Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Effectieve therapeuten

Avatar
Marike Serra

In dit nummer van Kind en Adolescent Praktijk besteden verschillende auteurs aandacht aan werkzame factoren in de behandeling die niets te maken hebben met aard van de specifieke interventie. Dingen zoals: een gedeeld en acceptabel verklaringsmodel voor de klacht, heldere informatie geven over de behandeling, samen met je cliënt duidelijke doelen formuleren, vertrouwen uitstralen in de behandeling die je gaat aanbieden en natuurlijk goed kunnen samenwerken en communiceren. Allemaal heel logisch zou je denken. Niks nieuws. Toch is er de laatste tien tot vijftien jaar in jeugdhulpland jaar veel meer aandacht geweest voor de ontwikkeling van effectieve interventies dan voor de ontwikkeling van effectieve therapeuten. Maar is er verandering op komst?

Else de Haan bespreekt onderzoek naar het placebo-effect: de ‘nepbehandeling’ die in wetenschappelijke studies wordt gebruikt als een controleconditie. We vergelijken een placebobehandeling met een echte behandeling en verwachten dan dat de echte behandeling het stukken beter doet dan de nepconditie. Toch brengt zo’n nepbehandeling ook bijna altijd een zekere positieve verandering teweeg. Interessant is nu hoe we die effecten kunnen duiden en, beter nog, ook positief kunnen benutten. Bijvoorbeeld door je als behandelaar te realiseren dat jouw eigen vertrouwen in de behandeling de effectiviteit kan vergroten.

Nic Drion laat zien hoeveel verschil goed samenwerken kan maken. Hij bespreekt in zijn column twee voorbeelden uit de praktijk van de jeugdbescherming met een enorm verschillende uitkomst. Dat verschil heeft niet zozeer te maken met de betreffende jongens of hun problemen, ook niet met de ingezette interventies, maar des te meer met hoe de behandelaar zich naar hen en hun familieleden opstelt. We zien dat de behandelaar die erin slaagt om vanuit een houding van vertrouwen samen te werken, aanzienlijk betere resultaten behaalt. Logisch toch, zou je denken. Ja, maar niet vanzelfsprekend. Niet iedere behandelaar kan dat even gemakkelijk. Samenwerken vergt lef en loslaten. Bijvoorbeeld van het idee dat jij als behandelaar de oplossing moet bieden. Bovendien is er tijdsdruk, zijn er regels en systemen die het je als behandelaar niet gemakkelijk maken om voldoende tijd en aandacht te besteden aan de samenwerkingsrelatie.

Dat het een belangrijke stap is naar een effectievere gezondheidszorg, daarvoor pleit ook Anton Hafkenscheid in zijn boek Beter worden in je vak. Effectieve interventies zijn belangrijk gereedschap voor therapeuten, maar vergeet die andere algemene vaardigheden niet, is zijn boodschap. Ook die vormen een belangrijk onderdeel van het vakmanschap. Het inzicht dat de opvattingen van de behandelaar belangrijk zijn, evenals de relatie en samenwerking met de jeugdige en zijn gezin is dus van belang. Maar of inzicht alleen voldoende is, dat vraagt onze collega Annemariek Sepers (die het boek van Hafkenscheid voor ons las) terecht af. Leidt inzicht vanzelfsprekend tot verbetering?

Nee. Ik denk het eerlijk gezegd niet. Want we kennen allemaal het belang van een warme, empathische en transparante hulpverlener die goed kan samenwerken, regelmatig stilstaat bij de relatie tussen hemzelf en de cliënt en doelgericht en systematisch te werk gaat. Toch lukt dat in de praktijk lang niet iedereen. Ik denk dat we veel actiever aan de slag moeten met het toepassen en benutten van de kennis die er is op dit gebied. Bijvoorbeeld door in de opleiding van professionals (in spe én met ervaring) minstens zoveel tijd te besteden aan het leren van algemene therapeutische vaardigheden als aan het leren van specifieke interventies. Wie weet wat voor verrassende resultaten dat zal bieden.

Marike Serra, hoofdredacteur van Kind en Adolescent Praktijk, werkt als adviseur bij Accare Kinder- en Jeugdpsychiatrie.