Zorgprofessionals ervaren de grilligheden van de hypernerveuze samenleving elke dag.
Door de groeiende wachtlijsten, bijvoorbeeld. Soms komen ze er zelf óók op, vanwege de werkdruk. Misschien kunnen we iets leren van wereldkampioen Femke Bol.
Femke Bol, wereldkampioen op de 400 meter hordenlopen, heeft een nieuw plan. Over twee jaar, een Olympisch jaar, wil ze de 800 meter lopen. Als buitenstaander ben je geneigd te denken dat dat niet zo’n lastige stap is. Femke dacht er echter een jaar over na alvorens ze, met haar trainer, het besluit nam. Ze begint weer van voren af aan. De 800 meter is een heel ander specialisme, dat meer duurvermogen vraagt. En veel meer tactiek. Mag je de 400 meter horden afleggen in een eigen baan, van de 800 meters die je loopt, loop je er 700 meter op een kluit. In die kluit moet je stevig kunnen staan, met je ellebogen werken, tactisch inzicht hebben. Het was in dezelfde week waarin de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) het adviesrapport Op de rem uitbracht. Die kluit, bedacht ik, leek wel een beetje op de hypernerveuze samenleving waarover het in dat rapport gaat. Presteren onder hoge druk, collectief druk uitoefenen op onszelf en elkaar, en proberen te versnellen precies wanneer elke vezel van je lichaam je vertelt dat je moet stoppen.
In haar veelomvattende en onderbouwde adviesrapport pleit de RVS voor maatschappelijke ontspanning. Niet door een appèl te doen op de individuele burger, maar op de samenleving en maatschappelijke instituties zelf. En met reden, zelfs met maatschappelijke urgentie. Want in een hypernerveuze samenleving ontwikkelen we individuele klachten, worden we ziek, vallen we uit. Dat kost geld. Tegelijkertijd holt de samenleving door, met nieuwe uitvallers in de maak. Zo worden we als collectief mentaal ongezonder. Het gaat sluipenderwijs. Met als nieuwste ontwikkeling dat jonge mensen, zo tussen 16 en 27 jaar, hierbij voorop zijn gaan lopen. De uitgebreid onderzochte U-vorm, die de ontwikkeling in de welzijnsbeleving van de bevolking beschrijft, is van vorm veranderd. Begon de U-vorm hoog bij jonge mensen om vervolgens te dalen met het stijgen van de leeftijd en zo rond de middelbare leeftijd de bodem van de u te raken en vervolgens weer omhoog te klimmen; in het meest recente onderzoek, uitgevoerd in 44 landen, laat die U-vorm zich niet meer zien. Het is een gestaag afnemende lijn geworden in mentale ongezondheid. De oorzaak is de afname van de mentale gezondheid van jongeren.
Bij veel zorgprofessionals zal Op de rem resoneren. Werken in de (jeugd)zorg geeft immers een heel behoorlijke inkijk in de grilligheden van de hypernerveuze samenleving. Zorgmedewerkers zien de uitvallers. Als ze deze niet zien, dan ervaren ze dat ze er zijn. Op een wachtlijst, die groeit en duwt. Soms komen ze er zelf ook op, vanwege de werkdruk. Die ligt in de jeugdzorg, die zowel in aantal medewerkers als klandizie groeit, nog iets hoger dan in de rest van de zorgsectoren. En soms drukken ze zelf mee, want als iedereen duwt, dan duw je terug. Er is geen ontkomen aan.
Kom je voorbij deze hypernerveuze samenleving? In het Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn-programma (AZW), een onderzoeksprogramma dat data en kennis verzamelt over de arbeidsmarkt in de zorg en het welzijn, verscheen alweer ruim een jaar geleden een scenario-analyse. De onderzoekers schetsten drie toekomstbeelden, waarvan een met de hoopvolle titel ‘Samen sterker als samenleving’. In die toekomst werken medewerkers in de zorg succesvol samen in preventie en vroegsignalering van aandoeningen, zijn er ondersteunende tools beschikbaar en zien we met z’n allen meer naar elkaar om. De samenleving is gezonder, waardoor de zorgvraag minder (zwaar) is. Mogelijk zijn er dan ook minder mensen nodig in de zorg, neemt de werkdruk af, worden mensen minder snel ziek en blijven ze langer werken.
Samen oefenen, elke dag
Ik vind het wel een mooi toekomstbeeld. Wie niet? De vraag is: hoe komen we daar? Is een beeld voldoende om ons als samenleving te sturen? Hebben we dan allemaal hetzelfde beeld? Of is er een duidelijk pad nodig, een weg die ons voorbij de hypernerveuze samenleving voert?
Waar het om gaat: scherpe, bedachtzame keuzes maken
Van Femke Bol kunnen we drie dingen leren. Misschien gelden ze niet voor de hele samenleving, dat laat ik graag aan de RVS. Maar misschien een beetje voor de jeugdzorg. Ten eerste, het werken en leven middenin een hypernerveuze samenleving, of kluit vraagt een goede voorbereiding. Dat begint met goede overdenking, gevolgd door intensieve oefening en training, niet af en toe, maar elke dag. We kunnen leren ons staande te houden en daar steeds beter in worden.
Ten tweede, we oefenen niet alleen, we oefenen samen. Er zijn trainers nodig, leraren, mensen die het voor kunnen leven, mensen die willen leren. We verwachten geen grote prestaties. We staan immers aan het begin. We leren en ontwikkelen.
Er zijn mooie initiatieven, zoals het platform ‘In je bol’ dat onlangs werd gelanceerd. Het biedt jongeren tussen de 16 en 27 jaar handvatten om te gebruiken wanneer het tegenzit, een luisterend oor, een herkenbaar verhaal. Als zorgmedewerker kun je ernaar verwijzen, naasten kunnen meekijken. Waar het mij om gaat, is dat het een collectief initiatief is. Zeven organisaties hebben de handen ineen geslagen om hun tijd, kennis en expertise te delen. Op deze manier scheppen ze waarschijnlijk meer samenhang, bieden meer betrouwbare informatie en beschikken over meer duurzaamheid dan ze ieder voor zich kunnen doen. Ze leren samen.
De derde en laatste les: er is geen rem, we hollen door. Zorgmedewerkers die teveel druk ervaren, gaan op zoek naar ander werk. Maar werkdruk is niet de belangrijkste reden om uit de wedstrijd te stappen. Twee andere redenen scoren hoger. Medewerkers stappen het vaakst uit omdat ze op zoek zijn naar een nieuwe uitdaging. En vervolgens omdat ze ontwikkelmogelijkheden zoeken. Precies! Zoals Femke Bol.
De hypernerveuze samenleving remt niet af. We kunnen er niet aan voorbij. We bewegen er middenin. Maar in de drang om te leren en ontwikkelen kunnen we de uitdagingen wel scherp en bedachtzaam kiezen. En samen oefenen om ze aan te gaan, elke dag.
Over de auteur
Monika Scholten faciliteert als programmaleider initiatieven in de jeugdhulp, gericht op leren en ontwikkelen.


