Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

De impact van zelfbeeld op prestatieongelijkheid in het klaslokaal

Onderzoek heeft aangetoond dat leerlingen met een kansarme achtergrond zich vaak op een zeer oneerlijke weg naar onderwijsprestaties begeven. Zij hebben rond hun 15e gemiddeld zeven keer meer kans om ondermaats te presteren op school in vergelijking met hun medeleerlingen met een betere startpositie in het leven. Dit fenomeen staat bekend als 'prestatieongelijkheid', waarbij leerlingen met gelijke capaciteiten ongelijke resultaten behalen.
zelfbeeld
Foto: Elisa Photography

Leerlingen met een kansarme achtergrond hebben vaker een negatief beeld van hun eigen schoolse vaardigheden, zelfs als ze even goed presteren als hun klasgenoten. Uit nieuw onderzoek naar zelfbeeldontwikkeling blijkt dit negatief zelfbeeld helaas in stand te worden gehouden in het klaslokaal door bijvoorbeeld goedbedoelde, maar ondermijnende boodschappen van leerkrachten. Denk aan ongevraagde hulp of overdreven complimenten. Dit negatieve zelfbeeld kan tot slechtere schoolprestaties leiden en zo bijdragen aan de groeiende ongelijkheid in schoolloopbanen. Een zorgwekkende ontwikkeling die niet alleen een immense verspilling van potentieel vertegenwoordigt, maar ook verstrekkende gevolgen heeft voor hun toekomstige volwassen leven.

De rol van zelfbeeld

In een nieuwe studie hebben Eddie Brummelman, pedagogisch wetenschapper aan de Universiteit van Amsterdam, en Constantine Sedikides, sociaal psycholoog aan de Universiteit van Southampton, de intrigerende rol van zelfbeeld in deze kwestie onderzocht. Ze stelden zich de volgende vragen: hoe zien kinderen met een kansarme achtergrond zichzelf? Hoe wordt dit zelfbeeld gevormd en onderhouden binnen de schoolmuren? En welke invloed heeft dit op hun prestaties? Brummelman legt uit dat deze vragen essentieel zijn omdat ze inzicht bieden in hoe ongelijkheid zich nestelt in het brein van kinderen.

Om tot hun conclusies te komen, dook het duo in een schat aan studies over zelfbeeldontwikkeling en prestatieongelijkheid in zowel basis- als voortgezet onderwijs. Ze gebruikten hierbij inzichten uit de psychologie, pedagogiek, onderwijswetenschappen en sociologie. Het gezin waarin een kind opgroeit, werd gedefinieerd als ‘kansarm’ wanneer het zich in een lage sociaaleconomische status (SES) bevindt.

Het gevoel van minderwaardigheid

Uit hun analyse kwam naar voren dat leerlingen met een kansarme achtergrond zichzelf vaak als minder intelligent beschouwen. Ze hebben het gevoel dat hun intelligentie ‘vaststaat’ (een zogenaamde ‘fixed mindset’). Bovendien voelen ze zich minder waardevol en denken ze dat ze minder rechten hebben dan hun medeleerlingen, ongeacht hun daadwerkelijke vaardigheden en prestaties. Zoals Brummelman aangeeft, is dit vaak verre van realistisch.

Stereotypen: de stille daders

Vervolgens laten de onderzoekers zien hoe dit negatieve zelfbeeld standhoudt door de stereotype denkbeelden van leerkrachten in hun dagelijkse interacties met leerlingen. Leerlingen met een kansarme achtergrond worden vaak ten onrechte beschouwd als minder intelligent en minder leergierig. Ze krijgen onterecht lagere schooladviezen, minder voorkeursbehandeling en vaker ontmoedigende feedback. Dit alles draagt bij aan het versterken van hun negatieve zelfbeeld, aldus Brummelman.

Het mysterie van meritocratie

De onderzoekers ontrafelen ook de rol van meritocratische denkbeelden in dit complexe web. Meritocratie, waar succes wordt

Premium

Wil je dit artikel lezen?


    Al abonnee? Log dan in