Wat helpt leerlingen met internaliserende problemen op school?

Acht praktische adviezen om deze 'onzichtbare' groep te ondersteunen

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Leerlingen met internaliserende problemen vallen vaak niet op in de klas. Ook praten ze niet graag over hun problemen. Voor professionals in het onderwijs is onduidelijk hoe zij deze leerlingen kunnen ondersteunen. Een literatuurstudie laat zien wat leerlingen hierover zelf te zeggen hebben. Dat levert een handreiking op met acht tips.

Ongeveer 15 procent van de kinderen in Nederland op de basisschool kampt met internaliserende problemen. In het voortgezet onderwijs is dat zelfs 20 procent (De Looze e.a., 2014). Internaliserende problemen is een verzamelnaam voor problemen die te maken hebben met depressief, angstig en teruggetrokken gedrag en psychosomatische klachten. Internaliserende problemen zijn in vergelijking met externaliserende problemen minder zichtbaar voor de omgeving en kinderen hebben er voornamelijk zelf last van (Achenbach e.a., 1991). Vaak proberen kinderen met internaliserende problemen hun gevoelens overmatig te controleren (Merrell, 2001) en delen ze hun gedachten en gevoelens beperkt met hun omgeving (Frattaroli, 2006). Voor leerkrachten, net als voor ouders en andere verzorgers, is internaliserende problematiek vaak lastig te signaleren, omdat deze meer verborgen is (Auger, 2004; Liljequist & Renk, 2007). Leerlingen met internaliserende problemen worden daarom ook wel ‘onzichtbare leerlingen’ genoemd (Sourander e.a., 2007).

Deze onzichtbaarheid kan grote gevolgen hebben. Omdat we weten dat ontoereikende zorg en (ernstige) emotionele problemen in de jeugd verband houden met emotionele problemen en aanpassingsproblemen in de (jong)volwassenheid, is het van belang om internaliserende problemen vroeg te signaleren en aandacht te hebben voor het delen van gedachten en gevoelens van kinderen (Davis & Stoep, 1997; McIntyre e.a., 2013). Praten over internaliserende problemen kan therapeutisch werken en leiden tot vermindering van de problemen. Openheid creëren over internaliserende problemen schept ook ruimte om af te stemmen op de behoefte aan ondersteuning van een kind en de inzet van hulp. In dit artikel geven we een overzicht van wat kinderen met internaliserende problemen helpt om hulp te zoeken en hun problemen te delen. Verbeteren van signalering is een eerste stap om de groep kinderen met internaliserende problemen meer zichtbaar te maken.

Aandacht voor wat kinderen helpt om hun gevoelens en gedachten te delen, wordt ook wel disclosure genoemd (Woolford e.a., 2015). Er is onderzoek gedaan naar disclosure van ingrijpende gebeurtenissen en gedachten en gevoelens in de setting van de jeugdbescherming. Het gaat daarbij bijvoorbeeld over wat kinderen in de forensische zorg helpt om ervaringen van seksueel misbruik te delen (zie bijvoorbeeld McElvaney, 2015) of wat kinderen in een klinische setting helpt om gevoelens en ervaringen te delen (zie bijvoorbeeld Salmon, 2006). Ook is veel onderzoek gedaan naar disclosure van seksueel misbruik in de context van het gezin, vrienden, school of een ander sociaal netwerk van het kind (zie bijvoorbeeld McElvaney & Culhane, 2017). Gerichte en systematische aandacht voor wat professionals op school kunnen doen om kinderen te helpen hun gedachten en gevoelens te delen en hulp te zoeken is echter veel beperkter. Dat is opvallend, omdat het onderwijs bij uitstek een geschikte omgeving is om aandacht te besteden aan de signalering van leerlingen met internaliserende problemen en het bieden van mogelijkheden tot disclosure. Kinderen brengen immers een groot deel van de dag op school door, gedurende een langere periode in hun leven. Disclosure van gedachten en gevoelens beperkt zich zelden tot één moment en professionals op school zouden een veilig klimaat kunnen bieden waarin makkelijker over gevoelens en ervaringen kan worden gesproken en waarbij leerlingen over een langere periode kunnen worden ondersteund (Tener & Murphy, 2014).

