Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

In gesprek over clicks, likes en zelfbeeld: sociale media in de behandeling van eetstoornissen

Eetstoornissen zijn zelden alleen een probleem met eten. Vaak zijn ze een manier om met diepere emotionele en psychische problemen om te gaan. In de huidige digitale wereld spelen sociale media daarin een steeds grotere rol — zowel in het ontstaan als in het herstelproces. Samen met Annemarie van Bellegem en Jolanda Veldhuis zetten we hun belangrijkste inzichten en adviezen in ditb artikel op een rij.
Foto: Aleid Denier van der Gon

Van vergelijking naar constante confrontatie

In hoeverre spelen sociale vergelijking, internalisatie en online groepsdruk een grotere rol dan vroeger vóór het sociale media-tijdperk?

Annemarie van Bellegem, kinderarts sociale pediatrie bij het Emma Kinderziekenhuis, Amsterdam UMC, expert op het gebied van eetstoornissen: Sociale vergelijking is geen nieuw fenomeen. Wat wél nieuw is, is de continue beschikbaarheid van sociale media en platforms waarop jongeren beelden zien van lichamen, prestaties en leefstijlen. Waar vergelijking vroeger beperkt bleef tot de directe omgeving of tijdschriften, is het nu een alomtegenwoordig proces geworden. Deze constante stroom versterkt het internaliseren van schoonheidsidealen en leefstijlverwachtingen, zeker omdat leeftijdsgenoten en influencers vaak authentieker overkomen en als betrouwbaarder worden gezien dan traditionele mediafiguren. Interessant is ook wat je noemt over online groepsdruk: die is minder zichtbaar, maar daarom niet minder krachtig. De impliciete normen in content, likes, en reacties vormen een subtiele, maar constante sociale controle.”

Jolanda Veldhuis, Associate Professor Communicatiewetenschappen aan de VU Amsterdam, vult aan dat sociale media nu een breed scala aan vergelijkings-anderen’ biedt, van celebrities tot mensen uit het eigen netwerk. Vond sociale vergelijking en wens-identificatie voorheen plaats met beroemdheden en modellen via traditionele media zoals TV series en magazines, en met leeftijdsgenoten en vrienden op school of bij een sportclub, is dat veranderd met de komst van sociale media. Naast bekende mensen en influencers als rolmodellen, zien mensen nu ook sociale media content met mensen die dichter bij henzelf staan, vanuit hun eigen netwerk.

Jolanda: Huidige sociale media en technologie maken het makkelijker voor mensen om aan selectieve zelfpresentatie’ te doen: een beeld neerzetten van jezelf, zoals je wilt dat anderen jou zien. Je kunt met de huidige technologie makkelijk zelf content maken, zoals beelden van waar je bent, met wie je bent, wat je doet, en hoe je  eruit ziet. Uit de beelden die je maakt, kun je voordat je ze online zet eerst bewust selecteren wat je wilt laten zien en bewerken met bijvoorbeeld filters tot een ideaalplaatje. Vooral bij jongeren die bezig zijn met het vormen van hun identiteit, kan deze geïdealiseerde sociale media inhoud een grote invloed hebben in hoe ze naar zichzelf kijken. Juist omdat het hier gaat om mensen die zo dichtbij staan in bijvoorbeeld leeftijd, is identificatie voor jongeren makkelijk, en internaliseren ze wat ze zien als de sociale norm, als een standaard om aan te gaan voldoen. Wat betreft het uiterlijk, vindt hier niet  alleen objectificatie plaats van het uiterlijk van anderen, maar ook van het eigen uiterlijk. Anders gezegd kun je kunt naar je eigen lijf kijken als vanuit een derdepersoonsperspectief, waarbij het lichaam en uiterlijk dan modelleerbaar lijken, en het lijf een object dat je kunt idealiseren.”

Kenmerkend van sociale media is bovendien dat de sociale omgeving zo aanwezig is in de media setting zelf.

Met comments en likes beoordeelt het netwerk de inhoud, en geven de sociale media gebruiker aan wat de sociale mening is, wat mensen goed vinden, afkeuren, mooi vinden, etc. De sociaalculturele invloed op wat ‘goed’ is, is op deze manier nog duidelijker zichtbaar. Wel is het belangrijk op te merken dat natuurlijk niet iedereen even gevoelig is voor het zien van ideaalbeelden.”

Waarom jongeren met een eetstoornis extra kwetsbaar zijn

Wat maakt jongeren met een eetstoornis eigenlijk extra gevoelig voor bepaalde typen online content?

