Door PTSS bij ouders vroegtijdig te signaleren en te behandelen, verkleinen we de kans dat hun kinderen psychische klachten ontwikkelen, of voorkomen we verergering.
Laurien Meijer promoveerde op 28 januari 2026 aan de Universiteit Utrecht op het proefschrift Breaking the Chain Together: Understanding and Supporting Parents with PTSD.
Waarom dit onderzoek?
Traumatische ervaringen hebben vaak niet alleen ingrijpende gevolgen voor de persoon die deze ervaringen zelf meedraagt, maar ook voor volgende generaties. Met name kinderen van wie de ouder een posttraumatische stressstoornis (PTSS) heeft, lopen risico op psychische klachten. Een belangrijke reden hiervoor is dat PTSS ouders voor extra uitdagingen in de opvoeding stelt. In mijn proefschrift onderzocht ik hoe trauma en PTSS de opvoeding beïnvloeden en hoe we ouders kunnen ondersteunen om negatieve gevolgen voor het gezin tegen te gaan.
Wat zijn je belangrijkste conclusies?
We zagen dat naarmate ouders meer PTSS-klachten hebben, zij de opvoeding van hun kinderen als stressvoller ervaren. Om dat te onderzoeken combineerden we datasets uit verschillende landen, van ouders met uiteenlopende soorten trauma’s. Opvallend was dat, ondanks die verschillen, de associatie tussen PTSS en opvoedstress consistent bleef. Verder interviewden we ouders die PTSS-behandeling zochten over hoe zij het ouderschap ervaren. Ouders gaven aan dat het moeilijk kan zijn, dat zij vaak een gebrek aan sociale steun ervaren en soms te maken krijgen met stigmatisering. Desondanks zijn ze sterk gemotiveerd zo goed mogelijke ouders te zijn. Vervolgens hebben we een opvoedinterventie voor ouders met PTSS ontwikkeld, ‘KopOpOuders voor PTSS’. We vergeleken een groep ouders die alleen PTSS-behandeling kreeg met een groep die naast een PTSS-behandeling ook ‘KopOpOuders voor PTSS’ volgde. In beide groepen trad verbetering op: het gebruik van fysiek straffen verminderde, het gevoel competent te zijn als ouder nam toe, en de mentale gezondheid van de kinderen verbeterde. De verbetering was even groot in beide groepen, er leek dus geen toegevoegde waarde van ‘KopOpOuders voor PTSS’ te zijn. Mogelijk worden de verbeteringen verklaard door de PTSS-behandeling. Omdat relatief veel ouders de opvoedinterventie niet helemaal afmaakten (waarschijnlijk omdat de combinatie met PTSS-behandeling te belastend was) is dat echter niet met zekerheid te zeggen. Een getrapte aanpak, met eerst PTSS-behandeling en daarna indien nodig opvoedondersteuning, is mogelijk kansrijker.
Wat heeft de praktijk hieraan?
Dit proefschrift laat zien dat het belangrijk is PTSS bij ouders te signaleren en bespreekbaar te maken, zodat zij ondersteuning kunnen krijgen als opvoeden lastig wordt. Jeugdzorgprofessionals kunnen hierbij een belangrijke rol spelen. Verder hebben we aanwijzingen dat het ontstaan of verergeren van psychische klachten bij kinderen kan worden voorkomen als PTSS bij hun ouders tijdig wordt herkend en behandeld. In de volwassenen-ggz is het belangrijk te erkennen dat ouderschap een centrale plek in het leven van mensen inneemt. Dit kan de behandeling betekenisvoller maken en ouders helpen de behandeling vol te houden. Sta er bijvoorbeeld met cliënten bij stil hoe hun symptomen de interacties met hun kind beïnvloeden en hoe ze daaraan kunnen merken dat het beter of slechter gaat. Of stel samen behandeldoelen op, gerelateerd aan het ouderschap, zoals activiteiten met het kind ondernemen die nu worden vermeden.

