Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

‘Inclusief onderwijs’ is niet altijd een goed idee

In Nederland en andere landen wordt al jaren discussie gevoerd over de vraag waar leerlingen met extra onderwijsbehoeften het beste op hun plek zijn: in het regulier onderwijs of in het speciaal onderwijs. En hoe zit dat als het gaat om leerlingen met gedragsproblemen?
Premium

Sinds de invoering van de rugzakbegeleiding in 2003, en zeker sinds de invoering van Passend Onderwijs in 2014, is er voor leerlingen met extra onderwijsbehoeften een duidelijke keus tussen het regulier en het speciaal onderwijs. Deze keus is belangrijk omdat hij niet alleen gevolgen kan hebben voor de schoolontwikkeling van de leerlingen zelf, maar ook voor hun leraren en de scholen. Veel leraren in het regulier onderwijs vinden met name de begeleiding van leerlingen met gedragsproblemen moeilijk. Uit onderzoek blijkt dan ook dat dit gevolgen kan hebben voor hun welbevinden. Zo ervaren leraren die veel met leerlingen met gedragsproblemen te maken hebben, meer werkstress. In sommige gevallen leidt dit zelfs tot burn-out (Goei & Kleijnen, 2009).

Er bestaan twee visies op wat het beste is voor de leerprestaties en sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen met gedragsproblemen. Veel landen hebben afgesproken dat ook leerlingen met extra onderwijsbehoeften de mogelijkheid moeten hebben om onderwijs te volgen in het regulier onderwijs. Er zijn verschillende argumenten voor deze visie van ‘inclusie voor alle leerlingen’. Het onderwijs op een reguliere school zou de schoolprestaties van leerlingen met gedragsproblemen verbeteren. Daarnaast zou de omgang met reguliere leerlingen de ontwikkeling van sociale vaardigheden stimuleren, terwijl de omgang met andere leerlingen met gedragsproblemen zou leiden tot verergering van die gedragsproblemen (Snyder e.a., 2010). Naast deze visie is er een tweede die er vanuit gaat dat sommige leerlingen met gedragsproblemen zoveel ondersteuning vragen dat dat alleen op een speciale school kan worden gerealiseerd. Deze visie vormt de basis van Passend Onderwijs: ‘regulier als het kan, speciaal als het moet’. Indien mogelijk moet extra ondersteuning in het regulier onderwijs worden geboden, maar voor leerlingen voor wie dit niet genoeg is, moet verwijzing naar het speciaal onderwijs mogelijk blijven. In het speciaal onderwijs wordt de instructie aangepast aan de onderwijsbehoeften van de leerlingen. Bovendien is in de school professionele gedragsondersteuning beschikbaar.

Er is nauwelijks onderzoek beschikbaar waarin vergelijkbare groepen leerlingen met gedragsproblemen in het regulier en speciaal onderwijs gedurende enige tijd gevolgd zijn. Ook is er nauwelijks onderzoek dat antwoord geeft op de vraag of de sociaal-emotionele en leerontwikkeling van leerlingen die in het regulier onderwijs blijven, anders verloopt dan die van leerlingen die naar een speciale school worden verwezen. Zeker gezien het feit dat ouders deze keuze al hebben sinds de invoering van de rugzakbegeleiding voor hun kind in 2003, is dat een opvallend hiaat

Premium

Wil je dit artikel lezen?

Neem Kind en Adolescent Praktijk een maand gratis op proef. Na een maand stopt het proefabonnement automatisch.


    Al abonnee? Log dan in