Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

De bezweringsformule van passende hulp

Als er maar ‘passende hulp' wordt geboden, komt alles goed, zo lijkt de brede en diepgewortelde overtuiging. Of dat zo is, valt nog te bezien.
Mariska van der Steege en Marjan de Lang
Een ernstige calamiteit in een pleeggezin in Vlaardingen was voor de inspecties Gezondheidszorg en Jeugd en Justitie en Veiligheid aanleiding om zowel de jeugdbescherming als de pleegzorg in de breedte te onderzoeken. De rapporten hierover verschenen in september 2025. De inspecties deden grondig onderzoek: ze bevroegen kinderen, ouders, pleegzorgwerkers, jeugdbeschermers en bestuurders, analyseerden tientallen dossiers en ingevulde vragenlijsten, gingen mee op huisbezoek en analyseerden gemelde incidenten en calamiteiten. Op de website van beide inspecties zijn drie hoofdconclusies te lezen die zij uit deze onderzoeken trokken. Een van die conclusies is dat passende hulp niet of te laat werd ingezet. De breed en vaak gebruikte term ‘passende hulp’ lijkt zo langzamerhand wel een bezweringsformule: als die hulp er maar komt, komt het wel goed. Dat durven wij te betwijfelen.
Het eerste probleem met het concept ‘passende hulp’ is dat het groot en vaag is. Wat bedoelen we precies als we stellen dat er geen passende hulp is geboden? Het kan erop wijzen dat een jongere of gezin wel hulp krijgt, maar niet de hulp die zij nodig hebben. Of dat de ingezette hulp niet heeft geholpen of dat er een wachtlijst is voor de benodigde hulp. Regelmatig gaan er ook verhalen achter dit begrip schuil over lange zoektochten voor kinderen naar plekken die er niet zijn, gemeenten die de inschatting van jeugdbeschermers ter discussie stellen en instellingen die een jongere weigeren omdat diens gedrag te moeilijk is. Kortom, het probleem dat met dit begrip aangeduid wordt, is in het geheel niet duidelijk. Doordenkend is het voor velerlei uitleg vatbaar.
Ten tweede schept dit concept de verwachting dat er voor alle problemen van jongeren en gezinnen ‘passende hulp’, oftewel een oplossing is. En helaas is dat niet altijd het geval. Voor sommige problemen is er geen hulp die vermindert, draagbaar maakt of oplost. Met name zeer ernstig externaliserend en/of internaliserend probleemgedrag van jongeren is in de geschiedenis van de jeugdzorg al heel lang een vraagstuk. Het gaat dan om jongeren die gedrag laten zien waarmee ouders, professionals en de samenleving moeilijk kunnen omgaan. Denk dan aan jongeren die risicovolle dingen doen, zoals frequent weglopen, ’s nachts op straat lopen, deelname aan criminele activiteiten, drugs gebruiken of suïcidepogingen doen. De ervaring leert dat het moeilijk kan zijn deze jongeren te bewegen tot ander gedrag. Al decennia doen we onderzoek naar deze problematiek, schrijven experts stevige en onderbouwde rapportages, stoot de samenleving deze jongeren uit en is het vinden van een oplossing urgent. Maar dit heeft met veel meer te maken dan dat er geen passende hulp is. Dit gaat niet alleen om samen durven verdragen als jongeren, ouders en professionals maar ook om verdragen als samenleving. Verdragen dat dit gedrag ook onderdeel is van de samenleving, dat vooruitgang over slechts kleine stapjes gaat en dat hulpverlening soms alleen bestaat uit het naast jongeren en ouders blijven staan.

‘Bewezen effectief’ helpt niet bij iederéén

Ten derde: passende hulp werkt niet voor iedereen. Achter het begrip ‘passende hulp’ gaat vaak de verwachting schuil dat die hulp evidencebased is, gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit. Voor een deel van de hulp die jongeren en gezinnen in de jeugdzorg ontvangen is dit (nog) niet het geval of is het effect klein. Bovendien helpt bewezen effectieve hulp niet altijd voor iedereen. De effectiviteit van een interventie wordt aangetoond via metingen op groepsniveau. Dat maakt dat het effect lang niet bij alle jongeren of gezinnen optreedt. In de praktijk vergt het bereiken van resultaten met een interventie dat de professional die geloofwaardig en adequaat uitvoert, afgestemd op de jongere of de gezinsleden die voor hem zitten en dat de hulp volgens plan wordt afgerond. In de huidige praktijk is dit lang niet altijd het geval. Om allerlei redenen leidt hulp niet altijd tot het beoogde resultaat, bijvoorbeeld omdat jongeren en gezinnen zich niet gehoord voelen, of omdat de timing slecht is en ze door overbelasting geen ruimte hebben om aan de slag te gaan met hulp.
Helaas is er niet voor elk probleem een oplossing
En tot slot, veel van deze discussies gaan over hulp bieden, en weinig over wat het betekent om hulp te ontvangen. Hulp bieden en ontvangen vergt namelijk iets van een professional, jongere en gezin. Om te zorgen dat de hulp werkt, moeten ze allemaal hard aan de slag. Professionals moeten hun hulp afstemmen op deze unieke jongere en dit unieke gezin. Jongeren en ouders moeten zich open durven stellen en vertrouwen op de ander en zichzelf om naar hun pijn en gedrag te (laten) kijken. Verandering van ingesleten patronen en gedrag vergt vertrouwen, vallen en opstaan, iets kunnen met wat wordt aangereikt en ongelofelijk veel energie. Professionals hebben hierbij een belangrijke rol. Hulp bieden betekent verbinden, verleiden, motiveren, uitdagen en vanuit veiligheid het ongemak voor een jongere of gezin opzoeken en ze onophoudelijk steunen bij ieder stapje dat gezet wordt. Professional, jongere of gezinsleden moeten geloven in de hulp, met elkaar aan de slag, energie en tijd investeren en stapje voor stapje werken aan vooruitgang. En dat is niet altijd vanzelfsprekend. Soms kunnen of durven jongeren en gezinnen nog niet te veranderen of wordt de voorgestelde verandering te veel ervaren als opgedrongen of eenzijdig opgelegd.
Kortom: stop met het gebruiken van een verhullende term als passende hulp. Hulp die helpt is geen toverstokje. Hulp bieden en ontvangen vraagt veel afstemming en hard werken. Het vraagt om het samen verdragen van risico’s en het verdragen van een soms taai en traag veranderingsproces. Het kost daarom veel energie, inspanning, tijd en doorzettingsvermogen. Omdat er voor veel problemen en situaties geen kant-en-klare oplossing beschikbaar is, bestaat veel hulp uit verdragen, een stapje vooruit en twee achteruit, en uitproberen wat in de betreffende situatie wel en niet werkt. Wees hier helder en eerlijk over, tegenover jongeren, gezinnen, professionals en alle anderen die erbij betrokken zijn.

Bronnen

  • ‘Pleegkinderen uit beeld’ en ‘Als zelfs overheidsingrijpen kinderen geen bescherming biedt’, Inspecties Gezondheidszorg en Jeugd en Justitie en Veiligheid, september 2025
  • Podcast ‘Jeugdzorg. Wat bedoel je?’, aflevering 67: ‘Sterke punten en bezweringsformules in Inspectierapporten over de pleegzorg en de jeugdbescherming’.

Over de auteurs

Drs. M. van der Steege en drs. M.I. de Lange zijn beiden orthopedagoog en zelfstandig adviseur in de jeugdhulp