Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

‘Ik ga het helemaal anders doen’? Ja, dat kan wél

De opvoedtraining ‘Betere Start' blijkt tien jaar na de interventie nog steeds effectief: (ex-)gedetineerde moeders vertonen minder recidive en hun opgegroeide kinderen laten minder delinquent gedrag zien. Kunnen we intergenerationele overdracht van delinquentie tóch een halt toeroepen? En wat hebben andere doelgroepen hieraan?
© Mediaphotos / Stock.adobe.com

Iedere dag moeten zo’n 25 duizend kinderen een ouder missen omdat deze ouder in detentie verblijft. Voor een deel van deze kinderen gaat het hierbij om hun moeder; hoeveel precies weten we niet. Wel weten we dat van de circa drieduizend vrouwen die jaarlijks gedetineerd zijn naar schatting 70 procent moeder is van ten minste één minderjarig kind (Dienst Justitiële Inrichtingen, 2026). Het is goed voor te stellen dat, wanneer die moeder de primaire verzorger is en zij opeens weg is uit het leven van haar kind, de gevolgen groot zijn. Ook de terugkeer van moeder naar het gezin is een belangrijk overgangsmoment, zeker als zij langere tijd in detentie heeft gezeten en de opvoeding door bijvoorbeeld een familielid is waargenomen.

‘Ik ga het helemaal anders doen’ is een uitspraak die duidelijk weergeeft hoe menig gedetineerde moeder terugkijkt op hoe zij zelf is opgevoed en hoe zij naar de toekomst in brede zin kijkt: als ze weer thuis is bij haar kinderen. En misschien past die uitspraak ook bij oudere kinderen die hun moeder een tijdje hebben moeten missen en bedacht hebben dat zij nooit zelf in deze situatie terecht willen komen. Kunnen wij hen daarbij helpen en daarmee de ontwikkeling van kinderen van gedetineerde moeders positief beïnvloeden?
Kinderen van (ex-)gedetineerde moeders vormen een groep in kwetsbare omstandigheden; de impact van detentie voor deze gezinnen is enorm. Uit de wetenschappelijke literatuur blijkt bijvoorbeeld dat kinderen van (ex-)gedetineerde moeders tot de groepen horen met het hoogste risico op gedragsproblemen en latere delinquentie (Murray et al., 2012). Er is dus sprake van intergenerationele overdacht van delinquentie.
Opvoeding zou weleens een cruciale rol kunnen spelen bij die overdracht. Opvoeding is immers een belangrijke voorspeller van delinquentie, terwijl we weten dat de wijze waarop ouders opvoeden min of meer van generatie op generatie wordt overgedragen. Bovendien weten we dat de manier van opvoeden veranderbaar is en dat deze veranderingen effect hebben op het gedrag van kinderen: oudertraining gericht op opvoeding is de meest effectieve interventie voor kinderen met gedragsproblemen (De Lange et al., 2019).
Het voorgaande suggereert dat we, om de intergenerationele overdracht van delinquentie te doorbreken, ons weleens het beste zouden kunnen richten op relatief jonge kinderen van moeders in de periode rondom ontslag uit detentie. Er zijn verschillende redenen voor deze voorkeur voor gezinnen met relatief jonge kinderen. Ten eerste lijken antisociale gedragsproblemen veelal in de vroege
Premium


    Al abonnee? Log dan in