Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Vakbekwaam redeneren in de jeugdhulp

Oud-KAP-columnisten Harrie van Leeuwen en Marca Geeraets hebben hun sporen verdiend in de jeugdhulp én kinder- en jeugdpsychiatrie; ze kennen de spraakverwarring die ontstaat wanneer jeugdhulp en kinderpsychiatrie moeten samenwerken. Wat volgens hen ontbreekt, is een gemeenschappelijke taal waarmee uiteenlopende experts hun vaak stilzwijgend verlopende denkprocessen kunnen beschrijven. Vakbewaam redeneren in de jeugdhulp maakt helder waarom zo’n taal nodig is: het is nu niet ondenkbaar dat twee hulpverleners bij dezelfde casus verschillende diagnosen stellen en dus verschillende behandelingen voorstellen.

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12454-023-1228-8/MediaObjects/12454_2023_1228_Fig5_HTML.jpg
Vanaf het begin benadrukken de schrijvers het belang van de erkenning van de specifieke deskundigheid van ouders of opvoeders en jeugdigen. In levendige, korte casusbeschrijvingen laten ze zien hoe de doelen en prioriteiten van cliënten soms verloren gaan in het hulpverleningsproces. Het is een gedegen boek met veel kennis van zaken. Het is de auteurs gelukt om de tools voor vakbekwaam redeneren samen te vatten in direct bruikbare, overzichtelijke schema’s. Die zijn voldoende als praktische handreiking voor de verklarende analyse van problematiek van kinderen en jeugdigen, van problematisch of tekortschietend opvoederschap en van problematisch gezinsfunctioneren.
De hoofdstukken die de soorten bias van hulpverleners beschrijven, vond ik confronterend, maar ook genieten, omdat ik het gevoel kreeg dat mijn hele opgebouwde redeneermachine werd aangescherpt en opgepoetst. Ook gaf het mij kennis van zaken en inzicht in het onbestemde machteloze gevoel dat ik soms heb bij overlegtafels waarin hulpverleners van verschillende instellingen (GGZ en jeugdhulp) en cliënten bij elkaar komen om samen te werken. Ik zie mogelijkheden voor een betere samenwerking door een gezamenlijke, expliciete, gedeelde manier van redeneren. Dit boek levert bovendien argumenten om de routine van respectloos krap geplande multidisciplinaire overleggen met als doel binnen vijftien minuten diagnostiek en behandelplannen vast te leggen opnieuw ter discussie te stellen.
Tijdgebrek wordt vaak als argument gebruikt in de jeugdhulp, maar hoeveel tijdverspilling is er niet wanneer je met een beperkte, maar behapbare deelclassificatie aan de slag gaat alsof het een diagnose zou zijn. Dan volgt behandeling die vervolgens misschien niet of gedeeltelijk werkt, omdat de onderliggende problematiek niet is meegewogen, vaak door gebrek aan overzicht van de relevante feiten in de dynamiek van het gezin in zijn context.
Een goede hulpverlener is iemand die bescheiden is en durft los te laten wat hij meent te weten. Dit boek draagt zeker bij aan die bescheidenheid en biedt tegelijkertijd een heldere structuur voor de samenwerking met anderen. Daarbij moeten vragen en doelen van ouders en kinderen als cliënten in hun context centraal blijven staan. Hoe de rechten en belangen van kinderen en jongeren gewaarborgd worden in de structuur zou nog verder uitgewerkt kunnen worden. (HH)