Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Helpen een eigen weg te vinden

Coming-of-agefilms zeggen veel over de manier waarop wij als samenleving kijken naar opgroeien. En dus ook over ons, degenen die het als hun taak zien het lijden van jonge mensen te verlichten.
This way, that way, my way signpost. Guidance concept.
© Jon Anders Wiken / stock.adobe.com
“Kan ik iets toevoegen aan de wereld om me heen?”, vraagt Ollie zich af. “Ik baan mijn weg tussen alle wegen die al gebaand zijn. Alles is al een keer gedaan. Hoe kan ik bezig zijn met mijn eigen dingen en leren er zelf iets van te vinden? Ik ben bang dat mij dat niet gaat lukken. Dat is denk ik coming-of-age”.
Ollie en ik praten over onze favoriete films in het coming- of-agegenre, wat er coming-of-age aan is en welke scenes de allerbeste zijn. Good Will Hunting komt voorbij, maar ook Spirited Away, Mid90’s en Call me by your name. Bij Inside Out twijfelen we. In al deze films is een hoofdfiguur in verwarring over de eigen identiteit, over waar of bij wie hij hoort of past. Het begint vaak met een verlies of een ingrijpende gebeurtenis. Uiteindelijk neemt de protagonist een besluit, overwint de eigen weerstanden en groeit. De verhalen – alleen de echt goede – gaan over die persoonlijke groei en hebben iets universeels: we delen als kijker in de transitie naar volwassenheid, op onze eigen, specifieke manier. De films in dit genre verbinden generaties en bieden een kijkje in de wereld van opgroeien. Er wordt gerebelleerd, kopje onder gegaan; als de hoofdfiguur valt, vallen we mee; als ze groeit, groeien we mee, en als hij opstaat, doen wij dat ook. “Het is niet feelgood, het is feel inspired”, zegt Ollie. Het loopt niet per se goed af, maar de filmpersonages inspireren hem om toch een weg te zoeken.
De aanleiding van ons gesprek over coming-of-agefilms is de Telefilm En we vliegen door de dagen. De film gaat over de hechte vriendschap tussen Jade en Kaitlynn. Jade plooit haar leven om dat van Kaitlynn en haar vurige wens het leven te beëindigen. Jade worstelt met deze wens. Ze voelt zich verantwoordelijk en doet er alles aan om Kaitlynns wens in vervulling te laten gaan. Jades weg naar volwassenheid en het euthanasietraject van Kaitlynn, dat uitvoering en zorgvuldig wordt toegelicht, lopen parallel.
In haar wens om haar vriendin te helpen, stelt Jade het zoeken naar antwoorden op haar éigen (levens)vragen uit. Ze is vooral boos. Boos op de huisarts die het euthanasietraject niet in gang durft te zetten, op alle zorgverleners die Kaitlynn eerder doorverwezen, omdat ze haar niet konden of wilden helpen, op iedereen die Kaitlynn niet begrijpt. En ze is boos op Kaitlynn zelf, die al veel eerder heeft besloten dat haar psychisch lijden ondraaglijk en steeds uitzichtlozer is geworden.

Spiegel van percepties

Binnen cultural studies worden coming-of-agefilms onderzocht als ‘katalysator voor gesprekken over maatschappelijke veranderingen’. Ze houden ons een spiegel voor die de maatschappelijke percepties weerkaatst van het opgroeien. Voor euthanasie onder jongvolwassenen geldt dat het inmiddels een terugkerend onderwerp van gesprek is, en van controverse en discussies in artikelen, interviews, documentaires, boeken, podcasts en films.
In de Filmkrant lees ik een interview met de makers van En we vliegen door de dagen. Ze kozen bewust voor het perspectief van de hartsvriendin, vertelt een van hen, Janne Schmidt: “Ook al omdat het heel interessant is hoe je als ‘buitenstaander’ met dit complexe onderwerp omgaat. Het is uiteindelijk ons streven om het thema op een zo open mogelijke manier te benaderen en de kijker er zelf over te laten nadenken.” Oordeel niet en zorg goed voor elkaar, luidt hun boodschap.
De maatschappelijke realiteit voert echter verder. Er worden wel degelijk oordelen verwacht; er moeten besluiten worden genomen. Een van de vragen is of de euthanasiewens voorkomen kan worden als er eerder passende hulp wordt geboden. Nee, zegt Kaitlynns vader in de film. De zoektocht naar een antwoord op het psychisch lijden van zijn dochter heeft geleid tot meer psychisch lijden; een passend antwoord werd niet gevonden en is er niet. Ja, dat kan wél, suggereert GroenLinks-politica Lisa Westerveld in een interview in NRC, begin 2026. “Onlangs nog kreeg ik een mailtje van een jongere die een bepaalde behandeling nodig had die niet voorhanden was, en die nu als enige uitweg een euthanasietraject zag”. Samen met huisarts Bernhard Leenstra wil Westerveld, die zich in de Tweede Kamer al jaren hard maakt voor kwetsbare jongeren, meer discussie over falende jeugdzorg. Westerveld en Leenstra pleiten voor praktische oplossingen voor de complexe, zware problematiek onder jongeren. Ze stellen voor btw te heffen op onbewezen behandelmethodes, willen landelijke regie in plaats van lokale, specialistische centra in het geval van heel complexe problemen, een betere beloning van artsen die zich wél in de ernstige gevallen verdiepen (in tegenstelling tot collega’s die complexiteit uit de weg gaan), en stoppen met de marktwerking in de ggz.
Oordeel niet? Dat wordt vaak wél van ons verwacht
Het raakt een snaar, die ‘can do’-oproep. Je wilt meteen aan de slag, iets doen, bijdragen, het oplossen, rebelleren. Je wilt de weg vinden, zou Ollie zeggen. Feel inspired.
Toen dacht ik aan Jade en aan Kaitlynns vader. En aan de mensen die hun leven opschorten, terwijl ze nauw betrokken zijn bij het psychisch lijden van iemand van wie ze zielsveel houden. Ik dacht aan al die mensen die een oordeel moeten vellen over jongeren, die kwetsbaar zijn, lijden, zorg nodig hebben. En aan al die mensen die zich vaak persoonlijk of in hun werk machteloos voelen tegenover het onmetelijk psychisch lijden van anderen, in een poging te luisteren en te begrijpen. Ik dacht aan al die mensen die al oplossingen hadden bedacht, of eraan werkten, of ze onderzochten. Daarna vroeg ik me af aan hoeveel mensen ik nu precies dacht. Of al deze mensen ook belangrijke vragen ontweken of zaken aan het opschorten waren. En wat die vragen of zaken dan waren.
De vragen die Ollie zichzelf stelt – hoe kan ik iets toevoegen aan de wereld? – zijn net zo goed typische en universele zorgvragen: hoe kan ik mee zorg dragen en de ander het beste helpen? Ik denk niet dat we falen als we jonge mensen zoals Ollie niet altijd kunnen helpen betekenisvol te leven. Maar we falen wel in ons betekenisvol leven als mee zorg dragen en ons uiterste best doen de ander te helpen daar geen deel van uitmaakt. Wat dat kan betekenen, laten jongvolwassenen zien, in hun struikeltocht naar een volwassen leven.

Over de auteur

Monika Scholten faciliteert als programmaleider initiatieven en bewegingen in de jeugdhulp, gericht op leren en ontwikkelen.