Maar als het om jongeren gaat, is er iets merkwaardigs aan de hand. Daar is de kwestie van vrijwilligheid en instemming ineens irrelevant. De nieuwe wet stelt (zoals ook ervóór het geval was) vanuit een repressieve beschermingsopvatting dat seks tussen iemand onder de zestien en een jongere boven de zestien strafbaar is. Ongeacht of er sprake is van instemming, wordt seks tussen een zestienminner en een zestienplusser echter niet langer aangeduid met de vage term ‘ontucht’, maar als ‘verkrachting’ of (als er geen sprake is van seksueel binnendringen) ‘aanranding’. Die verandering is onder minister Yesilgöz, zonder dat dit overigens veel stof deed opwaaien, gepaard gegaan met een verzwaring van de maximale gevangenisstraf tot respectievelijk twaalf (verkrachting) en acht jaar (aanranding).
De autonomie van het kind in de kindergeneeskunde
Om recht te doen aan de autonomie van ‘kinderen in de knel' kunnen we, bijvoorbeeld als het gaat om hun seksuele gedrag, veel leren van de benadering in de geneeskunde. Zoals: zorg dat met ouders en kinderen vroeg wordt overeengekomen om open en duidelijk te zijn over wat er aan de hand is (en nog 5 andere regels).
Soms zet de Nederlandse wetgever een stap in de goede richting. Neem de vorig jaar ingevoerde Wet seksuele misdrijven die bij seks voortaan instemming vereist van beide betrokkenen. Is die instemming er niet, dan is de seks mogelijk strafbaar. Met deze verandering van een ‘dwang-‘ naar ‘consentmodel’ loopt ons land eindelijk in de pas met internationale verdragen.
Dat in deze strafrechtelijke context volledig voorbij wordt gegaan aan de zelfbeschikking van adolescenten op seksueel gebied wordt des te duidelijker als je kijkt naar de manier waarop in de (kinder)geneeskunde op seksueel gedrag van jongeren wordt gereageerd. Daar bestaat al lang erkenning van het belang van eigen verantwoordelijkheid en de autonomie van jongeren. Net als op vele andere gebieden worden minderjarigen op medisch gebied in principe vanaf hun zestiende volledig handelingsbekwaam geacht en dus op een lijn gesteld met volwassenen; bij kinderen onder de twaalf kunnen uitsluitend de ouders toestemming geven voor een behandeling. Tussen de twaalf en de zestien jaar hebben kinderen in ons land op medisch terrein echter al wel een belangrijke stem. Behalve de ouders moet ook het kind zélf toestemming geven voor onderzoek of behandeling. De mening van het kind kan zelfs de doorslag geven. Dit houdt bijvoorbeeld in dat verstrekking van anticonceptiemiddelen, behandeling van geslachtsziekten en abortus bij kinderen tussen de twaalf en zestien jaar in principe mogelijk is zonder toestemming en zelfs zonder kennisneming van de mening van de ouders. Voorwaarde is dat de minderjarige naar het oordeel van de arts vrijwillig en weloverwogen tot haar of zijn wens is gekomen.
De Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Geneeskunde (KNMG) stelt dat het, gezien het ingrijpende karakter van een abortus, zowel op medisch

