Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

How do genes get outside the skin?

In deze rubriek komt een promovendus aan het woord.
Premium

Waar gaat je proefschrift over?

“In de wetenschap is de laatste twee decennia veel aandacht voor verschillen in ‘kwetsbaarheid’ tussen kinderen. Waar sommige kinderen zich na bijvoorbeeld echtscheiding dwars gedragen, lijken anderen onverstoorbaar. Deze verschillen blijken deels bepaald door aangeboren eigenschappen, waaronder de genetische opmaak. De vraag is of sommige kinderen inderdaad simpelweg meer kwetsbaar zijn dan andere. Of zijn sommige kinderen wellicht meer ontvankelijk voor de omgeving? Heeft het ene kind hierdoor meer baat bij een interventie dan het andere? In mijn proefschrift onderzoek ik of sommige kinderen die risico lopen op de ontwikkeling van gedragsproblemen, meer profijt hebben van de opvoedinterventie ‘Pittige Jaren’ (de Nederlandse versie van ‘The Incredible Years’) dan anderen. Allereerst concludeer ik dat Pittige Jaren effectief is. Na vijftien sessies verbetert het opvoedgedrag van ouders en zijn kinderen minder dwars en opstandig. Toch hebben we nog weinig inzicht in de manier waarop de interventie bijdraagt aan dat succes. Meer onderzoek is nodig om de vraag ‘wat werkt voor wie en waarom?’ te beantwoorden. Ook concludeer ik dat de interventie niet bij alle kinderen even goed lijkt te werken en dat de genen van een kind hierin een rol kunnen spelen. Deze dragen mogelijk bij aan de heftigheid waarmee kinderen reageren op andermans emoties, of hun gevoeligheid voor belonen en straffen. Door deze verschillen profiteert het ene kind mogelijk meer van de interventie dan het andere.”

Wat hebben kinderen en opvoeders hieraan?

“Elk kind is anders en er bestaat geen universele aanpak van dwars en opstandig gedrag. Dit komt waarschijnlijk doordat deze problemen verschillende oorzaken hebben. Maar het komt wellicht ook doordat het ene kind sterker reageert op een specifieke aanpak dan het andere, dat wil zeggen, hier meer ontvankelijk voor is. Het kan voor ouders natuurlijk vervelend of zelfs frustrerend zijn als een goed aangeschreven interventie niet of minder goed werkt voor hun kind. Ons, en ook eerder onderzoek, laat echter zien dat dit regelmatig voorkomt. Als ouders het idee hebben dat een aanpak niet of minder goed voor hen werkt, zouden ze met hulpverleners kunnen overleggen hoe ze de inhoud of intensiteit van de hulpverlening zo kunnen aanpassen dat deze beter bij hun kind en gezin aansluit.”

Wat

Premium

Wil je dit artikel lezen?

Neem Kind en Adolescent Praktijk een maand gratis op proef. Na een maand stopt het proefabonnement automatisch.


    Al abonnee? Log dan in