Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Twaalf, twintig of honderd sessies

In deze rubriek buigt Else de Haan zich over wetenschappelijke publicaties die van betekenis zijn voor de praktijk. Hoe is het onderzoek uitgevoerd en wat zeggen de resultaten? En: is nader onderzoek gewenst?
Foto: Aleid Denier van der Gon

Wallis en collega’s (2018) stelden een vergelijkbare vraag. Zij deden een ongecontroleerd praktijkonderzoek bij adolescenten met ernstige anorexia nervosa. Deze patiënten waren met fors ondergewicht en daarmee samenhangende medische problemen kortdurend opgenomen geweest, met als doel somatische stabilisatie. Na die opname kregen zij Family Behavior Therapy (FBT), een geprotocolleerde gedragstherapie van twintig sessies waarbij ouders intensief zijn betrokken. In een eerder onderzoek was het resultaat van die opname, gevolgd door FBT, vergeleken met het resultaat van een langduriger opname, namelijk totdat het streefgewicht was bereikt (Er bleek geen verschil tussen beide vormen van behandeling (Maddens e.a., 2013)).

Voortzetten van het protocol

De onderzoeksvraag van Wallis en collega’s betrof de patiënten die na de korte opname gevolgd door FBT niet voldoende verbeterd waren. De onderzoekers vroegen zich af of in dat geval voortzetten van het protocol zin had. De groep bestond uit 69 patiënten (94 procent meisjes, met een gemiddelde leeftijd van 14,7 jaar). Van deze 69 patiënten hadden 16 na FBT hun streefgewicht bereikt. Bij de overige 53 was dit niet het geval. Zij hadden meer behandeling nodig. Maar welke? Moest de FBT worden voortgezet of moest er iets anders gebeuren? Zoals gebruikelijk in de klinische praktijk overlegde de behandelaar met ouders en patiënt over de verdere voortgang, waarbij ouders en

Premium

Wil je dit artikel lezen?


    Al abonnee? Log dan in