Voor ons onderzoek hebben we bekeken wat volgens de leerlingen zelf het beste helpt om hun verhaal te vertellen en hulp te zoeken. Zij kunnen zelf tenslotte het beste aangeven wat hen helpt of belemmert (Roose & John, 2003).

Maak duidelijk hoe je met vertrouwelijkheid omgaat

Stel problemen langzaam aan de orde, spreek begrijpelijk

Geef jongere regie, dat vergroot gevoel van controle

Goede professional luistert aandachtig en oordeelt niet

Methode

In de internationale databases Web of Science, PsychINFO, SOCindex, ERIC en Medline is gezocht naar artikelen die tussen 1990 en 2018 zijn gepubliceerd en die gaan over bevorderende en belemmerende factoren voor disclosure en het zoeken van hulp door leerlingen met internaliserende problemen in het basis- en voortgezet onderwijs. Een eerste zoekstrategie leverde 10.604 artikelen op. Na verwijdering van duplicaten (exclusie 3468 artikelen) en niet-Engelstalige/Nederlandstalige artikelen (exclusie 109 artikelen) is fasegewijs geselecteerd op titel (exclusie 6710 artikelen), samenvatting (exclusie 179 artikelen), en volledige tekst van het artikel (exclusie 96 artikelen). Van 6 artikelen was geen volledige tekst beschikbaar en deze artikelen zijn ook geëxcludeerd. Uiteindelijk leverde dit 36 artikelen op. Van deze artikelen zijn de literatuurlijsten gecheckt op relevante literatuur, en dit leverde 8 aanvullende artikelen op. In totaal zijn in dit onderzoek 44 artikelen geanalyseerd.1

Van deze 44 artikelen zijn tekstfragmenten geselecteerd die informatie geven over bevorderende en belemmerende factoren voor disclosure of het zoeken van hulp door leerlingen met internaliserende problemen in de onderwijssetting. De geselecteerde tekstfragmenten zijn gecodeerd en door middel van inductie zijn vervolgens de centrale thema’s vastgesteld, ofwel de thema’s die naar voren kwamen in de geselecteerde tekstfragmenten. De bevorderende en belemmerende factoren zijn geclusterd onder de thema’s en worden in de resultaten gepresenteerd.

Om de betrouwbaarheid te vergroten, is het zoekproces en de analyse door meerdere onderzoekers in twee fasen uitgevoerd: selectie op titel (fase 1) en samenvatting (fase 2) (betrouwbaarheid fase 1, 100 procent overeenstemming; fase 2, 75,5 procent overeenstemming). Voor een volledig overzicht van deze artikelen en de uitkomsten per onderdeel verwijzen we naar het rapport van Sijp, Zijlstra en De Boer (2019) waarop dit artikel is gebaseerd. De meeste van de geïncludeerde artikelen hebben betrekking op het voortgezet onderwijs. Er is slechts beperkt onderzoek gedaan naar disclosure en het zoeken van hulp door leerlingen met internaliserende problemen in het basisonderwijs.

Figuur 1 geeft de bevorderende en belemmerende factoren weer die naar voren kwamen in de geselecteerde artikelen. Deze factoren hebben we ingedeeld in factoren die betrekking hebben op de professional (leraren en hulpverleners op school), op de sociale omgeving (gezin en vrienden), en op de leerling. De verschillende factoren zullen we hierna toelichten.

Bevorderende factoren

Vertrouwen in de professional en het waarborgen van privacy helpen leerlingen hun verhaal te delen. Leerlingen vinden het belangrijk te weten welke regels voor vertrouwelijkheid de professional hanteert. Een vertrouwensband met een professional, of tijd krijgen deze band te ontwikkelen, helpt leerlingen om hulp te zoeken. Beschikbaarheid van professionals die niet in dienst zijn van de school en dus een onafhankelijke positie hebben, dragen bij aan het vertrouwen van leerlingen in professionals. Leerlingen hebben daardoor minder het gevoel dat informatie doorgespeeld zal worden aan bijvoorbeeld hun leraar.

Leerlingen zijn eerder geneigd hulp te zoeken wanneer ze positieve ervaringen met een hulpverlener hebben of iemand kennen die positieve ervaringen met hulpverleners heeft. Ook positieve gedachten over hulpverleners werken bevorderend, net als de overtuiging dat de hulp bijdraagt aan het oplossen of verbeteren van het probleem.

