Dorine van Namen promoveerde op 26 mei 2025 aan de Universiteit Maastricht met haar proefschrift ‘Please, see me’; the impact of addiction problems of relatives on young adult family members.
Waarom dit onderzoek?
In Nederland kampen zo’n 900.000 mensen met een verslaving aan alcohol, drugs of andere middelen. Hun familieleden – naar schatting 3 tot 4 miljoen mensen – worden vaak diep geraakt, maar blijven grotendeels onzichtbaar. Verslaving in de familie is nog altijd een taboe. Het onderzoek richtte zich op hogeschoolstudenten: wat maken zij mee door de verslaving van een familielid? Wat is de invloed op hun gezondheid, eigen middelengebruik, sociale leven en studiesucces? En welke steun kregen zij?
Wat heb je ontdekt?
Uit vragenlijstonderzoek bleek dat 16 procent van de 5.662 ondervraagde studenten (dat waren 881 studenten) een of meer familieleden met verslavingsproblemen heeft: ouders, stiefouders, broers/zussen en/of partners. Dertig van deze 881 studenten deden mee aan een kwalitatief vervolgonderzoek. De meeste deelnemers hadden meer dan één familielid met verslavingsproblemen, in verschillende combinaties: een moeder en stiefvader, een vader en broer/zus, of twee broers bijvoorbeeld. De deelnemers werden gedurende drie jaar enkele keren geïnterviewd.
De meerderheid rapporteerde ingrijpende gebeurtenissen: geweld, verwaarlozing, ongelukken, ziekte en soms overlijden van hun familieleden. Velen namen op jonge leeftijd een ouderrol op zich. Studenten met verslaving in de familie bleken in slechtere gezondheid. Ze hadden uiteenlopende klachten: pijn, hartkloppingen, menstruatieproblemen, slaapproblemen, eetstoornissen, depressie, angst, eenzaamheid, wrok, zelfbeschadiging en suïcidegedachten en -pogingen. Ook gebruikten ze vaker op een risicovolle manier alcohol en drugs, rookten ze vaker dagelijks en gebruikten ze vaker stimulerende medicatie, zoals Ritalin. Studievertraging en lesverzuim kwamen vaker voor. Daarnaast spraken deelnemers over verstoorde familierelaties, relatieproblemen, financiële zorgen, concentratieproblemen, faalangst en burn-outklachten op het werk, na afstuderen. Verslaving in de familie bleek het leven in de volle breedte op een negatieve manier te beïnvloeden.
De deelnemers hadden beperkte kennis over de aard van verslaving en het verslavingsgedrag van hun familieleden. Ze zochten informatie op internet of in de media, maar in hun onderwijs werd weinig kennis over verslaving overgedragen. Ook hulp en steun was beperkt. Degenen die zich gesteund voelden, noemden vooral ondersteuning uit hun directe netwerk – andere familieleden, partners, ouders van vrienden, buren – en docenten of studiecoaches als helpend. Langdurige vertrouwensrelaties en nabijheid bleken cruciaal voor effectieve ondersteuning. En juist deze factoren waren in de gezondheidszorg vaak afwezig.
Wat hebben professionals, ouders en kinderen hieraan?
Het onderzoek vergroot het bewustzijn van de moeilijke situatie waarin veel jongvolwassenen met familieleden met een verslaving leven. Het onderzoek leidt tot aanbevelingen voor het signaleren en herkennen van (jongvolwassen) familieleden in het onderwijs en de gezondheidszorg, met het doel hen zo snel mogelijk passende hulp te geven. Een gebrek aan zelfvertrouwen, faalangst en zich gemakkelijk aanpassen aan anderen kunnen signalen zijn, zeker als die samengaan met gezondheids- en slaapproblemen.
Jongvolwassenen met familieleden met verslaving ervaren veel stress en hebben een verhoogd risico op een breed scala van problemen. Ze verdienen het om beter geholpen, gehoord en gezien te worden door leraren, zorgverleners, familieleden en buren. Door ons allemaal.

