol; door samen met school, ouders en ketenpartners te signaleren welke leerlingen extra ondersteuning nodig hebben en op basis van professionele expertise te adviseren over de best passende ondersteuning.
pestgedrag
Sam Balye

De VO-raad constateerde in een recente uitzending van Nieuwsuur dat de druk op scholen verder toeneemt, een beeld dat schoolpsychologen herkennen. “Het signaleren van mentale problemen is belangrijk, maar effectieve ondersteuning staat of valt met een goede analyse van wat een leerling, groep en team écht nodig heeft. Dat vraagt om zorgvuldige triage, samenwerking en een sterk zorg- of ondersteuningsteam dat nauw optrekt met leerlingen, ouders en ketenpartners,” licht Tineke Valentijn (kinder- en jeugdpsycholoog NIP en schoolpsycholoog) toe.

Goed onderwijs vormt de basis

Duidelijke doelen, effectieve feedback en een veilige leeromgeving vormen de basis van goed onderwijs. Daarbij geldt vaak dat wat voor sommige leerlingen noodzakelijk is, voor de rest óók waardevol is. Leerlingen met traumaklachten, angstproblemen of autisme hebben bijvoorbeeld allemaal behoefte aan een voorspelbare volwassene die hun gedrag begrijpt en een veilige plek creëert om te leren. Jeanine Voorsluijs (kinder- en jeugdpsycholoog NIP en schoolpsycholoog) verwoordt het als volgt: “Leerlingen — met én zonder mentale problemen — geven zelf aan vooral goed onderwijs nodig te hebben van ontspannen docenten, in een veilige omgeving waar zij mogen experimenteren en zich kunnen ontwikkelen.”

Individuele hulp blijft noodzakelijk

Naast goed onderwijs, bieden veel vo-scholen groepsinterventies aan, zoals faalangstreductietrainingen, sociale vaardigheidstrainingen en mentorlessen over stress en weerbaarheid. Deze aanpak is voor een groep effectiever dan 1-op-1 begeleiding of ‘therapie’ in de school. Maar individuele hulp blijft voor een deel van de leerlingen noodzakelijk. Het is belangrijk dat deze hulp wordt geborgd in een zorg- of ondersteunings-aanbod op school. Een schoolpsycholoog kan een belangrijke rol spelen door samen met school en ouders te signaleren welke leerlingen extra ondersteuning nodig hebben en te adviseren over hoe deze hulp het beste kan worden vormgegeven, binnen en buiten de klas. Aandacht voor de ondersteuningsbehoeften van docenten, ouders en eventueel andere belangrijke anderen rondom de leerling is hierbij ook van belang.

Verzoek om integrale aanpak

Mentale problemen van jongeren reiken vaak verder dan de schoolmuren. Dat vraagt om systeemgericht werken en nauwe samenwerking met ouders, jeugdhulp en andere betrokkenen. Daarnaast is het belangrijk oog te hebben voor factoren in de bredere context, zoals armoede, (ervaren) prestatiedruk in de maatschappij, ontwikkelingen in de (inter)nationale betrekkingen. Zonder deze bredere context mee te nemen, blijft ondersteuning vooral symptoombestrijding.

Om de toenemende mentale zorgvraag op vo-scholen echt het hoofd te bieden, is een integrale aanpak nodig waarin goed onderwijs door een veerkrachtig en professioneel schoolteam, deskundige analyse en ondersteuning en sterke samenwerking met de jeugdhulp samenkomen. Investeren in goed onderwijs, een veilig leer- en werkklimaat op school, sociaal emotioneel leren, preventie, passende hulp én het serieus nemen van maatschappelijke oorzaken is daarbij cruciaal. Structurele financiële middelen zijn onmisbaar om leerlingen een passend ondersteuningsaanbod te bieden, zodat zij zich in een veilige omgeving kunnen ontwikkelen.

Lees meer over (het werk van) de schoolpsycholoog in het dossier ‘Mentale gezondheid op school’. Bekijk het dossier

Bron: NIP