Leerlingen zoeken eerder hulp wanneer zij denken dat de professional deskundig is en over de juiste vaardigheden beschikt. Persoonlijke eigenschappen van de professional, zoals geslacht, leeftijd en persoonlijke ervaring spelen ook een rol. Sommige leerlingen hebben een voorkeur voor een professional van hetzelfde geslacht. Andere leerlingen zoeken makkelijker hulp bij iemand van dezelfde leeftijd, omdat die persoon hen mogelijk beter begrijpt. Leerlingen voelen zich meer begrepen door professionals die ervaring hebben met dezelfde problemen als waarmee ze zelf kampen. Eigenschappen van een goede professional zijn volgens leerlingen vriendelijkheid, goed kunnen luisteren, kundig zijn, beschikbaar en verwelkomend zijn, niet oordelen, het langzaam aan de orde stellen van problemen en begrijpelijke taal gebruiken.

Toegankelijkheid en beschikbaarheid van professionals op het moment dat leerlingen hulp nodig hebben, zorgen ervoor dat leerlingen hulp zoeken en hun verhaal delen. Het helpt leerlingen wanneer de werkplek van de professional gemakkelijk te vinden is en wanneer ze geïnformeerd worden over de beschikbare hulp op school voor psychische problemen (wie, waar, wanneer).

Bij leerlingen werkt zeggenschap bevorderend. Regie hebben, geeft een gevoel van controle. Voorbeelden van zeggenschap zijn dat kinderen zelf kunnen beslissen waar en wanneer ze afspreken en wanneer hun ouders geïnformeerd worden. Naast zeggenschap zijn motivatie voor hulp en een zorgzame omgeving van de leerling bevorderend om internaliserende problemen te delen en hulp te zoeken.

Belemmerende factoren

Wantrouwen jegens de professional belemmert leerlingen bij het zoeken van hulp. Leerlingen zijn bezorgd over de vertrouwelijkheid van gesprekken met professionals en zijn bang dat professionals hun problemen niet geheimhouden en onmiddellijk aan anderen doorvertellen. De zorgen over vertrouwelijkheid hangen samen met de angst dat ouders, klasgenoten of leraren erachter komen dat zij hulp zoeken of een probleem hebben. Het ontbreken van een vertrouwensband met de professional vormt voor leerlingen een drempel bij het zoeken van hulp. Leerlingen wantrouwen professionals die zowel leraar als hulpverlener zijn. Ze zijn bijvoorbeeld bang dat ze na het vertellen van hun verhaal anders behandeld zullen worden.

De verwachting dat hulp niet nuttig is of niet zal helpen, is voor leerlingen een reden geen hulp te zoeken. Deze verwachting kan samenhangen met eerdere ervaringen met de hulpverlening of twijfels van de leerling over de deskundigheid van de professional. Ook de houding van de professional kan een reden zijn geen hulp te zoeken: leerlingen voelen zich bijvoorbeeld niet welkom of zijn bang dat hun probleem niet serieus wordt genomen.

Beperkte beschikbaarheid van professionals en onduidelijke toegang tot de hulpverlening vormen voor leerlingen een belemmering bij het zoeken naar hulp. Professionals hebben het bijvoorbeeld druk of het duurt lang voordat de hulp start. Soms weten leerlingen niet waar ze hulp moeten zoeken of welke hulp op school wordt geboden.

Angst voor afwijzing door de sociale omgeving belemmert leerlingen bij het zoeken naar hulp. Leerlingen zijn bijvoorbeeld bang negatief gelabeld te worden door hun omgeving (bijv. als ‘aandachtszoeker’) of anders behandeld te worden. Leerlingen zijn bang dat ze ouders teleurstellen, vrienden kwijtraken of gepest zullen worden.

Kijken we naar de leerlingen zelf, dan kunnen bepaalde emoties en cognities hen belemmeren bij het zoeken naar hulp of het delen van gedachten en gevoelens. Leerlingen vinden het moeilijk om over hun problemen te praten, ze zijn bang of schamen zich. Ze ontkennen dat ze problemen hebben of willen graag onafhankelijk en zelfstandig blijven. Ook zijn leerlingen bang voor de gevolgen van hulp. Ze zijn bijvoorbeeld bang dat ze een diagnose krijgen of opgenomen zullen worden, bang dat hun problemen overdreven zullen worden of dat ze niet meer bij hun ouders mogen wonen. Ten slotte zoeken leerlingen minder snel hulp omdat ze hier geen tijd voor hebben of hun vrije tijd hier niet aan willen besteden.

