Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Help, een stiefouder!

Door stiefouders een ‘risicofactor' te noemen voor kindermishandeling voedt de jeugdhulp onbedoeld het sociaal stigma op stiefouderschap.
illustratie: Jedi Noordegraaf
Vaak wordt, met beperkte informatie, te snel geredeneerd. Hoe kunnen we wél zorgvuldig nagaan of een stiefouder een risico vormt?
Bij risicotaxaties in de jeugdhulp wordt stiefouderschap regelmatig een risicofactor genoemd. Zo stelt de richtlijn ‘Signaleren van kindermishandeling voor jeugdhulp en jeugdbescherming’ (Vink et al., 2024) op basis van meta- analyses dat stiefouderschap een significante risicofactor is voor fysieke mishandeling en verwaarlozing. De zinsnede “De invloed van een risicofactor…” uit diezelfde richtlijn suggereert dat de risicofactor een invloed is, in plaats van een voorspellend aspect: een bepaald kenmerk dat in onderzoek statistisch bleek samen te gaan met het optreden van bepaald gedrag, in dit geval kindermishandeling. Maar een statistische correlatie wil niet zeggen dat er een oorzakelijke relatie (invloed) is.

Een stiefouder of stiefouderschap is op zichzelf geen negatieve invloed. Het is een verwijzing naar een sociale positie en rol in een gezinssysteem. Bij het maken van een verklarende analyse worden we door aanwezigheid van de risicofactor uitgenodigd om te kijken naar omstandigheden en persoonskenmerken van de stiefouder die een rol kunnen spelen bij kindermishandeling. Zo kunnen individuele eigenschappen van de stiefouder maken dat er geen goede match is met de opvoedtaken in het gezin. Ook de positie die de stiefouder wordt gegund in het opvoederschap kan steunend of belemmerend uitpakken voor de taakvervulling; zowel de context als de persoonskenmerken vormen dan een verklarende invloed.

In de forensische psychiatrie is het gebruikelijk onderscheid te maken tussen statische en dynamische risicofactoren. Statische risicofactoren zijn niet veranderbaar door behandeling (zoals leeftijd of sekse). Dynamische risicofactoren (middelenmisbruik, attitude) zijn wel beïnvloedbaar en kunnen een doel van het behandelbeleid worden. Maar hoe zit het met stiefouderschap? Als je als volwassene deel uitmaakt van een gezin, maar je bent niet de biologische ouder, lijkt daar weinig aan te doen. Echter, de positie die de stiefouder krijgt in de opvoeding van de kinderen lijkt wél beïnvloedbaar. En als de attitude tegenover de eigen kinderen anders is dan tegenover de stiefkinderen kan ook dat met de tijd, door gebeurtenissen of met behulp van interventies veranderen. Statische factoren kunnen dus, wanneer ze in hun complexiteit worden beschouwd, contextueel veranderlijk zijn. En daarom moeten we in geval van individuele casuïstiek vakbekwaam redeneren over de samenhang in plaats van alleen maar risicofactoren turven.

Redeneerfouten in risicotaxatie

Welke redeneerfouten maken professionals onbedoeld wanneer zij risicofactoren sec als een oorzakelijke invloed beschouwen?
Reïficatie. Reïficatie betekent
Premium


    Al abonnee? Log dan in