Dwang en trauma

In deze rubriek buigt Else de Haan zich over wetenschappelijke publicaties die van betekenis zijn voor de praktijk. Hoe is het onderzoek uitgevoerd en wat zeggen de resultaten? En: is nader onderzoek gewenst?

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Foto: Aleid Denier van der Gon
https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12454-019-0037-6/MediaObjects/12454_2019_37_Fig1_HTML.jpg
Foto: Aleid Denier van der Gon

Hoe komt het dat het ene kind een dwangstoornis krijgt en het andere niet? Voor een behandeling is het kennen van die oorzaak niet nodig, want de beste behandeling is een gerichte aanpak van de dwangrituelen en de -gedachten. Maar toch blijft het knagen. Zoiets ontstaat toch niet zomaar? Als verklaring voor het ontstaan van psychische stoornissen hanteren we het zogeheten biopsychosociale model: biologische, psychische en sociale factoren spelen een rol bij de ontwikkeling van psychopathologie en ook van een dwangstoornis. Behalve de erkenning dat veel verschillende factoren een rol kunnen spelen bij het ontstaan van psychische stoornissen, zegt dat model ook weer niet zoveel. Want we weten niet welke biologische, psychologische en sociale factoren een rol spelen. En al helemaal niet hoe ze dat doen.

Er is één factor die veelvuldig is onderzocht bij een dwangstoornis: psychotrauma. Dat is vaak onderzoek naar het voorkomen van een posttraumatische stressstoornis (PTSS) bij patiënten met een dwangstoornis. Bijna altijd wordt een relatie gevonden, zowel bij volwassenen als bij kinderen en jongeren (Nacasch e.a., 2011; Osjerkis e.a., 2017; Lafleu e.a., 2011). Nu zegt het tegelijk voorkomen van twee stoornissen natuurlijk nog niet zo veel. De ene kan het gevolg zijn van de andere, of andersom. Ze kunnen ook beide veroorzaakt zijn door een derde probleem. Daarom is de vraag naar het voorkomen van trauma in plaats van PTSS bij mensen met een dwangstoornis misschien wel interessanter (vgl. Miller & Brock, 2017).

Naar die vraag deden Barzilay en collega’s (2019) een groot onderzoek bij jongeren. Zij deden nog iets interessants. Zij keken niet naar patiënten met een dwangstoornis, maar naar patiënten van afdelingen kindergeneeskunde van het Childrens Hospital of Philadelphia, een groot ziekenhuis met meer dan dertig locaties in drie staten van de VS. Deze patiënten hadden geen hulpvraag voor psychische klachten. Zo konden zij onderzoeken of de relatie tussen trauma- en dwangproblematiek ook voorkomt bij kinderen met subklinische klachten. Zij konden met andere woorden onderzoeken of er een wetmatigheid zit in die relatie, onafhankelijk van de DSM-voorwaarden. Bij meer dan 7000 patiënten tussen 11 en 21 jaar namen zij een gestructureerd interview af, waarbij zij vroegen of zij ooit last hadden gehad van dwanggedachten (akelige gedachten die ze niet willen hebben en die toch komen) en/of dwanghandelingen (onzinnige handelingen die ze toch steeds maar willen uitvoeren) én of zij ooit een traumatische gebeurtenis hadden meegemaakt. Die traumatische gebeurtenissen konden zijn: fysieke bedreiging (aangevallen zijn of hard geslagen of bedreigd met een wapen), een seksuele bedreiging (onder andere aanranding, verkrachting) of een voor henzelf niet bedreigende gebeurtenis, zoals zien dat iemand werd aangevallen, een dood iemand zien. De groep werd ingedeeld in OCS (Obsessieve Compulsieve Symptomen; ten minste ooit één dwanghandeling of één dwanggedachte hebben gehad) en non-OCS, en het meegemaakt hebben van geen, een, twee of meer trauma’s: Traumatic Stressful Events (TSE’s).

Vertekening

Van de onderzochte jongeren bleek 3% een dwangstoornis te hebben en 12% PTSS. Dat komt aardig overeen met epidemiologische gegevens over het voorkomen van deze stoornissen in de algemene bevolking. 40% van de patiënten had ooit een of meer dwangsymptomen gehad: de OCS-groep. De helft van alle patiënten had een of meer TSE’s meer gemaakt. Bij ongeveer 10% waren meer dan drie TSE’s of meer dan één fysiek of seksueel trauma. Er bleek een relatie tussen OC-klachten en het meegemaakt hebben van een TSE. Jongeren die een trauma hebben meegemaakt, hebben vaker OC-klachten dan jongeren die dat niet hebben meegemaakt, waarbij de aard van het trauma ook nog uitmaakte. Bij een seksueel trauma was de relatie het sterkst. Bij een niet-bedreigend trauma het minst sterk.