Wat leren we hiervan?

De uitkomsten van deze studie bieden een handreiking voor professionals in het onderwijs (box 1). We hebben de bevorderende en belemmerende factoren voor disclosure en het zoeken van hulp door leerlingen met internaliserende problemen daarom vertaald naar de volgende acht adviezen:

  1. Respecteer privacy van leerlingen, hun behoefte aan vertrouwelijkheid en laat hen weten wat de regels zijn voor het omgaan met vertrouwelijkheid. Leerlingen hechten veel waarde aan hun privacy, omdat ze bang zijn dat ouders en vrienden erachter komen dat ze een probleem hebben. Schaamte speelt een grote rol.

2. Investeer in een vertrouwensband met leerlingen. Leerlingen vertellen hun verhaal makkelijker aan personen op school met wie ze een vertrouwensband hebben. Als hulpverlener op school is het belangrijk kennis te maken met leerlingen en te vertellen wat je doet.

3. Laat leerlingen weten dat hulpverleners onafhankelijk zijn van het onderwijs. Leerlingen zijn namelijk bang dat ze door leraren die ook hulp verlenen anders behandeld en beoordeeld zullen worden (bijvoorbeeld lagere cijfers, lager schooladvies), dan door leraren die niet op de hoogte zijn van hun problemen.

4. Neem een vriendelijke, luisterende, respectvolle, begripvolle en geduldige houding aan. Leerlingen vinden het belangrijk dat professionals empathie tonen, problemen langzaam en voorzichtig aan de orde stellen om vertrouwen op te bouwen, niet vragen om alles uit te leggen en spreken in de taal van leerlingen.

5. Maak hulp van leraren en hulpverleners op school toegankelijk voor leerlingen. Informeer leerlingen over de verschillende hulpverleners op school, hun deskundigheid en hoe zij te vinden en te bereiken zijn. Laat leerlingen weten dat ze hun verhaal ook aan de leraar kunnen vertellen. Leerlingen vinden het fijn als ze rechtstreeks contact op kunnen nemen met de hulpverlener of een afspraak kunnen maken buiten schooltijd om.

6. Geef leerlingen zeggenschap en regie in het proces van hulp zoeken. Volg het tempo en de voorkeuren van de leerling en geef leerlingen keuzes over bijvoorbeeld de tijd en locatie van gesprekken. Leerlingen voelen zich kwetsbaar, ze willen graag onafhankelijk en zelfstandig zijn en regie hebben, dit geeft veiligheid.

7. Geef klassikale voorlichting over psychische gezondheid, het delen van gevoelens en emoties en de waarde van het zoeken van hulp. Het is belangrijk dat leerlingen positieve verwachtingen over hulpverlening hebben en niet denken dat hulp zoeken een teken van zwakte is. Goede voorlichting helpt bij het verlagen van de drempel om hulp te zoeken.

8. Betrek ouders erbij in overleg met de leerling. Ondersteun de leerling door gezamenlijk een gesprek met ouders te voeren wanneer leerlingen bang zijn voor een negatieve reactie van ouders of wanneer hun probleem gerelateerd is aan hun ouders.

Dit onderzoek biedt een overzicht van de bevorderende en belemmerende factoren voor disclosure en het zoeken van hulp door leerlingen met internaliserende problemen in het onderwijs. De factoren zijn ondergebracht in drie clusters: 1) de professional, 2) de sociale omgeving en 3) de leerling. In de literatuur geven leerlingen met internaliserende problemen een duidelijke boodschap over wat hen kan helpen om hun gedachten en gevoelens te delen en hulp te zoeken. Ze hebben behoefte aan privacy, vertrouwelijkheid, zeggenschap en informatie. Ook de vertrouwensband met professionals, de onafhankelijkheid en houding van professionals, de toegankelijkheid van hulp en ouders vormen belangrijke onderwerpen voor leerlingen. Vertrouwen en privacy komen als basale behoeften van leerlingen naar voren om hun verhaal te kunnen en willen delen. Voor het onderwijs ligt er de uitdaging tegemoet te komen aan de behoeften van leerlingen.