Annemarie: Jongeren met een eetstoornis hebben vaak een lage eigenwaarde, perfectionistische trekken en een sterke behoefte aan controle. Ze gebruiken anderen als referentiepunt voor hun zelfbeeld, waardoor content die dunheid verheerlijkt, ongezonde voedingspatronen promoot of extreme fitgoals laat zien, bijzonder triggerend kan zijn.”

Annemarie wijst erop dat algoritmes deze content blijven aanbieden, waardoor jongeren in een negatieve bubbel belanden die hun denkpatronen versterkt.

“Een eetstoornis is vaak nauw verweven met iemands identiteit. Binnen online communities krijgen juist de meest ingrijpende aspecten – zoals het gebruik van een sonde of een ziekenhuisopname – veel aandacht. Deze posts leveren vaak veel likes en reacties op, wat een bevestigend gevoel kan geven. Daardoor kan herstel lastiger worden, omdat de ziekte zo ook een vorm van sociale erkenning en waardering oplevert.”

Jolanda: “Sociale media gebruikers zoeken doorgaans informatie die past bij hun behoeftes. We noemen dat een uses-and-gratifications benadering. Het is daarmee aannemelijk dat jongeren met een eetstoornis, informatie zoeken die daarbij past en als ze zelf content maken, die content dan daarop inspeelt. Ons onderzoek toonde bijvoorbeeld aan dat jonge vrouwen met eetstoornis symptomen, die meer ontevreden zijn over hun uiterlijk en nog niet verder zijn in hun herstel (een lagere bereidheid hebben om te veranderen), zelf sociale media gebruiken met het motief impression management’, dus om indruk te maken. Dit wijst in ons onderzoek (met dr. Alexandra Dingemans) op sociale media gebruik voor reputatie management, bewuste zelfpresentatie (bewust een bepaald beeld van jezelf neerzetten), populariteit en sociale druk. De sociale reacties die daarop volgen, zoals ook Annemarie aangeeft, kunnen dan weer bevestigend werken voor hetgeen ze online laten zien.”

Schadelijke processen en genderverschillen

Welke mechanismen op sociale media zien jullie als het meest schadelijk voor jongeren met een kwetsbaarheid voor eetstoornissen?

Volgens Annemarie zijn algoritmes die extreme content versterken een belangrijk risico, net als het verheerlijken van slank of gespierd (thinspiration, fitspiration). Maar ook videocontent waarin mensen laten zien wat zij op een dag eten, vaak zonder context, en het gebruik van filters of bewerkte beelden dragen bij aan een onrealistisch beeld van lichaam en leefstijl.

Jolanda vult aan: Sociale media zijn bij uitstek een setting waarin het normaliseren van bepaald gedrag en uiterlijkheden, en het verder idealiseren daarvan, plaatsvindt. De eerder genoemde processen van internalisatie van uiterlijke standaarden en levensstijl normen, en de sociale vergelijking met het lijf en leven van anderen, spelen hierin een grote rol.”

Is er een verschil tussen jongens en meiden?

Jolanda: Als we het hebben over uiterlijke idealen, worden zowel jongens als meisjes worden beïnvloed door online beelden, hoewel de standaarden verschillen. Voor jongens overheersen beelden zoals gespierde lichamen en strakke kaaklijnen, terwijl meisjes vaker dunne of perfect gevormde lichamen als norm zien. Jongens met eetstoornissen zijn in onderzoek naar het gebruik van sociale media nog sterk onderbelicht, maar hoogstwaarschijnlijk spelen dezelfde mechanismen van vergelijking, internalisatie en identificatie ook bij hen.”

Het belang van vroegsignalering

Zijn er signalen op sociale media die voor zorgprofessionals kunnen helpen bij vroegsignalering van problematisch eetgedrag?

Annemarie: Vroegsignalering vindt meestal plaats in de directe omgeving van een jongere: ouders, vrienden en andere naasten. Mogelijke signalen van problematisch gebruik van sociale media zijn onder meer een obsessieve focus op eten, gewicht, sporten of uiterlijk, het vermijden van foto’s waarop de jongere zelf staat, of plotselinge veranderingen in zelfpresentatie, zoals het gebruik van zware filters of een andere kledingstijl. Omdat deze signalen vaak subtiel zijn, is alertheid binnen de inner circle van groot belang.”

Begeleiden naar veilig en bewust mediagebruik

Wat kunnen ouders en behandelaars concreet doen om jongeren te begeleiden in een veilig en kritisch sociale media gebruik?

Zowel Annemarie als Jolanda benadrukken het belang van een open, nieuwsgierige houding zonder oordeel.

