Bijzondere ervaringen, waarbij je bijvoorbeeld iets hoort, voelt of ziet wat een ander niet ervaart, komen veel voor bij jongeren.
Meestal gaan deze ervaringen vanzelf weer over. Soms leiden ze tot psychose. Hoe vaak komt dit voor, wanneer moet je je zorgen maken en hoe ga je in de praktijk met deze ervaringen om?
De term bijzondere ervaringen verwijst naar sporadisch optredende psychotische ervaringen of subklinisch psychotische symptomen. We weten dat deze ervaringen onder jongeren en volwassenen vaak voorkomen, meestal vanzelf weer voorbijgaan en slechts bij een kleine minderheid ernstig worden (Van Os et al., 2009). Het is daarom belangrijk deze ervaringen te normaliseren en er niet meteen vanuit te gaan dat ze samenhangen met ernstige problematiek. Toch kúnnen deze ervaringen een voorbode zijn van ernstige problemen en is het daarom wel belangrijk de ervaringen ter sprake te brengen in een vroeg stadium. In dit artikel gaan we daar verder op in.
Normaliseer: het komt vaak voor en gaat meestal over
Bij bijzondere ervaringen hoort, voelt, ziet, proeft of ruikt iemand iets wat een ander niet ervaart. Het is ook mogelijk dat iemand denkt dat anderen over hem praten, hem volgen, of van plan zijn iets slechts te doen. Het gebeurt weleens dat gedachten heel snel gaan, heel langzaam of door elkaar. Zaken die normaal niet opvallen gaan ineens ontzettend opvallen en lijken een boodschap te zijn specifiek voor die persoon (zie bijvoorbeeld mindyoung.nl/bijzondere-ervaringen). Van sporadisch kunnen bijzondere ervaringen geleidelijk overgaan in ervaringen die last veroorzaken en een risico geven op verergering van de ervaringen, tot uiteindelijk een psychose. Bij sporadische ervaringen is er geen ernstige lijdensdruk, bij een psychose wel. De ervaring wordt dan een symptoom van een stoornis; te vergelijken met somberheid versus depressie, achterdocht versus paranoia of af en toe een stem horen versus dagelijkse stemmen die heel nare dingen zeggen en vervelende opdrachten geven (imperatieve hallucinaties).
Omdat er verschillende vragenlijsten worden gebruikt om bijzondere ervaringen te meten en onderzoekers verschillende definities hanteren, lopen de percentages die weergeven hoe vaak ze voorkomen uiteen. Wigman et al. (2011) deed onderzoek met de Community Assessment of Psychic Experiences (CAPE) bij adolescenten in de algemene bevolking, waarbij ze naast hallucinatie-achtige ervaringen, waanachtige ervaringen en milde paranoia ook paranormale ervaringen meenam. Zij vond dat circa 40 procent regelmatig een bijzondere ervaring heeft (Wigman et al., 2011). Dat zijn ongeveer twaalf jongeren per schoolklas. Ook bij jongeren die hulp zoeken, komen bijzondere ervaringen heel vaak voor. In een onderzoek met de Prodromal Questionnaire-16 items version (PQ-16),

