In de Jeugdwet is ‘normaliseren' een strategie om problemen van jongeren en opvoeders als ‘normaal' aan te merken, waarvoor geen Jeugdhulp nodig is. Dat werkt averechts. De problemen worden niet genormaliseerd, het bieden van hulp wordt dat des te meer.
Filosoof Mary Midgley vergeleek filosofie graag en tot op hoge leeftijd met loodgieten. In haar jonge jaren in Oxford moest ze namelijk vaak de bevroren leidingen in haar huis aan de praat zien te krijgen. Loodgieters repareren leidingen, filosofen buigen zich over ‘lekkende’ concepten. Nu ben ik filosoof noch loodgieter, toch wil ik het graag hebben over een lekkend concept in de Jeugdwet: ‘normaliseren’, vaak in één adem genoemd met een ander concept, demedicaliseren.
Woorden kunnen lang hetzelfde blijven, terwijl de concepten veranderen. Dat gebeurde in de 19e eeuw met het woord ‘norm’. Onder invloed van het opkomende wiskundig en statistisch denken, werd een norm als ‘statistisch gemiddelde’ toegepast op kenmerken en gedrag van groepen mensen. Het onthulde nieuwe waarheden over onze samenlevingen en ons gedrag. Wat afweek, was voortaan meetbaar.
In de Jeugdwet is normaliseren een strategie om problemen van jongeren en opvoeders bij het opgroeien en opvoeden als ‘normaal’ aan te merken en niet als problemen waarvoor professionele hulp nuttig of noodzakelijk zou kunnen zijn. Deze problemen horen bij het ‘gewone’ leven, ze zijn ‘normaal’. Nu hebben we allemaal beelden bij het ‘gewone leven’ en bij normaal. Als je erop let, zie je ‘normaliseren’ vaak voorbijkomen als oproep, waarschuwing of afkeuring in relatie tot bepaald gedrag. Van uitingen van nazisme of bendegeweld tot mentale problemen bij jongeren. ‘Normaal’ en ‘abnormaal’ zijn in het ‘gewone’ leven nogal dynamisch.
Alweer een paar jaar geleden constateerde het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) in een essay dat normaliseren een ‘leeg’ begrip is. Volgens het NJi werd het ingezet om vanuit allerlei verschillende perspectieven te werken aan twee uiteenlopende doelen: enerzijds het realiseren van een inclusieve samenleving en anderzijds het verminderen van de inzet van specialistische jeugdhulp en beheersen van zorgkosten. Het advies was: werk aan een gedeelde visie op normaliseren.
Nu kun je je afvragen of dit een sterke strategie is om het lege begrip, dat (om met Mary Midgley te spreken) aan alle kanten lekt, inhoud te geven. Ik waag dat te betwijfelen; een gedeelde visie zie ik niet ontstaan. De normaliseringsstrategie pakt eerder averechts uit. Niet de problemen zijn genormaliseerd, het bieden van hulp des te meer.
Inmiddels spreken velen schande van het feit dat in Nederland 1 op de 7 jongeren jeugdhulp (nodig) heeft en dat het aantal jeugdhulpaanbieders is gestegen naar grote hoogte. “Immoreel”, zei de directeur van Jeugdzorg Nederland onlangs in een interview met Zorgvisie over de nieuwe visie van Jeugdzorg Nederland. Ik wist niet zeker wat hij bedoelde. Is het immoreel dat er zoveel individuele zorg wordt geboden? Of dat het zoveel geld kost? Of dat het geld niet daar terecht komt waar het ’t hardst nodig is? In ieder geval wil Jeugdzorg Nederland paal en perk stellen aan de jeugdhulp. Het motto van de nieuwe visie is ‘Versterk en beperk’. Focus op specialistische hulp en versterk de kwaliteit ervan. Normaliseren komt er niet in voor. ‘Het is niet aan de Jeugdzorg om te voorkomen dat kinderen in de problemen komen’.
Dat ligt anders in het wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdhulp, dat afgelopen februari het licht zag. Ook dit voorstel richt zich op het beperken van de jeugdhulp, maar houdt vast aan de normaliseringsstrategie. ‘De maatschappelijke druk op jongeren neemt toe, maar dit hoeft niet altijd te leiden tot jeugdhulp. Normaliseren en demedicaliseren is en blijft dan ook een belangrijk onderdeel van de Jeugdwet’, aldus het begeleidende Memorie van Toelichting. Voor dat normaliseren en demedicaliseren worden ‘stevige lokale teams’ ingezet, die een afgebakend kader krijgen om te bepalen wat gebruikelijke (lees ‘ouderlijke’) zorg is, en wat aanvullende of specialistische zorg.
Op zoek naar het lek
Wat doe je om een lek op te sporen? Je laat water door de leiding stromen. Het eerste lek zit in het realiseren van de inclusieve samenleving. It takes a village to raise a child, maar als die village alleen uit ouders, onderwijzers en jeugdhulpverleners bestaat, gaat er iets mis. Opgroeien en het opvoeden betekent dat we (kinderen) leren deel uit te maken van een gemeenschappelijke wereld. Die wereld lijkt minder inclusief te worden, heeft minder begrip voor elkaar en vertaalt maatschappelijke vraagstukken nogal eens naar individuele tekortkomingen. De oplossing ligt niet in het bieden van meer individuele jeugdhulp, maar in werken aan een omgeving en omstandigheden, waarin alle kinderen kunnen floreren. Opgroeien en opvoeden is niet alleen persoonlijk, het is ook politiek. We moeten de gemeenschappelijke en morele wereld scheppen en praten over het gewone leven, over wenselijk en immoreel gedrag, en het opgroeien en opvoeden daarin. Niet in de spreekkamers, maar aan talkshowtafels, in de gemeenteraad, het parlement, directie-overleggen van kleine en grote bedrijven, rechtbanken en op schoolpleinen.
‘It takes our children to raise our village’
Het tweede lek treedt op bij het afbakenen van de professionele hulp aan kinderen en gezinnen. Het stellen van grenzen aan de zorg vraagt een inhoudelijke visie en een ethische discussie over wat passende zorg is, een idee over hoe we dat beoordelen in termen van redelijkheid en verantwoording, hoe we dat vervolgens organiseren, vergoeden en hoe we de poort bewaken. Normalisering heeft hier het omgekeerde effect, omdat de wijze van financiering zorgaanbieders de ruimte heeft geboden het aanbod fors uit te breiden. Zorgverzekeraars hebben er een mooie term voor: aanbod geïnduceerd moral hazard – moreel gevaar. Zorgverleners bieden meer zorg wanneer de bekostiging hiervoor ruimte biedt, wanneer niet eenduidig is welke behandeling het beste is en wanneer zij verwachten dat er weinig risico op schade is voor de patiënt. De innige omarming van normalisering en demedicalisering biedt deze ruimte volop. Het zal zelfs nog meer gaan lekken, wanneer de rol van de poortwachter, die goede papieren heeft om psychische én somatische risico’s voor het kind en gezin in te schatten – de huisarts dus – wordt ingenomen of overgedaan door een ‘stevig lokaal team’.
It takes our children to raise our village. Er zijn mooie, maar ook veel minder mooie dingen te verbinden aan normaliseren en demedicaliseren in de zorg. Maar stop ermee in de Jeugdwet. Het lekt nu niet alleen, het schaadt.
Over de auteur
Monika Scholten faciliteert als programmaleider initiatieven en bewegingen in de jeugdhulp, gericht op leren en ontwikkelen.

