Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulpverlening hapert

In de rubriek Frictie geven wisselende auteurs hun visie op een onderwerp dat discussie oproept, of kijken zij kritisch naar een misverstand of dilemma waar professionals in hun werk tegenaan lopen.
Premium

Veel gemeenten hebben bij de invoering van de Jeugdwet gekozen voor een werkwijze waarbij professionals uit diverse organisaties en instellingen gezamenlijk een wijkteam1 vormen. In dat wijkteam zijn verschillende disciplines vertegenwoordigd en door de focus op de wijk hoopt men laagdrempelig en makkelijk bereikbaar te zijn voor alle wijkbewoners. Elk wijkteam wijst een contactpersoon aan voor de scholen met als doel snel te kunnen inspelen op leerlinggebonden ondersteuningsvragen. Dit kan voor het basisonderwijs een prima werkwijze zijn; leerlingen komen immers veelal uit de wijk waarin de basisschool staat. Maar voor scholen met een regionaal of bovenregionaal voedingsgebied, zoals scholen voor speciaal basisonderwijs en (v)so-scholen, betekent deze werkwijze dat met allerlei contactpersonen moet worden overlegd. Niet echt efficiënt en door de verschillende lokale afspraken ook niet effectief. Een bijkomend probleem is dat die contactpersonen vaak pas betrokken raken als het op school al behoorlijk spaak is gelopen en het vervolgens tijd vraagt om de juiste vorm van hulpverlening in te schakelen. In het kader van tijdige signalering en het verlenen van passende ondersteuning is dat niet echt wenselijk. Leerlingen blijven te lang verstoken van een noodzakelijke vorm van ondersteuning en lopen daarmee het risico op een minder succesvolle schoolcarrière.

Bij de introductie van de Jeugdwet stond in veel jeugdplannen dat gestreefd werd naar één kind, één gezin, één plan en één regisseur. Mooie woorden. In de praktijk blijkt dat echter knap lastig te zijn; nog steeds zijn er kinderen en gezinnen die met verschillende hulpverleners te maken krijgen. Dit geldt helaas ook voor scholen. Ouders hebben een belangrijke stem bij de keuze van de hulpverlening; dit is begrijpelijk vanuit het oogpunt van draagvlak en acceptatie. Voor scholen ontstaat echter een onwerkbare situatie. Het is geen uitzondering dat scholen worden geconfronteerd met een veelheid aan hulpverleners die voor een aantal uren per week betrokken zijn bij individuele leerlingen.

Een van de problemen is dat de problematiek van de leerling zich niet alleen manifesteert

Premium

Wil je dit artikel lezen?

Neem Kind en Adolescent Praktijk een maand gratis op proef. Na een maand stopt het proefabonnement automatisch.


    Al abonnee? Log dan in