Boek • Scapino, de ontsnappingskunstenaar | Boek • Trauma ontrafelen en veerkracht weven met narratieve en systeemtherapie | Streaming • Psychedelisch pionieren | Film • Good one | Boek • HYPE. Vroege interventie voor jongeren met persoonlijkheidsproblemen | Boek • In therapie

Boek • Scapino, de ontsnappingskunstenaar
Schrijver Arthur Japin en illustratrice Charlotte Dematons, beiden groot dansliefhebber, hebben het verhaal over Scapino samen ‘gecomponeerd’ en bewerkt. Scapino is een personage uit theatervoorstellingen uit de 17e eeuw. Japin schetst hem als ontsnappingskunstenaar. Hij moedigt kinderen aan om, net als Scapino, hun eigen wereld te scheppen, door te dansen of een ander vorm van verbeelding . Want dat is waar het in het verhaal om gaat, lezen we: ‘Hoe belangrijk het is niet te worden zoals iedereen.’ Het boek, dat in de befaamde reeks ‘Gouden Boekjes’ verschijnt, is opgedragen aan Ed Wubbe, ter ere van zijn afscheid bij het Scapino Ballet Rotterdam, waar hij als choreograaf en artistiek directeur lange tijd aan was verbonden. (CvG)
Boek • Trauma ontrafelen en veerkracht weven met narratieve en systeemtherapie
Sabine Vermeire, 2025 | Uitgeverij Hogrefe | 288 pagina’s | € 35,00
Trauma ontrafelen en veerkracht weven is vooral een beschrijving van de manier waarop systeemtherapeutisch en narratief therapeut Sabine Vermeire haar werk met kinderen en jongeren in hun (gezins)systemen vormgeeft. Ze laat zien hoe ze in gesprek gaat met kinderen, op welke manier ze jongeren die therapie moe zijn en/of hulpverleners wantrouwen toch probeert te betrekken. Als er iets opvalt in haar werkwijze, dan is het haar geduld en compassie. In alle voorbeelden die ze noemt, laat ze zien over een lange adem te beschikken. Ze geeft jongeren ruimte, beweegt mee en al doende lukt het haar om hun perspectief wat te verbreden. Andere verhalen krijgen de ruimte, nieuwe perspectieven worden ontdekt en een vergeten netwerk geherwaardeerd.
Het is een beschrijving en beslist geen handleiding. De voorbeelden zijn specifiek, de gebruikte creatieve middelen en narratieve technieken passen bij dit ene gezin, zijn speciaal gevonden en ontdekt voor en veelal ook samen met deze jongere of dit kind. Tegelijkertijd is het breder dan dat. Door mee te mogen kijken met Vermeire en mee te lezen met de gesprekken die zij met kinderen heeft, ontstaat een beeld van hoe het ook zou kunnen. Door terug te lezen welk effect haar creatieve ideeën hebben gehad, geeft het de lezer vertrouwen in de mogelijkheden die er zijn. Vooral de veerkracht en flexibiliteit van de beschreven kinderen is opvallend; kinderen die het vaak net een beetje anders uitvoeren dan verwacht en daarmee de therapie naar hun hand weten te zetten. Een vorm van eigenaarschap en regie die wordt gefaciliteerd door de houding en flexibiliteit van de therapeut en waar ze met veel zorg en aandacht ook nog het netwerk bij betrekt.
Het boek geeft een prachtig inkijkje in haar werk en waardevolle ideeën om zelf over na te denken en toe te passen. Zoals de mooie brieven die ze schrijft aan kinderen over de sessie, ze zijn tegelijkertijd een samenvatting en een hervertelling, waarin accenten net anders worden gelegd. Kinderen worden hierbij echt gezien en ze bieden een nieuw perspectief. Zo beschrijft ze ook verschillende interviewtechnieken als gespreksvorm voor kinderen om met hun ouders in gesprek te gaan en gebruikt ze beeldende technieken waarmee kinderen grip krijgen en wat afstand creëren tot dat wat er gebeurd is, maar ook rollenspelen om het verhaal te vertellen en nieuwe verhalen toe te voegen. Misschien is het geen handleiding om het zelf te kunnen, maar dan toch zeker een uitnodiging om het zelf te gaan proberen.
