Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Dwang en het ‘brein’

In deze rubriek buigt Else de Haan zich over wetenschappelijke publicaties die van betekenis zijn voor de praktijk. Hoe is het onderzoek uitgevoerd en wat zeggen de resultaten? En: is nader onderzoek gewenst?
Foto: Aleid Denier van der Gon
Premium

Dat geldt ook voor de dwangstoornis (OCS). Wie wil niet graag een verklaring vinden voor die wonderlijke aandoening? Er wordt dan ook heel wat onderzoek gedaan naar het brein van mensen (ook van kinderen) met een dwangstoornis. Niet zonder succes. De hersenen van mensen met een dwangstoornis verschillen van die van mensen zonder een dwangstoornis, blijkt uit een groot aantal onderzoeken (zie bijvoorbeeld Nakao e.a., 2014). ‘Aha, dat is dus de verklaring,’ zou je nu kunnen denken: er is een fout in de hersenen. Die conclusie trekt bijvoorbeeld de Hersenstichting, die op haar website onder Oorzaak (van de dwangstoornis) schrijft: ‘Bij mensen met een dwangstoornis is de hersenactiviteit verhoogd in de voorste hersenkwabben en in dieper gelegen hersenstructuren (..).’ Ook gerespecteerde onderzoekers opperen de mogelijkheid dat verstoringen in dat circuit leiden tot obsessies en die weer tot dwanghandelingen (Pauls e.a. 2014). Een fout in de hersenen is de oorzaak van de dwangstoornis, is dan de conclusie. Toch kunnen we die conclusie niet trekken. Verschillen zeggen niets over oorzaken, en correlaties – tussen dwangsymptomen en vorm of functioneren van de hersenen – evenmin. Vreemd genoeg wordt dat in al het hersenonderzoek nooit duidelijk gezegd. Maar daar komt verandering in.

Twee jaar geleden verscheen een interessant artikel over een groot, wereldwijd onderzoek naar de hersenen van kinderen en van volwassenen met een dwangstoornis (Boedhoe e.a., 2017). De studie is onderdeel van onderzoek van het zogeheten ENIGMA-consortium, dat wereldwijd hersenonderzoek doet naar een groot aantal psychische en neurologische stoornissen. De naam van het consortium is ontleend aan de naam van de codeermachine die de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog gebruikten en waarvan de code door Alan Turing werd gekraakt. In dit ENIGMA-OCS onderzoek zijn 25 behandelcentra betrokken, met de gegevens van ruim 1800 OCS-patiënten, waarvan ruim 300 kinderen. Interessant is dat niet alleen de gegevens van al die patiënten werden samengevoegd, maar dat ook naar verschillen tussen

Premium

Wil je dit artikel lezen?

Neem Kind en Adolescent Praktijk een maand gratis op proef. Na een maand stopt het proefabonnement automatisch.


    Al abonnee? Log dan in