Het is verleidelijk om te concluderen dat we hiermee een belangrijke aanwijzing voor de oorzaak van de dwangstoornis hebben. Toch kunnen we die conclusie niet trekken. In dit onderzoek en in vrijwel alle andere zijn alleen correlaties vastgesteld; een trauma hebben meegemaakt en OC-klachten of OCD komen vaak samen voor. Dat zegt weer niets over oorzaak en gevolg. Daarbij komt dat in dit onderzoek en in het meeste andere, trauma’s retrospectief zijn vastgesteld, met alle mogelijke vertekeningen van dien. Bovendien was er ook in het onderzoek van Barzolay en collega’s geen informatie over timing. Was er eerst een trauma en toen OC-klachten of was het andersom? De kans op vertekening is in dit onderzoek nóg veel groter, omdat zowel bij trauma als bij OC-klachten werd gevraagd of de betrokkene deze ooit had meegemaakt. We weten dat herinneringen niet altijd erg betrouwbaar zijn…

Het is interessant dat in vrijwel al het onderzoek een relatie tussen trauma (of PTSS) en dwang wordt gevonden. Maar, zoals gezegd, een antwoord op de vraag naar de oorzaak krijgen we er niet mee. Bovendien is het van belang wat er gemeten werd. In de meeste studies was dat alleen dwang en trauma (of PTSS). Zodra ook naar andere stoornissen werd gekeken, verdween die exclusiviteit van de dwangstoornis: de relatie met trauma blijkt ook bij andere stoornissen voor te komen (Park e.a., 2014); en die relatie verdwijnt in sommige studies als gecontroleerd wordt voor depressie en angst (Briggs & Price, 2009; Huppert e.a., 2005). Er is dus nog heel wat te onderzoeken voordat we weten waarom het ene kind een dwangstoornis krijgt en het andere niet, zo we het ooit weten.

Literatuur

  • Barzilay, R., Patrick, A., Calkins, M.E., Moore, T.M., Gur, R.C., & Gur, R.E. (2019). Association between early-life trauma and obsessive compulsive symptoms in youth. Depression & Anxiety, 1-10.

  • Briggs, E.S., & Price, I.R. (2009). The relationship between adverse childhood experience and obsessive-compulsive symptoms and beliefs: The role of anxiety, depression, and experiential avoidance. Journal of Anxiety Disorders 23, 1037-1046.

  • Huppert, J.D., Moser, J.S., Gershuny, B.S., Riggs, D.S., Spokas, M., Filip, J., … Fos, E.B. (2005). The relationship between obsessive-compulsive and posttraumatic stress symptoms in clinical and non-clinical samples. Journal of Anxiety Disorders. 19, 127-136.

  • Lafleur, D.L., Petty, C., Mancuso, E., McCarthy, K., Biederman, J., Faro, A., Geller, D.A. (2011). Traumatic events and obsessive compulsive disorder in children and adolescents: is there a link? Journal of Anxiety Disordors, 25, 513-519.

  • Miller, M.L., & Brock, R.L. (2017). Disorders. The effect of trauma on the severity of obsessive-compulsivespectrum symptoms: a meta-analysis. Journal of Anxiety Disorders 47, 29-44.

  • Nacasch, N., Fostick, L., Zohar, J. (2011). High prevalence of obsessive-compulsive disorder among posttraumatic stress disorder patients. European Neuropsychopharmacology, 21, 876-879.

  • Ojserkis, R., Boisseau, C.L., Reddy, M.K., Mancebo, M.C., Eisen, J.L., Rasmussen, S.A. (2017). The impact of lifetime PTSD on the seven-year course and clinical characteristics of OCD. Psychiatry Research, 258, 78-82.

  • Park, S., Hong, J.P., Bae, J.N., Cho, S.J., Lee, D.W., Lee, J.Y., … Cho, M.J. (2014). Impact of childhood exposure to psychological trauma on the risk of psychiatric disorders and somatic discomfort: Single vs. multiple types of psychological trauma. Psychiatry Research, 219, 443-449.