Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Risico op kindermishandeling verlagen met arij-needs

Interventies die kindermishandeling moeten voorkomen, hebben te weinig effect, blijkt uit onderzoek. Mogelijk komt dit doordat in de jeugdbescherming de ‘what works-principes’ onvoldoende worden toegepast. Om ook daar volgens deze principes te kunnen werken, zijn de ARIJ-Risk en ARIJ-Needs ontwikkeld.
Premium

Kindermishandeling is een omvangrijk probleem met ernstige gevolgen voor zowel de slachtoffers als de maatschappij. Een vergelijking van prevalentiecijfers lijkt erop te wijzen dat inspanningen die in de afgelopen jaren zijn verricht om kindermishandeling te voorkomen, niet hebben geleid tot een substantiële en duurzame vermindering van het aantal jaarlijks mishandelde kinderen (Alink e.a., 2011). Bovendien laten overzichtsstudies zien dat interventies ter voorkoming van kindermishandeling slechts in beperkte mate effectief zijn (o.a. Euser e.a., 2015). Het is dus van groot belang de effectiviteit van interveniëren te vergroten. Naar verwachting neemt de effectiviteit toe door de inzet van interventies beter af te stemmen op de hoogte van het risico op kindermishandeling en op de aanwezige risico- en instandhoudende factoren, oftewel door toepassing van de Risk-Need-Responsivity (RNR) principes, ook wel what works-principes genoemd. Overzichtsstudies laten namelijk zien dat de effectiviteit van interveniëren toeneemt door toepassing van de RNR-principes. Interventies die niet zijn ingericht volgens de RNR-principes zijn gemiddeld niet effectief, terwijl interventies die dat wel zijn gemiddeld middelmatig effectief zijn (Andrews & Bonta, 2010). Onderzoek laat zien dat de RNR-principes onvoldoende worden toegepast in de Nederlandse jeugdbescherming (zie bijvoorbeeld Broeders e.a., 2015). Bovendien blijkt uit een recent onderzoek dat er geen instrumenten beschikbaar zijn die het werken volgens de RNR-principes voldoende mogelijk maken, terwijl in de praktijk wel sterk behoefte is aan dergelijke instrumenten (Van der Put e.a., 2017). In ons eerdere onderzoek gaven professionals aan het lastig te vinden om de zwaarte van problematiek goed in te schatten en een juiste interventie te kiezen, die passend is bij de specifieke problematiek van een gezin en aangrijpt op de aanwezige risico- en instandhoudende factoren (Van der Put e.a., 2017). Het doel van het huidige onderzoek was in deze lacune te voorzien door het ontwikkelen van een instrument voor behoeftetaxatie en beslissingsondersteuning in de jeugdbescherming, genaamd ARIJ-Needs.

WE WETEN TE WEINIG WAT WERKT IN DE JEUGDZORG

Rnr-principes

De RNR-principes worden veelvuldig toegepast in justitiële hulpverlening, met als doel recidive te voorkomen (Andrews & Bonta, 2010). Het risicoprincipe stelt dat de intensiteit van hulpverlening (aantal contacturen per tijdsinterval en totaal aantal contacturen) moet passen bij het recidiverisico. Bij een hoog risico passen interventies met een hoge intensiteit, terwijl bij een laag risico kan worden volstaan met een interventie van geringe intensiteit of zelfs helemaal geen interventie. Het behoefteprincipe stelt dat een

Premium

Wil je dit artikel lezen?

Neem Kind en Adolescent Praktijk een maand gratis op proef. Na een maand stopt het proefabonnement automatisch.


    Al abonnee? Log dan in