Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Onderzoek naar adaptief functioneren van mensen met LVB

Bij het vermoeden van een licht verstandelijke beperking (LVB) kan een screener gebruikt worden om de 'adaptieve vaardigheden' vast te stellen. Niet via ouders of leraren, maar via de persoon zélf. De SCAF is zo'n instrument.
Premium

 

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12454-020-0105-y/MediaObjects/12454_2020_105_Fig1_HTML.jpgIn Nederland ondervinden meer dan een miljoen kinderen en volwassenen ernstige problemen omdat zij een licht verstandelijke beperking (LVB) hebben of op enig moment in hun leven op dat niveau functioneren. Ze begrijpen anderen vaak verkeerd en schatten hun reacties niet goed in, waardoor zij in de problemen kunnen raken (Moonen e.a., 2018).

Aan hen de juiste steun bieden kan de kloof tussen hun capaciteiten en de eisen die de maatschappij stelt verminderen, maar de realiteit is dat veel van deze mensen de toegang tot vrijwillige of professionele ondersteuning niet vinden. Het vroeg signaleren van een LVB is van het grootste belang om mensen met een LVB snel te herkennen en de juiste hulp te kunnen bieden.

Het screenen op het vermoeden van een LVB kan hiervoor een eerste stap zijn. Naast screenen voor tekorten in intellectueel functioneren, moet ook gekeken worden naar tekorten in het zogeheten adaptief functioneren. Onder dat laatste verstaan we, kort gezegd, de mate waarin iemand in staat is mee te draaien in de maatschappij. Hierover later meer.

De meest recente DSM 5-definitie luidt in de Nederlandse vertaling: ‘Een verstandelijke beperking wordt gekenmerkt door significante deficiënties in het intellectueel functioneren (criterium A) en het adaptief functioneren (criterium B), uitgedrukt in het conceptuele, sociale en praktische domein’ (APA, 2013). In de praktijk worden ook mensen gezien met een tijdelijke of blijvende verminderde intelligentie na hun achttiende levensjaar, bijvoorbeeld als gevolg van een psychische ziekte, langdurig middelenmisbruik of verwaarlozing. Deze mensen hebben geen verstandelijke beperkingen in engere zin, maar kennen wel de beperkingen behorend bij een LVB en kunnen behoefte hebben aan dezelfde ondersteuning als personen met een LVB (Kaal e.a., 2015). We spreken dan over functioneren op het niveau van een LVB (Moonen, 2017).

Internationaal worden voor een LVB IQ-grenzen van 50 en 70 of 75 aangehouden. Voor de toelating tot de Wet langdurige zorg wordt dit criterium ook in Nederland gehanteerd. Maar veel andere vormen van hulpverlening in Nederland spreken over een LVB wanneer de IQ-score gelijk aan of hoger is dan 50 en lager dan of gelijk aan 85. Bij scores tussen 71 en 85 moet daarbij ook sprake zijn van significante beperkingen in het adaptief functioneren. De problemen die met deze intelligentiescore gepaard gaan, moeten reeds gedurende de ontwikkeling van een persoon optreden.

Complexe vaardigheden

Het adaptief functioneren omvat complexe en veelomvattende vaardigheden die nodig zijn in

Premium

Wil je dit artikel lezen?

Neem Kind en Adolescent Praktijk een maand gratis op proef. Na een maand stopt het proefabonnement automatisch.


    Al abonnee? Log dan in