Redactie: Dit artikel is geschreven vlak voordat de minister op 29 augustus officieel excuses heeft aangeboden aan de ruim twintigduizend jongeren die in de gesloten jeugdzorg hebben gezeten en tegen jongeren die met hun mentale problemen in de jeugdgevangenis terechtkwamen.
De prijs van de schoolsluiting is voor kinderen en jongeren te hoog geweest. We moeten het nooit meer zo doen. De essentie van onderwijs is ontmoeting. Met de kennis van nu zou ik alles wat ik in me heb gebruiken om een schoolsluiting te voorkomen.” Het waren de woorden van Paul Rosenmöller (oud-voorzitter van de VO-raad) tijdens een zitting van de parlementaire enquêtecommissie corona in de laatste warme weken van juni.
Ik luisterde met een half oor. De beoordeling van de besluitvorming om scholen tot driemaal toe te sluiten liep uiteen. De Kinderombudsvrouw vond dat kinderen ‘onderaan hadden gebungeld’ in de afwegingen die het kabinet maakte. De onderwijsminister vond dat geen recht doen aan de inspanningen van het kabinet om de scholen open te houden. De kinderarts was boos op het kabinet dat de tweede schoolsluiting inzette om ouders thuis te houden en zo het aantal bewegingen te beperken. De voorzitter van LAKS zag dat het medische belang altijd voorging. “Het idee was toch”, blikte ze terug, “dat jongeren solidair moesten zijn”.
Wat me gaandeweg het luisteren raakte: deze mensen erkenden de schade van de schoolsluitingen voor kinderen, hadden geprobeerd het tegen te gaan, hadden daar een persoonlijke prijs van bedreiging voor betaald en beseften dat ze er niet in waren geslaagd.
Twee weken ervoor woonde ik een bijeenkomst bij in Nieuwspoort. Daar presenteerde ervaringskundige Jason Bughwandass het rapport Eenzaam gestorven, de opvolging van Eenzaam gesloten. Bood het eerste al een weinig verheffende inkijk in de situatie op afdelingen voor zeer intensieve kortdurende observatie en stabilisatie (ZIKOS), waar kinderen waren beschadigd tijdens langdurige opsluitingen, in Eenzaam gestorven onderzoekt hij hoe het de jongeren is vergaan na hun verblijf, en wat er is gedaan met de aanbevelingen uit het eerste rapport. De ondertitel vat het samen: een gebrek aan erkenning en het uitblijven van menswaardige opvolging van de aanbevelingen. De afdelingen waren weliswaar gesloten, maar de kinderen die op ZIKOS verbleven en de nabestaanden van kinderen die waren overleden, hadden geen excuses gekregen en geen ondersteuning bij herstel.
Het contrast was groot. Waar in de verhoren voor de parlementaire enquêtecommissie in allerlei bewoordingen de schade werd erkend van de schoolsluitingen voor kinderen en jongeren, bleef de erkenning van de schade voor jongeren die op ZIKOS-afdelingen verbleven vanuit het brede jeugdhulpveld uit.
De belofte van leren
‘First, do no harm’ is een belangrijk adagium in de zorg. Artsen leggen de artseneed af, psychologen en pedagogen verhouden zich tot een beroepscode. Terzijde: waar dat ‘first’ vandaan komt, weet ik niet. In de artseneed is het de tweede zin, in de beroepscode voor pedagogen artikel 14 en in de beroepscode voor psychologen moeten we doorbladeren naar artikel 21. Hoe het ook zij, beroepscodes leggen een grondslag onder het ethisch handelen. Dat betekent niet dat er geen schade wordt toegebracht door de beroepsbeoefenaren.
Schadelijk handelen gebeurt vanuit de inschatting dat niet-handelen nog schadelijker is.
Denk aan de niet-vrijwillig toegediende sondevoeding bij kinderen met een eetstoornis. Het is een ingrijpende behandeling, meerdere malen per dag, die beschadigend kan werken en bovendien niet bewezen effectief is. Bij de afweging spelen verschillende zaken een rol: is deze vorm van voeden proportioneel, is er een minder ingrijpende mogelijkheid, wat vindt het kind?
Schade kan ook worden toegebracht wanneer een diagnose of probleemanalyse onzeker is. Onder de klacht die wordt behandeld kan een andere klacht zitten die maakt dat de behandeling niet aansluit en zelfs schadelijk is. Of, wanneer wel duidelijk is wat er aan de hand is, de hulp vervolgens niet goed wordt uitgevoerd. Iemand geeft de verkeerde pillen of voert de therapie niet goed uit.
Allemaal vermijdbare schade door menselijk handelen. ‘Vermijdbaar’ betekent in ieder geval de belofte dat we kunnen leren van de fouten, dat we levensreddend kunnen handelen, dat schadelijke effecten kunnen worden verminderd, dat er, kortom, inspanningen worden verricht om die belofte in te lossen.
De schade voor kinderen door de coronamaatregelen en door opname op de ZIKOS-afdelingen heeft een overeenkomst. Ze behoort niet tot de belofte van leren. Het is nog maar de vraag wat er in een volgende pandemie gebeurt. En ook situaties zoals bij ZIKOS zijn niet uitgesloten in de toekomst. Er is immers geen diagnose of probleemanalyse denkbaar die ten grondslag kan liggen aan een langdurige opsluiting van kinderen of het ontzeggen van de toegang tot school en tot ontmoeting met leeftijdsgenoten. Dat het wel gebeurt, heeft andere oorzaken.
Daders en slachtoffers
In die warme weken van juni vroeg ik me dit af: Wat maakt dat de deelnemers aan de parlementaire enquêtecommissie volmondig deze schade erkenden, terwijl dat in de situatie van ZIKOS zoveel lastiger is?
De strijd om erkenning als motor voor individuele en maatschappelijke ontwikkeling is een relationeel proces met drie dimensies. Dat heb ik niet van mezelf, maar van Axel Honneth, die zijn theorie over erkenning ontwikkelde op basis van het werk van andere grote denkers en wetenschappers. We willen gezien en erkend worden in onze basisbehoeften, onze rechten en onze vaardigheden. Dat leidt tot vertrouwen in onszelf, respect en achting. Miskenning kan leiden tot strijd. Sociale conflicten ontstaan in ervaringen van disrespect binnen ongelijke machtsverhoudingen, op basis van leeftijd, sekse, opleiding, huidskleur, afkomst enzovoort.
Erkenning van schade is een wezenlijke stap om naar gelijkwaardige en gezonde relaties te komen. Erkenning van schade maakt dat we excuus kunnen aanbieden en excuus kunnen aanvaarden als basis voor herstel. Erkenning geven van schade vraagt dat je de capaciteit die je hebt om (direct of indirect) schade toe te brengen niet onderschat, en de mogelijkheid om hulp te bieden niet overschat.
Mij viel dit op: de erkenning van schade aan kinderen tijdens de coronapandemie werd volmondig en gezamenlijk gedragen. De erkenning van de schade aan de kinderen en jongeren die op ZIKOS-afdelingen verbleven, terwijl ze veel verder strekt dan ZIKOS, rust op de schouders van enkelen. Tijd om dit gezamenlijk en volwassen te dragen. Het ligt niet aan kinderen, het ligt aan ons.