Setting en sfeer zijn van belang voor disclosure en het zoeken van hulp. Als de omgeving onvoldoende ingericht is en aansluit op de behoeften van leerlingen met internaliserende problemen zullen ze hun gedachten en gevoelens niet of minder makkelijk delen. In dit artikel gepresenteerde belemmerende en bevorderende factoren zijn ook relevant voor leerlingen met externaliserende problemen, omdat het ook hen kan helpen hulp te zoeken en de onderliggende problemen te vertellen. Externaliserend gedrag van leerlingen kan voor een professional aanleiding zijn aandacht te besteden aan de gevoelens van leerlingen om inzicht te krijgen in mogelijke onderliggende problemen.

Spanningsveld

Vertrouwelijkheid en privacy zijn voor leerlingen belangrijke factoren om hun gedachten en gevoelens te kunnen delen en hulp te zoeken. In de onderwijspraktijk kan een spanningsveld bestaan tussen de behoeften van leerlingen aan vertrouwelijkheid en privacy enerzijds en de juridische regels over privacy en toestemming anderzijds. Zo zijn professionals verplicht voor leerlingen jonger dan 16 jaar toestemming te vragen aan ouders met gezag voor het bieden van hulp aan deze leerlingen (Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) en de Algemene Verordening gegevensbescherming (AVG). Ook geldt de Meldcode Huiselijk Geweld en Kindermishandeling waarin de norm is vastgelegd voor professionals om een vermoeden van acute en structurele onveiligheid te melden bij Veilig Thuis.

Professionals zouden zich in dit spanningsveld moeten laten leiden door het belang van de leerling. Zo kan de leerling bijvoorbeeld zeggenschap krijgen over wanneer en wat er wordt teruggekoppeld aan ouders. De professional kan ook onderzoeken wat de redenen zijn dat leerlingen informatie niet willen delen met hun ouders en de leerling ondersteunen om zijn ouders er toch bij te betrekken.

Voor het signaleren van internaliserende problemen in het onderwijs is een vriendelijke, luisterende, sensitieve en geduldige houding van leraren en andere onderwijsprofessionials nodig. Dit vraagt ruimte en tijd. Aan ruimte en tijd kan het ontbreken vanwege de ervaren werkdruk in het onderwijs. Het is belangrijk dat leraren de ruimte voelen om beschikbaar te zijn voor leerlingen om te luisteren naar hun verhaal, om zo internaliserende problemen vroegtijdig te kunnen signaleren. Op deze wijze kunnen ze een veilig pedagogisch klimaat bieden aan leerlingen, één van de kerntaken van het onderwijs naast het bieden van goed onderwijs. De ervaren werkdruk in het onderwijs vormt een risico voor ondersignalering van leerlingen met internaliserende problemen.

1 Omwille van de leesbaarheid wordt in dit artikel slechts naar de belangrijkste artikelen uit het rapport verwezen.

Deze bijdrage is gebaseerd op: Sijp, A., Zijlstra, E., & de Boer, A. (2019). Zie mij: een literatuurstudie naar disclosure en het zoeken van hulp door leerlingen met internaliserende problemen in het primair en voortgezet onderwijs. Groningen: Rijksuniversiteit Groningen. Projectnummer NRO: 405-18-635. https://www.nro.nl/wp-content/uploads/2019/04/rapport-zie-mij.pdf

Box 1: Professionals en leerlingen aan het woord

De handreiking is voorgelegd aan vijf professionals in het onderwijs, een oud-leerling uit het voortgezet onderwijs die destijds kampte met internaliserende problemen en twee leerlingen uit het primair onderwijs. Herkennen zij zich in de inhoud? En wat kan eventueel beter?

De professionals en (oud-)leerlingen kunnen zich vinden in de handreiking. Deze bevat volgens hen belangrijke elementen en de adviezen zijn logisch. Ze benadrukken dat het prettig is dat er een overzicht is dat leerlingen helpt om hun verhaal te vertellen en hulp te zoeken, en dat er aandacht voor implementatie moet zijn, omdat in de praktijk nog niet (altijd) volgens de handreiking gewerkt wordt.