Ingrid Remeijer is gedragsdeskundige/behandelaar in de specialistische Jeugd-ggz.
Streaming • Psychedelisch pionieren
Twee mannen (Alex, veertiger, werkzaam bij de NS) en Fimme (dertiger, cabaretier) worden in deze documentaire van Kim Smeekes gevolgd in hun zoektocht naar verlichting van hun psychisch lijden. Alex heeft vele suïcides op het spoor meegemaakt en lijdt aan chronische PTTSS en Fimme is voormalig drugsverslaafde en kampt nu met een eetstoornis. Om hun nood te lenigen, gaan beiden het experiment aan om psychedelica te gebruiken. (CvG)
Film • Good one via Pathé thuis, Ziggo of PICL
In deze film, opgenomen in de prachtige Adirondacks, een heuvelachtig gebied ten noorden van New York, gaan een meisje van zeventien, haar vader en diens goede vriend een trail van drie dagen lopen. De spanning en irritatie tussen de drie wandelaars wordt steeds groter, maar blijft tussen hen in hangen. Juist deze dynamiek in de ongerepte natuur geeft de film een bijzondere sfeer en maakt het verhaal authentiek en geloofwaardig. (CvG)
Boek • HYPE. Vroege interventie voor jongeren met persoonlijkheidsproblemen
Christel Hessels, 2025 | Uitgeverij Boom | 288 pagina’s | € 42,50
Over de borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS) bestaan nogal wat vooroordelen en misverstanden. Ook onder hulpverleners; zo zou het schadelijk zijn iemand op jonge leeftijd een – stigmatiserend – label op te plakken. Het omgekeerde is het geval, betoogt klinisch psycholoog Christel Hessels in HYPE. Vroege interventie voor jongeren met persoonlijkheidsproblemen. Want door de diagnose niet te stellen, ontneem je een jongere de kans op vroege interventie.
Jongeren bij wie BPS pas laat wordt vastgesteld, hebben vaak klinische zorg nodig, die vanwege het intensieve karakter slechts beperkt beschikbaar is. In 2016 haalde Hessels daarom het succesvolle vroege interventieprogramma HYPE (Helping Young People Early) vanuit Australië naar Nederland. Zo konden meer jongeren in een eerder stadium van hun stoornis worden geholpen.
Hessels ziet ruimte voor verbetering. Omdat persoonlijkheidsstoornissen veel voorkomen, zouden alle hulpverleners die met jongeren werken op de hoogte moeten zijn van risicosignalen. Vroeg hulp bieden hoeft niet intensief of ingewikkeld te zijn. Een jongere die soms moeite heeft zijn emoties te reguleren, kan al geholpen zijn met enkele ondersteunende gesprekken met een welzijnswerker of de POH-ggz. In haar boek geeft Hessels hulpverleners concrete tools om risicofactoren te herkennen en op niet-stigmatiserende wijze te bespreken.
HYPE, aangeboden in de specialistische ggz, komt in beeld als jongeren minstens een jaar kenmerken van BPS laten zien. Het programma duurt een half jaar en rust op drie pijlers. Samen met een psychosociaal hulpverlener oefent een jongere met praktische zaken uit het dagelijks leven, zoals het voorbereiden van een sollicitatie. In systeemgesprekken wordt de omgeving van de jongere bij de behandeling betrokken; dat kunnen ouders zijn, maar ook vrienden of een partner. Samen met zijn individuele therapeut bepaalt een jongere de focus van de behandeling. Een jongere kan het bijvoorbeeld lastig vinden om dingen met anderen te delen (focusprobleem) vanuit de overtuiging niet de moeite waard te zijn (focuspatroon). Gaandeweg leert de jongere de verschillende manieren herkennen waarop dit patroon in zijn relaties met anderen tot uiting komt en gaat hij oefenen met nieuw gedrag.
