Recensie | Blijf van mijn mama af!

Yvonne Bors, GZ-psycholoog in opleiding tot Klinisch Psycholoog en werkzaam bij de Bascule in Amsterdam las voor Kind & Adolescent het boek Blijf van mijn mamma af! Een handleiding voor ouder-kindpsychotherapie bij jonge kinderen die geweld of een andere traumatische gebeurtenis hebben meegemaakt. Het boek is oorspronkelijk verschenen onder de titel Don't hit my mommy! over Child-Parent Psychotherapy (CPP). 

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12454-020-0098-6/MediaObjects/12454_2020_98_Fig5_HTML.jpgDeze behandeling voor jonge kinderen die geweld of andere trauma’s hebben meegemaakt, is gericht op de ouder-kindinteractie. De theoretische achtergrond is de psychoanalyse, de gehechtheidstheorie en de ontwikkelingspsychopathologie.

In deze behandeling streeft de therapeut ernaar dat thema’s als veiligheid en vertrouwen worden versterkt in de onderlinge relatie, maar ook dat gevoelens van angst en gevaar tussen ouder en kind kunnen worden benoemd en gevoeld. Hierbij is veel respect voor beide kanten van de interactie; een niet-oordelende houding met aandacht voor de fase van de ontwikkeling van het kind. De ouder leert hierbij door de oprechte aandacht van de therapeut hoe hij het kind kan helpen bij gevoelens en gedrag ten gevolge van trauma en stagnatie in de ontwikkeling door dit trauma.

Het boek geeft een beschrijving van de therapie waarbij je als lezer wordt meegevoerd in het hele proces. De setting waarin de therapie plaatsvindt, de maatschappelijke belemmeringen waardoor een gezin niet toekomt aan therapie, de culturele achtergrond van het gezin en de manier waarop de therapie ingebed moet zijn in je organisatie.

Daardoor kun je na het lezen ook echt al de principes uitvoeren bij eigen cliënten. Daarbij geven de schrijvers adviezen over de manier waarop je kunt omgaan met valkuilen.

Een sterk en leerzaam onderdeel in dit boek is de aandacht voor de therapeutische taal die nodig is om ouder en kind te verbinden en onderling begrip te creëren. Door de vele voorbeelden van casuïstiek met uitdagende momenten, kun je je als therapeut deze taal snel eigen maken en gebruiken.

Een ander belangrijk punt dat de auteurs naar voren brengen, is de zelfzorg die de therapeut in acht moet nemen. Dit zeer belangrijke onderdeel van ons vak wordt wat mij betreft te weinig belicht in onze methodieken; in deze methode wordt deze zelfzorg gezien als een onderdeel van de behandeling.

De respectvolle manier van rekening houden met zowel de beleving van de ouder die vaak gevormd is door eigen trauma, stress of onvervulde behoeften, als met het kind en diens ontwikkelingsfase is een mooie manier van werken met gezinnen waarbij de therapeut een middel is om de interactie te versterken. Daarbij wordt ook gebruikgemaakt van het plezier dat er in de ouder-kindrelatie is.

De methode vergt voor de therapeut dat er op zowel therapeutisch als maatschappelijk vlak steun wordt geboden aan het gezin. Mogelijk is dat voor therapeuten in de GGZ niet altijd mogelijk door gebrek aan kennis op dit vlak. Hierin zal een instelling waar de methodiek wordt toegepast, moeten investeren.

Maar ook als niet de hele methodiek kan worden ingezet, is dit een zeer aan te raden boek voor alle therapeuten die met gezinnen met jonge kinderen werken. Het geeft je taal en manieren om ouders en kinderen te verbinden en samen te laten werken aan het verwerken van trauma’s die het kind en het gezin hebben meegemaakt.

Alicia F. Lieberman en Chandra Ghosh Ippen, 2018, Uitgeverij Bohn Stafleu Van Loghum, ISBN 978 90 368 21759 bestelinformatie

Bron: Gezien en gelezen, Kind en Adolescent Praktijk maart 2020

Gerelateerde informatie