Twee hulpverleners in het onderwijs ervaren een spanningsveld tussen vertrouwelijkheid en de juridische kaders ten aanzien van toestemming van ouders, informeren van ouders en het doorbreken van beroepsgeheim in het kader van onveilige situaties. Een leraar in het primair onderwijs heeft de indruk dat de handreiking gericht is op het voortgezet onderwijs en minder op het primair onderwijs. Een hulpverlener op school benadrukt het belang van tijd om vertrouwen op te bouwen. Dit vanwege de vaak doelgerichte benadering van professionals en de tijdsdruk die zij ervaren.

De oud-leerling in het voortgezet onderwijs herkent zich sterk in de handreiking. Zijn reactie op de ontwikkelde richtlijnen illustreeft zijn behoefte aan privacy: “De ruimte waar ik hulp kreeg, lag aan een trappenhuis. Als ik dus een afspraak had vlak voor of na lestijden, dan kon het erg druk zijn. Ik heb dagen gehad dat ik bewust om het hoekje bleef wachten tot het rustiger werd.”

Aan twee leerlingen uit het primair onderwijs is gevraagd wat zij nodig hebben om hulp te vragen en hun verhaal te vertellen. Ze geven aan dat vertrouwelijkheid, een vertrouwensband, een open en vriendelijke houding van de professional en het in overleg betrekken van ouders voor hen belangrijk is om hun verhaal te delen.

Literatuur

  • Achenbach, T.M., Howell, C.T., Quay, H.C., & Conners, C.K. (1991). National survey of problems and competencies among 4 to 16-year-olds: Parents’ reports for normative and clinical samples. Monographs of the Society for Research in Child Development, 56(3), 1-131.
  • Auger, R.W. (2004). The accuracy of teacher reports in the identification of middle school students with depressive symptomatology. Psychology In The Schools, 41(3), 379-389.
  • Davis, M., & Stoep, A. (1997). The transition to adulthood for youth who have serious emotional disturbance: developmental transition and young adult outcomes. The Journal of Mental Health Administration, 24(4), 400-427.
  • de Looze, M., van Dorsselaer, S., de Roos, S.., Verdurmen, J., Stevens, G., Gommans, R., van Bon-Martens, M., ter Bogt, T. & Vollebergh, W. (2014). HBSC 2013: Gezondheid, welzijn en opvoeding van jongeren in Nederland. Utrecht: Universiteit Utrecht.
  • Frattaroli, J. (2006). Experimental disclosure and its moderators: A meta-analysis. Psychological Bulletin, 132(6), 823-865.
  • Liljequist, L., & Renk, K. (2007). The relationships among teachers’ perceptions of student behaviour, teachers’ characteristics, and ratings of students’ emotional and behavioural problems. Educational Psychology, 27(4), 557-571.
  • McElvaney, R. (2015). Disclosure of child sexual abuse: delays, non-disclosure and partial disclosure. What the research tells us and implications for practice. Child Abuse Review, 24, 159-169.
  • McElvaney, R., & Culhane, M., (2017). A retrospective analysis of children’s assessment reports: what helps children tell? Child Abuse Review, 26, 103-115.
  • McIntyre, L., Williams, J.V.A., Lavorato, D.H., & Patten, S. (2013). Depression and suicide ideation in late adolescence and early adulthood are an outcome of child hunger. Journal of Affective Disorders, 150(1), 123-129.
  • Merrell, K.W. (2001). Helping Students Overcome Depression and Anxiety: A Practical Guide. New York: Guilford Press.
  • Roose, G.A., & John, A.M. (2003). A focus group investigation into young children’s understanding of mental health and their views on appropriate services for their age group. Child: Care, Health and Development, 29(6), 545-550.
  • Salmon, K., (2006). Toys in clinical interviews with children: review and implications for practice. Clinical Psychologist, 10(2), 54-59.
  • Sourander, A., Jensen, P., Davies, M., Niemelä, S., Elonheimo, H., Ristkari, T., … & Tamminen, T. (2007). Who is at greatest risk of adverse long-term outcomes? The Finnish from a boy to a man study. Journal of the American Academy of Child & Adolescent Psychiatry, 46(9), 1148-1161.
  • Tener, D., & Murphy, S.B. (2015). Adult Disclosure of child sexual abuse: a literature review. Trauma, Violence & Abuse, 16(4), 391-400.
  • Woolford, J., Patterson, T., MAcleod, E., Hobbs, L., & Hayne, H. (2015). Drawing helps children to talk about their presenting problems during a mental health assessment. Clinical Child Psychology and Psychiatry, 20, 68-83.