Hessels houdt een krachtig en goed onderbouwd pleidooi om jongeren met persoonlijkheidsproblematiek zo vroeg mogelijk te helpen hun leven op de rit te krijgen. Natuurlijk, er is nog veel werk aan de winkel. De effectiviteit van HYPE in Nederland moet nog worden onderzocht, en de knip in de hulpverlening aan jongeren onder en boven de achttien jaar vraagt extra inspanning van hulpverleners om goed samen te werken. Maar in een tijd van alsmaar negatieve berichtgeving over toenemende mentale problemen onder jongeren en een dichtslibbende ggz is het prettig als iemand met een logische oplossing komt. Hessels zelf zegt het zo: “Vroege interventie is geen hogere wiskunde.”
Annemarie Huiberts is freelance journalist.
Boek • In therapie
Lena Bril, 2025 | Uitgeverij Prometheus | 264 pagina’s | € 22,99
Het afgelopen jaar heeft Lena Bril (1992) een column gehad in Trouw, waarin ze op zoek ging naar verschillende vormen van reguliere en alternatieve therapie; een zoektocht naar ‘houvast’ die ze nu in een boek heeft vastgelegd. Hoe komt het dat steeds meer mensen in therapie gaan? En dat meer therapie niet leidt tot minder klachten?
Bril heeft een vlotte pen en beschrijft scherp en helder. In therapie is het residu van haar innerlijke reis, die ze als participerend observator beschrijft. Na de dood van vader Martin Bril (geliefd en geroemd schrijver en columnist) in 2009 gaat ze studeren, loopt stage en wordt regelmatig geconfronteerd met spanning en (gecompliceerde, uitgestelde?) rouw. Bij de ‘therapeut met de zachte ogen’ voert ze langere tijd gesprekken. Ze knapt ervan op en gaat op eigen houtje verder. Nieuwe ronde met veel werk. Als de huisarts burn-out vaststelt, gaat Bril terug naar de therapeut om te ontdekken wat haar zoveel onrust, stress en spanning geeft.
Na tien jaar reguliere ggz en concluderend dat ze nog steeds niet van klachten als slecht slapen, piekeren en onlust af is, besluit Bril in het alternatieve circuit rond te kijken en daaraan, als gast of cliënt, deel te nemen. Zo bezoekt ze een paardencoach, een vorm van therapie die enorm in opmars is en beschrijft op grappige wijze welke interventies en duidingen de coach toepast. Als professional lees ik met kromme tenen over deze therapeutische sessie; de deelneemster die wordt opgevoerd kan ook schade ondervinden. Bril typeert deelneemster en coach beiden te een-dimensionaal.
Ook de truffelretreat is beeldend beschreven; mensen met allerlei klachten en problemen verzamelen zich in een yurt en nemen plaats op een mat. Na het innemen van de psychedelica kan eenieder verlicht worden en bewustwording ervaren. Dat deze mensen al veel hulp hebben gezocht en een oplossing voor hun lijden zoeken, blijft onderbelicht. Bril is vooral journalist en geïnteresseerd in het beloop, het proces. Ze beschrijft nauwgezet en heeft sympathie, maar het roept ook onbehagen en een zekere beschaamdheid op bij mij. Mensen die hulp zoeken zijn nu eenmaal kwetsbaar – soms te makkelijk om er grappig over te schrijven.
Bril heeft weinig op met de psychologen en psychiaters: “Ze delen labels uit; mensen krijgen stoornissen die gedeeltelijk definiëren wie je bent; een excuus voor je falen en waar je dan vervolgens met pillen of praattherapie kunt leren ermee te leven.” Die zin verbaast mij, omdat Bril in die ruim tien jaar psychotherapie (waarvan vier bij een psychiater) na elke sessie had kunnen stoppen, haar bezwaren of gemankeerde behoeftes had kunnen bespreken en nagaan of deze hulp voor haar geëigend was. Te weinig belicht is het werkzame deel van de ‘praattherapie’, waarbij therapeuten op grond van – evidencebased – kennis en kunde elke dag cliënten spreken en hun proberen nieuwe perspectieven, vaardigheden, inzichten te verschaffen. Meer kunnen we niet doen; de cliënt moet zelf het grote werk opknappen: houvast halen uit het dagelijks leven, verdragen dat je af en toe heel miserabel kunt zijn en toch op jezelf vertrouwen.
Clarisse van Gorkom is psychotherapeut, gz-psycholoog, seksuoloog, supervisor en docent.