Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Eerst de kloof dichten tussen gamer en ouders

videogames
Premium
Problematisch gamen komt vaak voor in gezinnen met tekortschietende harmonie en ouders die gebrekkig functioneren. Een aangepaste vorm van Multidimensionele Familietherapie (MDFT) liet een sterke afname van problematisch gamen zien. En na afloop werd er niet eens minder gegamed.
De jeugdhulp krijgt steeds vaker te maken met wanhopige ouders die vinden dat hun kind verslaafd is aan gamen, en dus hulp nodig heeft. Nogal wat hulpverleners hebben moeite om aan zo’n hulpverzoek tegemoet te komen. Niet alleen door gebrek aan ervaring met het behandelen van jongeren die problematisch gamen, maar ook door twijfel over het fenomeen: bestaat er wel zoiets als ‘gameverslaving’? Of medicaliseren doemdenkers gedrag dat in feite normaal is?
Gamen heeft onder jongeren een hoge vlucht genomen. Meestal is gamen plezierig en leerzaam, maar soms kunnen jongeren erdoor in problemen raken. Dat gebeurt wereldwijd bij naar schatting 1 tot 6 procent van de gamende adolescenten, minstens vier keer zo vaak bij jongens als bij meisjes (Sugaya et al. 2019). Overigens is de term ‘verslaving’ door de diagnostische bijbels van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO; versie ICD-11) en de Amerikaanse vereniging van psychiaters (‘Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders’, versie DSM-5) geschrapt. Het nieuwe woord is: stoornis. Zo wordt ook gesproken over een ‘stoornis in cannabisgebruik’.

De WHO gaat uit van het bestaan van een stoornis in gamen. Daarvan zou sprake zijn als de gamer een jaar lang aan vier criteria voldoet: 1) De jongere verliest de controle over het gamen en kan niet stoppen. 2) Het gamen gaat ten koste van andere activiteiten. 3) De gamer beseft dat doorspelen schadelijk kan zijn, maar stopt niet. 4) Het gaat niet goed met de gamer als persoon, in familieverband en op school of werk (WHO 2019). Eerder al nam de DSM-5 een stoornis op onder de naam ‘internet gaming disorder’ (IGD), zij het onder voorbehoud (APA, 2013). Voor IGD gelden negen maatstaven. Een gamer moet aan minstens vijf daarvan voldoen om van deze stoornis te kunnen spreken.

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12454-023-1256-4/MediaObjects/12454_2023_1256_Fig1_HTML.jpg
Illustratie: Jedi Noordegraaf
De definities van de WHO en DSM-5 staan nog ter discussie, zo bleek uit een rondgang onder deskundigen (Castro-Calvo et al. 2021). Daarom spreken wij liever van ‘problematisch gamen’. Die aanduiding is neutraler dan ‘stoornis’, maar is niet bedoeld als afzwakking. Vrijwel alle jongeren met problematisch gamegedrag die wij in de behandelpraktijk tegenkomen, voldoen aan de stoorniscriteria van zowel de WHO als de DSM-5.

Welke

Premium

Wil je dit artikel lezen?


    Al abonnee? Log dan in