Wat te doen met een onwillige cliënte en ouders met hoge verwachtingen? Nog eens extra uitleg geven, werkt in elk geval níet.
Daar zit ze, Sara, net veertien, omgedraaid op de stoel, knieën opgetrokken, hoofd tussen haar benen, de mooie, blonde lokken voor haar gezicht. Ze doet niet mee aan dit startgesprek. Haar ouders en de gezinshulpverlener kijken me hoopvol aan. Ik voel paniek, hier heb ik me niet op kunnen voorbereiden. Sara is een van de eerste cliënten die ik ontmoet als individueel behandelaar. Ze werd aangemeld met sociale angstklachten. Ik had er zin in, eindelijk aan de slag met interventies die ik had geleerd tijdens de basisopleiding cognitieve gedragstherapie.
En daar zit ik, nog volop in opleiding tot GZ-psycholoog. Ik voel de druk om het goed te doen en zoek veiligheid, houvast. Ik ben goed in klachten begrijpen en uiteenzetten. Samen met ouders en de gezinshulpverlener ga ik de aanmeldklacht analyseren. Terwijl Sara erbij zit, praten we over haar. Dan vertel ik kundig hoe cognitieve gedragstherapie bij deze klacht kan helpen. Ik negeer wat er in de ruimte gebeurt, wat Sara’s signalen zijn. Ik zie ze wel, maar heb er geen aandacht voor. Als ook het technische verhaal is uitgelegd, kijken we naar haar; ze moet nu toch echt in beweging komen. Wanhoop wordt voelbaar in de ruimte, het meest bij Sara’s moeder, die met een beloning lonkt. “Als je nu gaat praten, krijg je straks wat lekkers”. Als dit niet werkt, dreigt ze: “Als je nu niet gaat praten, gaan we morgen niet naar het concert”.
Ik besef dat we verkeerd bezig zijn. De tactiek van moeder voelt niet meelevend. Ik probeer wat liever voor Sara te zijn en haar er met mijn woorden van te overtuigen dat deze therapie haar gaat helpen. Ik erken dat het lastig is een gesprek te voeren over niet-leuke onderwerpen en te moeten vertellen waar je last van hebt, helemaal aan een onbekende. Toch voelt het een beetje als een preek. Sara heft haar hoofd iets en kijkt me zwijgend aan. We sluiten het gesprek af met de boodschap dat ze mag nadenken of ze de therapie aan wil gaan. De therapie start nooit.
Stel dat ik het over kon doen? Inmiddels heb ik geleerd hoe ik aandacht kan hebben voor wat er in de kamer gebeurt, door te vertragen en me af te vragen wat de situatie bij me oproept. Nu ik weet hoe ik naar deze innerlijke dialoog moet luisteren, zou ik uitspreken dat ik een zware taak voel door de