Ga in gesprek over wat jongeren zien, leuk vinden of juist storend vinden. Help hen te reflecteren op de vraag wat het doel van bepaalde content is en wat het met hen doet. Daarbij is het waardevol om alternatieve, positieve content te bespreken en jongeren te stimuleren schadelijke inhoud te blokkeren.”

Sociale media als bron van steun

Welke positieve of beschermende functies kunnen sociale media ook vervullen in het herstelproces?

Hoewel de risicos groot zijn, kunnen sociale media ook een waardevolle rol spelen in herstel. Positieve functies zijn bijvoorbeeld herkenning, steun en inspiratie door herstelverhalen of ervaringsverhalen over therapie en zelfzorg. In een vroege fase van de behandeling ligt de nadruk op het bewust worden van schadelijke patronen en het beperken van triggerende content, terwijl later actief gezocht kan worden naar pro-recovery groepen, betrouwbare informatie en ondersteunende communities. Het gaat hierbij minder om de tijd die jongeren online doorbrengen, en meer om wát zij daar doen en met welke inhoud zij in aanraking komen.

Jolanda: Sociale media kunnen helpende inhoud bieden bij het herstelproces, in de vorm van steun via online communities, en juiste en betrouwbare informatie van organisaties die zich richten op hulp aan mensen met eetstoornis problematiek, zoals Proud2BMe en 99gram.nl. Echter, dit vereist wel dat de jongeren zich bewust zijn van wat dan goede inhoud’ is, en dit goed kunnen inschatten en opzoeken. Naast inzicht in de eetstoornis en het herstel, vraagt dit dus ook om digitale geletterdheid: hoe weet je dat de inhoud oké is, helpend kan zijn, realistisch is: wie volg je wel, wie beter niet, en welke organisaties zijn er die je kunnen helpen.”

De rol van K-EET

Welke rol speelt K-EET hierin, en hoe zou je de ketensamenwerking willen versterken rondom signalering en media-invloed?

Annemarie: K-EET staat voor Landelijke Ketenaanpak EETstoornissen. Het is een samenwerkingsnetwerk van verschillende betrokken partijen, zoals de geestelijke gezondheidszorg (ggz), jeugdteams, kinderartsen/huisartsen/jeugdartsen, scholen en andere professionals, die gezamenlijk werken aan de aanpak van eetstoornissen bij jongeren. Het doel van K-EET is om de zorg en ondersteuning rondom eetstoornissen beter op elkaar af te stemmen, vroegtijdige signalering te verbeteren en herstel te bevorderen door gezamenlijke inzet en optimale samenwerking. Er wordt steeds meer aandacht besteed aan de rol van media bij zowel het ontstaan als het herstel van eetstoornissen. Wij pleiten voor het aanbieden van gespecialiseerde trainingen aan professionals en streven naar de ontwikkeling van instrumenten voor vroegsignalering, waarbij sociale media-analyse een integraal onderdeel vormt. Zoals eerder vermeld verdient ook mediawijsheid van verzorgers en zorgprofessionals aandacht. Ook proberen we een realistisch frame rondom eetstoornissen te creëren waarbij het onderwerp benaderd wordt met eerlijkheid, nuance, begrip en zonder simplificaties of idealisering.”

Belangrijkste boodschap voor professionals

Wat willen jullie vooral meegeven in de workshops aan zorgprofessionals die werken met kinderen, jongeren en adolescenten met een eetstoornis?

Volgens zowel Annemarie als Jolanda moeten sociale media vanaf het begin onderdeel zijn van het gesprek over eetgedrag, zelfbeeld en copingstrategieën. Door dit vroeg, open en zonder oordeel te doen, ontstaat er ruimte voor jongeren om hun ervaringen te delen voordat problemen escaleren. Het helpt hen bewuster te worden van de online invloed op hun zelfbeeld en geeft hen handvatten om kritischer en gezonder met sociale media om te gaan.

Door het gesprek over sociale media vroeg en open te voeren, geef je jongeren de ruimte om hun ervaringen en gevoelens te delen voordat het uitgroeit tot een echt probleem. Het voorkomt dat het onderwerp taboe wordt of pas ter sprake komt als er al iets misgaat. Door social media als een geïntegreerd onderdeel van hun dagelijkse leven te zien, erken je ook dat het hun zelfbeeld, autonomie en copingstrategieën diepgaand beïnvloedt. Het helpt om jongeren bewust te maken van die invloed en ze te begeleiden in het kritisch en bewust omgaan met wat ze zien en beleven online. Het moet in elk behandeltraject en gezin een onderwerp van gesprek zijn!”

“Sociale media moet in elk behandeltraject en gezin een onderwerp van gesprek zijn.”

Congres Voeding