‘We kunnen het ons niet langer veroorloven om problemen in hokjes te blijven opdelen en te behandelen zonder het bredere geheel te overzien. Gefragmenteerde zorg is een symptoom van een zorgsysteem dat complexiteit niet kan managen’, schreef Hanna Stolper enige tijd geleden op deze plek in Kind en Adolescent Praktijk (Stolper, 2024, p. 46.). Haar pleidooi voor een paradigmaverschuiving in de ggz is ons uit het hart gegrepen. Het voelt regelmatig alsof we als Hansje Brinker met onze vingers gaten in de dijken proberen te dichten, terwijl het hele watersysteem om een fundamentele herziening in kijken en handelen vraagt. Deze verschuiving raakt direct een groep jeugdigen die wij steeds vaker zien vastlopen: kinderen en jeugdigen bij wie hoogbegaafdheid laat of zelfs niet wordt onderkend.
Kijk eens door de lens van hoogbegaafdheid
Hoogbegaafdheid blijft vaak lang onopgemerkt. Klachten die ermee gepaard gaan, kunnen weliswaar ernstig zijn, maar passen niet bij het huidige – gefragmenteerde – zorgaanbod. De dynamische netwerktheorie kan uitkomst bieden.
In onze eigen praktijken, achterin de zorgketens, zien wij de laatste jaren opvallend veel jongeren bij wie klachten op meerdere ontwikkelingsgebieden ontstaan – zonder een duidelijk verklaringskader. Bij het merendeel komt pas laat naar voren dat zij kenmerken van hoogbegaafdheid hebben die eerder gemist of verkeerd begrepen zijn. Hoogbegaafdheid zelf vormt niet een risico, in tegenstelling tot een langdurige misfit met de omgeving (vgl. AKWA GGZ, 2024; GGZnieuws, 2024; Mind, 2025).
Deze leemte wordt zichtbaarder als we jongeren met hoogbegaafdheid vergelijken met jongeren met een licht verstandelijke beperking (LVB). Voor de laatste categorie is er inmiddels een stevig diagnostisch en behandelkader opgebouwd dat ‘LVB-proof’ is. Voor leeftijdgenoten met een hoog ontwikkelingspotentieel ontbreekt een vergelijkbaar raamwerk, terwijl ook zij op een kenmerkende manier leren, informatie verwerken en op hun omgeving reageren. Zij vallen niet op, omdat zij niet passen in het standaardformat van diagnosegestuurde richtlijnen, zorgprogramma’s en -protocollen enzovoorts. Hun lijden blijft vaak intern, gecamoufleerd en komt pas laat in de keten in beeld. De kern van de problemen – een langdurige mismatch tussen persoon, omgeving en tijd – wordt dus gemakkelijk gemist.
Hoogbegaafdheid is daarmee geen niche, maar toont ons een blinde vlek: als we de ontwikkelingsdynamiek niet herkennen, missen we kansen; kansen voor jongeren om tot bloei te komen en mogelijkheden om problemen bij deze groep te voorkomen dan wel deze zo vroeg mogelijk te onderkennen en aan te pakken.
Zoals Stolper in haar pleidooi voorstelt, biedt de dynamische netwerktheorie een aanlokkelijk alternatief voor het huidige zorgsysteem. De dynamische netwerktheorie stelt dat psychische klachten niet los van de ontwikkelingsdynamiek en de omgeving kunnen worden gezien (Sabbe

