Verandering in de jeugdzorg begint met echt luisteren. Dat vraagt moed, kwetsbaarheid en vertrouwen van professionals, onderzoekers en opleiders. In participatief onderzoek is daar al ervaring mee opgedaan.
Illustratie: Jedi Noordegraaf
“Vanaf welke leeftijd kunnen kinderen meepraten en meebeslissen?”, vraagt een jongere aan de Rotterdamse Kinderombudsman en andere deelnemers op een avond over kinderrechten in de praktijk. De vraag roept discussie op. Met een kind van drie kun je al een zinnig gesprek voeren, vindt de een. Kinderen weten niet altijd wat het beste voor hen is, meent een ander. Of: in sommige zaken moet de volwassene juist beslissen óver het kind om het te beschermen. Als de Kinderombudsman uitlegt dat elk kind dat in staat is een eigen mening te vormen het recht heeft mee te praten, mee te denken en mee te beslissen in zaken die diens leven aangaan, slaakt de jongere een zucht. “Als ik dat had geweten… Als ik eerder gehoord was en zeggenschap had gekregen, was mijn leven anders gelopen.”
Deze discussieavond roept de vraag op hoeveel wij, professionals die werken met jeugd, weten van kinderrechten, zoals het recht op medezeggenschap. En, nog belangrijker: in hoeverre we dit recht actief in praktijk brengen.
Nothing for us or about us without us is het uitgangspunt van participatief actieonderzoek waarin onderzoekers, professionals, studenten en docenten samen met kinderen en jongeren werken aan vraagstukken uit hun leefwereld. Denk aan de mentale gezondheid van jongeren, de verstoorde schoolloopbanen van uithuisgeplaatste kinderen, of het gebrek aan vertrouwen tussen jongeren en politie en justitie. In participatieve onderzoeksprojecten streven we naar een gelijkwaardige synthese van drie kennisbronnen: theoretische kennis, kennis uit de praktijk en kennis uit ervaring. Het onderzoek is kritisch van aard, het is gericht op beweging en positieve verandering. Degenen om wie het onderzoek gaat zijn geen object van onderzoek, maar actor, samen met anderen geven zij richting aan het project.
Het betrekken van jeugdigen in zaken die hen aangaan is niet alleen een recht, het versterkt ook de kwaliteit van onderzoek, beleid en praktijk. Subsidiegevers zoals ZonMw stimuleren het betrekken van verschillende brongroepen om de wetenschappelijke en maatschappelijke impact van onderzoek te vergroten. Een medicijn kan in het laboratorium zeer effectief zijn, als patiënten het niet slikken vanwege de bijwerkingen is de effectiviteit nul. Samenwerken met patiënten kan zulke problemen meteen vanaf het begin zichtbaar maken.
Ook in de onderzoeksprojecten die ik samen met collega’s onderneem, zien we de kracht van samenwerken met verschillende brongroepen. De jonge co-onderzoekers brengen creatieve werkwijzen, energie en plezier in en verrijken de taal die we gebruiken. Hun bijdragen