In de dagelijkse praktijk zien we het regelmatig: een kind wordt aangemeld met klachten, maar de oplossing ligt zelden alleen bij het kind.
Neem baby Max, die veel huilt; Marieke van veertien jaar, die zich steeds verder terugtrekt, of Noor, moeder van drie uit huis geplaatste kinderen, die kampt met trauma. Elk verhaal is uniek en toch raakt elk een andere essentiële laag van het gezin: de onderlinge dynamiek, het onverwerkte verleden van de ouders, of de gebrekkige co-regulatie tussen ouder en kind. Het zijn geen individuele problemen, maar signalen uit een systeem dat hulp nodig heeft.
Het interview met Jan Baars (pagina 16) en het artikel van Manon van Dal en Judith de Vroomen (pagina 6) herinneren ons eraan dat systemisch en gehechtheidsgericht werken geen luxe is, maar een praktische noodzaak. Het leidt tot beter begrip van de oorsprong van problemen, en soms zijn klachten zelfs niet goed te behandelen zonder het gezin of het sociale systeem erbij te betrekken.
Baars benadrukt dat we te veel zijn gaan denken in individuen, diagnoses en korte trajecten. Maar wie ooit met een tiener heeft gewerkt die zegt: “Mijn ouders snappen me niet”, weet dat je niet om het gezin heen komt. En toch: hoe vaak nodigen we ouders écht uit? Niet als bron van informatie, maar als actieve gesprekspartner in het herstelproces?
Het ‘gehechtheidshuis’ dat Van Dal en De Vroomen ontwikkelden, biedt daarbij een concreet hulpmiddel. Het is geen test of vragenlijst, maar een visuele metafoor die gesprekken ontgrendelt. Door het huis laag voor laag te bekijken, krijg je toegang tot onderwerpen die anders moeilijk bespreekbaar zijn: de fundering (de jeugd van de ouder), de schoorsteen (emotieregulatie), de trap (de verbinding tussen ouder en kind). En door met het gezin samen het huis te tekenen, ontstaat een gezamenlijk verhaal – geen oordelend, maar een erkennend verhaal.
In de praktijk betekent dit: begin niet met het kind, maar met de relatie tussen ouder en kind. Vraag niet alleen naar klachten, maar ook naar krachten en beschermende factoren. Betrek het netwerk: wie zijn de belangrijke anderen? Oma? Buurvrouw? Leraar? En durf huisbezoeken te doen, ouders te vragen naar hun eigen jeugd en te spreken over wat niet gezegd wordt. We hoeven niet allemaal systeemtherapeut te zijn, maar we kunnen wél allemaal systemisch denken.
We zitten gevangen in een systeem van wachtlijsten, urenverantwoording en afgepaste protocollen. Maar zoals Baars zegt: “Minder behandelen, meer puzzelen. Neem de tijd om de knoop in het leven van je cliënt te ontwarren.” En misschien is dat het ware vakmanschap: niet alles willen fixen, maar ruimte maken voor verbinding, reflectie en herkenning. Het gehechtheidshuis kan daarbij helpen – als brug, als gespreks- leider en als herinnering dat niemand herstelt in zijn eentje.
Over de auteur
Annemarie de Leng is hoofdredacteur van Kind en Adolescent Praktijk en psycholoog bij DC-klinieken.

