Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Slaapproblemen behandelen bij jongeren in de ggz

Hoewel jongeren vaak weten wat ervoor nodig is om hun slaapproblemen te verminderen, blijkt gedragsverandering lastig. Motiverende gespreksvoering, gecombineerd met een gestructureerd werkboek en handleiding ondersteunt behandelaren bij een systematische aanpak.
foto: Aleid Denier van der Gon

Hoewel slaap essentieel is voor de psychische gezondheid blijft slaapproblematiek bij jongeren in de geestelijke gezondheidszorg vaak onderbehandeld. Slaapproblemen beïnvloeden niet alleen het dagelijks functioneren, maar kunnen ook het ontstaan en het voortbestaan van psychische problemen en hun behandeling negatief beïnvloeden (Bendz & Scates, 2010). De DSM-5 benadrukt dat slaapstoornissen en andere psychische stoornissen elkaar wederzijds beïnvloeden, in plaats van losstaande problemen te vormen. Empirisch onderzoek laat zien dat slaapproblemen bovendien samenhangen met een minder gunstige behandelrespons. Zo vonden Baneva et al. (2019) in een studie naar jongeren met suïcidale gedragingen die dialectische gedragstherapie ontvingen, dat jongeren met comorbide slaapproblemen minder profiteerden van de behandeling dan jongeren zonder slaapproblemen. De auteurs veronderstellen dat slaapproblemen het vermogen om van behandeling te profiteren negatief beïnvloeden. Deze bevindingen onderstrepen de klinische relevantie van slaap en maken duidelijk dat het in de praktijk van belang is om slaapproblematiek systematisch te signaleren en te adresseren. Het lijkt daarmee op zijn minst van belang om in de klinische praktijk alert te zijn op slaapproblemen. Tijd om de slaapkennis een opfrisbeurt te geven.

Binnen de klinische praktijk kan onderscheid worden gemaakt tussen slaapproblemen en slaapstoornissen. Slaapproblemen verwijzen naar klachten rondom slapen die niet noodzakelijk voldoen aan formele diagnostische criteria. Het gaat bijvoorbeeld om moeite met inslapen of doorslapen, te vroeg wakker worden, een onvoldoende slaapduur of een verstoord slaap-waakritme. Deze klachten zijn vaak tijdelijk of situationeel van aard, hangen samen met factoren als stress, leefstijl, ontwikkelingsfase of comorbide problematiek en kunnen in ernst fluctueren. Hoewel er geen sprake hoeft te zijn van een formele diagnose kunnen slaapproblemen bij kinderen en jongeren aanzienlijke gevolgen hebben voor het dagelijks functioneren.
Slaapstoornissen daarentegen zijn klinisch gedefinieerde aandoeningen die voldoen aan specifieke diagnostische criteria, zoals beschreven in classificatiesystemen als de DSM-5. Voorbeelden hiervan zijn de insomniastoornis, circadiane slaap-waakritmestoornissen en parasomnieën. In tegenstelling tot slaapproblemen zijn de klachten bij slaapstoornissen doorgaans persisterend, leiden zij tot duidelijke beperkingen in het functioneren en vereisen zij vaak een meer gestructureerde en specifieke behandeling.
De gerapporteerde prevalentiecijfers van slaapproblemen en slaapstoornissen bij jongeren lopen uiteen, waardoor slechts een globale schatting mogelijk is. Naar schatting ervaart circa 15 tot 30 procent van de jongeren slaapproblemen. Verschillende factoren dragen hieraan bij. Angst en piekeren kunnen het inslapen bemoeilijken, terwijl hormonale veranderingen en sociale invloeden in de puberteit vaak leiden tot een structureel slaaptekort (De Bruin et al., 2013). Daarnaast is bij jongeren
Premium


    Al abonnee? Log dan in