Met de naderende verkiezingen is het maar de vraag of de zachte stem van jongeren wordt gehoord. Toch kunnen we allemaal bouwen aan een visie en plan voor hun toekomst.
Er komen verkiezingen aan, maar niet voor wie nog geen achttien is. Dat heeft voordelen. Je hoeft geen stemwijzer in te vullen, geen verkiezingsprogramma’s door te spitten, geen campagnes te volgen. Je bent geen doelgroep voor campagnemarketing. Je raakt niet in linkse of rechtse bubbels verzeild. En je hoeft niet te schrikken als je er op 30 oktober achter komt dat je toch bent vergeten naar het stembureau te gaan. Er zijn ook nadelen. Als kinderen en jongeren geen betekenisvolle kiezersgroep vormen, is de kans dat het jeugdbeleid een verkiezingsthema wordt niet groot. Terwijl een politiek debat erover helemaal geen kwaad kan.
Het Nederlandse jeugdbeleid heeft al jarenlang hetzelfde doel: alle kinderen groeien gezond, veilig en kansrijk op. Niemand is erop tegen; we geloven dat het kan; het is een recht van kinderen dat wettelijk wordt beschermd; ouders, leerkrachten, professionals in de jeugdzorg doen er elke dag hun best voor, en er is veel onderzoek naar hoe het steeds beter kan.
Wat dat laatste betreft: het doel wordt aardig gemonitord. Er zijn veel data als het gaat om de gezondheid, het fysieke en mentale welbevinden, de ervaren sociale veiligheid, schoolprestaties, uitval, middelengebruik, enzovoorts. Die veelheid aan data, big data, vraagt wel om deugdelijke duiding. Anders wordt het prijsschieten. Ontwikkelingen in het gezond, veilig en kansrijk opgroeien van kinderen kunnen worden uitvergroot of gedramatiseerd, maar ook genuanceerd of genegeerd.
Kansrijke start
Zo’n duiding heeft plaatsgevonden in een onderzoek naar het gebruik van big data ten aanzien van een kansrijke start van kinderen. Het is een onderdeel van een omvangrijk programma dat in 2018 begon om kwetsbare ouders te helpen, zodat hun kinderen zo gezond mogelijk hun leven beginnen in de eerste duizend dagen. Die eerste duizend dagen, zo blijkt uit het onderzoek, worden door een veelheid aan factoren beïnvloed. De economische positie van het gezin, de gezinssamenstelling, de uitkomsten van eerdere zwangerschappen, het mentale welbevinden van de moeder, en nog veel meer indicatoren zijn potentiële ‘risico’factoren in een kansrijke start voor kinderen.
Nu lijkt me dat het spitten in ‘big’ data altijd wel zoiets oplevert. Voor de gezinnen zelf en de mensen die in de jeugdzorg werken met gezinnen die in een kwetsbare situatie verkeren, zal het ook geen verbazing wekken. Ze ervaren de uitkomst van het samenspel van die factoren dagelijks. En je kunt je eigen leven of dat van de mensen aan wie je hulp verleent niet dagelijks als ‘risico’ beschouwen.
Precies hier wordt het interessant. Vanuit de landelijke monitor die door alle gemeenten in Nederland kan worden gebruikt, zijn instrumenten ontwikkeld die helpen om in de praktijk ‘kennisgestuurd en impactgedreven’ te werken. Binnen ‘kansrijke start’ gaat het, naast de monitor, onder meer om een instrument waarmee hulp- verleners al vroeg – tijdens de zwangerschap – risicofactoren in beeld kunnen brengen en dus vroeg preventief hulp kunnen inzetten (www.kansrijk-opgroeien.nl). Ook is er een routekaart voor gemeenten, verantwoordelijk voor het basispakket jeugdgezondheidszorg binnen de wet Publieke Gezondheid, om ‘impactgedreven’ beleid te maken. Data gebruiken voor betere hulp en beter beleid: dit programma laat zien dat het kan.
Weten is nog geen doen, constateerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in 2017. Kennisgestuurd en impactgedreven beleid maken kent twee problemen. Het eerste probleem ligt aan de kant van het weten zelf: de wetenschappelijke kennis bestaat uit veel verschillende stukjes die niet altijd in elkaar worden gepast. Het tweede probleem haakt op het doen: we doen niet altijd wat werkt. Soms doen we zelfs wat niet werkt. Gemeenten kunnen bijvoorbeeld preventieprogramma’s inkopen waarvan bekend is dat ze niet werken. En de programma’s waarvan bekend is dat ze werken, blijven op de plank liggen. Beide problemen hebben iets gemeen: belangen.
In wetenschappelijk onderzoek en in het beleid worden keuzes gemaakt, en dat betekent dat belangen worden afgewogen. Het afwegen van belangen is onvermijdelijk, we hebben er zelfs een naam voor: politiek.
De zachte stem van kinderen
We kunnen de jeugdhulp innoveren en kansrijker beleid maken door te leren doen wat werkt, en ernaar te handelen. We kunnen de kennis beter leren benutten met instrumenten zoals storytelling, visualisaties en wat al niet meer. Maar weegt het op tegen de in wetenschappelijke kennis gefundeerde marketing van menig frisdrankfabrikant of cosmeticabedrijf, voor wie kinderen en jongeren een belangrijke doelgroep zijn? Weegt het op tegen de marginale plek van de jeugdzorg in het huidige politieke debat? Weegt het op tegen het feit dat de maatregelen die op andere beleidsterreinen worden genomen niet worden getoetst op de effecten op alle kinderen?
Recent verscheen de eerste editie van de Global Youth Participation Index (GYPI). Deze index, ontwikkeld door de European Partnership for Democracy, laat zien dat jongeren tussen de vijftien en dertig jaar graag willen bijdragen aan de politiek en samenleving. Ze stuiten echter op politieke systemen en beleidsstructuren die hun deelname belemmeren. Nederlandse jongeren scoren in de index vrij hoog met een uitzondering op politieke participatie; ze zijn ondervertegenwoordigd binnen politieke partijen en jongerenraden en jongerenorganisaties worden wel geraadpleegd, maar deze organisaties beslissen niet mee. De stem van jongeren in de belangenafweging is daarmee een zachte stem. Goed luisteren is niet voldoende, er moeten ook luidsprekers zijn.
Het gezond, veilig en kansrijk opgroeien van kinderen gaat over onze toekomst. Goed opvoeden en fijn opgroeien maakt nog geen betere wereld. Met een visie en een plan voor de toekomst, waaraan we allemaal kunnen bouwen en waarvan alle kinderen straks dragers zijn, kunnen we belangen wel beter afwegen.
Het jeugdbeleid is meer dan een zin in een verkiezingsprogramma of een sideshow in de verkiezingscampagne. Het is de hoofdact.
Over de auteur
Monika Scholten faciliteert als programmaleider initiatieven en bewegingen in de jeugdhulp, gericht op leren en ontwikkelen.

