Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Levi van Dam | Met psychologie, wetenschap en spiritualiteit op zoek naar vette formats

Af en toe door de ‘mentale wasstraat' voor een geestelijke boost. Daarvoor pleit orthopedagoog Levi van Dam. Hij vindt dat we niet meteen in de therapiereflex moeten schieten als we er mentaal even doorheen zitten, maar veel meer moeten inzetten op collectieve preventie.
Foto: Aleid Denier van der Gon
Nieuwsgierigheid en een kritische houding. Dat is wat Levi van Dam, bijzonder hoogleraar Veerkrachtig Opgroeien aan de Universiteit van Amsterdam, typeert. Net als alle andere wetenschappers, voegt hij daar aan toe. Toch is er wel degelijk een verschil: Van Dam loopt liever niet over de gebaande paden. Integendeel. Zo doet hij onderzoek naar de inzet van MDMA voor jongeren met PTSS, om maar eens wat te noemen. En aan het begin van zijn wetenschappelijke carrière pionierde hij met de vernieuwende JIM-methode, Jouw Ingebrachte Mentor. Een JIM is een vertrouwde volwassene uit de omgeving van de jongere, zoals een familielid of vriend, die de rol van mentor op zich neemt. Het is een manier om jongeren in complexe situaties te ondersteunen, vaak met als doel uithuisplaatsing te voorkomen. “De methode is omarmd, maar het aantal uithuisplaatsingen nam niet af. Sterker: in de afgelopen tien jaar is er alleen maar een toename van jeugdhulp geweest”, zegt Van Dam daarover. Ook in de media lezen we

Ademwerk of sharing circle: tools om meer rust te vinden

regelmatig berichten over de toename van mentale problemen onder jongeren. Vergeleken met dertig jaar geleden ervaren ze meer stress en geven ze vaker aan zich angstig of depressief te voelen. Maar is dat wel zo? Van Dam heeft er zijn twijfels over.
Waarom?

“Ik werk al een tijdje niet meer als behandelaar, maar kon me niet voorstellen dat het in tien jaar tijd zoveel slechter is geworden. Daarom besloot ik in de epidemiologische data te duiken, waaruit blijkt dat er inderdaad geen groot verschil is met dertig jaar geleden. Wel is de manier waarop jongeren met mentale problemen omgaan veranderd: ze praten er nu gemakkelijker en beter over, waardoor het beeld ontstaat dat ze meer mentale problemen ervaren. Dat heeft ook te maken met verandering in taalgebruik: iemand die zijn of haar spullen netjes op tafel neerlegt is een OCD’er, even in de wachtrij staan voor een discotheek is al snel een traumatische ervaring en wie zich een tijdje somber voelt, heeft al snel een depressie. Daardoor schieten we te snel in een therapiereflex.”

Die reflex, wat kunnen we daar tegen doen?

“In plaats van op de achterkant van de jeugdhulp te focussen, wilde ik kijken naar hoe we de instroom in de jeugdhulp kunnen verkleinen. Dat gaat niet gebeuren vanuit een therapiekamertje. Ook preventieprogramma’s op scholen, hoe goed ze ook zijn,

Premium


    Al abonnee? Log dan in