Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Durven we de werkelijkheid onder ogen te zien?

Mariska van der Steege en Marjan de Lang
Er is professionele moed nodig om kritiek die we als sector te verduren krijgen onder ogen te zien. Mariska van der Steege en Marjan de Lange geven tips.
Jongeren, ouders en volwassenen die (in het verleden) met jeugdhulp en jeugdbescherming te maken kregen, uiten hun kritiek in allerlei media. Verschillende onderzoeken van zowel ervaringsdeskundigen als wetenschappers laten zien dat jongeren verder beschadigd raken in de gesloten jeugdzorg (Bhugwandass, 2024). En dat huiselijk geweld en kindermishandeling in gezinnen complex en hardnekkig is en lang niet altijd stopt met de inzet van hulp en dat kinderen en ouders die gebruikmaken van verblijf in de jeugdhulp met veel verschillende hulpverleners en hulpvormen te maken krijgen die vaker niet dan wel het gewenste resultaat hebben (De Jong-Speijk et al, 2022).
De reacties op deze kritiek vanuit de sector zijn veelvuldig en divers. Ze gaan van negeren, bagatelliseren van ervaringen van jongeren en ouders, goedpraten, kritiek geven op de toon waarmee iets gezegd wordt, de focus proberen te verleggen naar alle inspanningen en inzet van de hulpverleners tot moedeloosheid, boosheid en nog veel meer. In al deze typen reacties mist iets fundamenteels: de professionele moed om de werkelijkheid van onze sector onder ogen te zien. Er gaan dingen mis en kinderen en ouders lopen schade op, ook al is dat niet onze intentie.
We zeggen niet dat het makkelijk is om de moed op te brengen deze kritiek in de ogen te kijken. Ook wij moeten nog dagelijks moed verzamelen om ons eigen werk onder ogen te zien. We hebben jarenlang bij een landelijk kennisinstituut gewerkt aan handreikingen die hulpverleners in de praktijk niet verder hebben geholpen. We hebben bijgedragen aan de instrumentele en procedurele manier van werken die de jeugdzorg kenmerkt. We dachten oprecht dat de jeugdhulp daarvan beter werd… En we zijn niet de enigen. Veel medewerkers in de publieke dienstverlening hebben dit aan te kijken. Denk aan de Belastingdienst en uitkeringsinstanties die jarenlang teveel vanuit de blik ‘mogelijke fraudeurs’ naar burgers keken. Of leerkrachten in het onderwijs die meer stuurden op prestaties dan op ontwikkeling van kinderen.
We kiezen bewust voor de term professionele moed. Het gaat namelijk over durven, het lef hebben om te kijken naar wat niet goed was en te erkennen dat het niet goed was. En dat roept schaamte op. Zeker als het nodig is dat ervaringsdeskundigen daarin het voortouw nemen, omdat professionals hun mond dichthouden. Het vergt nogal wat om onder ogen te zien dat het effect van ons werk bij lange niet is wat we voor ogen hebben. Dat kinderen verder beschadigd raken in onze instellingen. Dat we soms lijnrecht tegenover ouders komen te staan en daarmee nooit tot de gewenste verandering komen. Dat niet alles in gezinnen oplosbaar is, hoe graag we dat ook willen. En hoe we dan uit machteloosheid grijpen naar drang en dwang, terwijl dat vrijwel nooit de oplossing is.

Tips om lef te tonen

Hoe gaan we dit als sector wel durven? Welke bijdrage kan ieder van ons hierin leveren? We kunnen je daar als lezer toe uitnodigen via deze column, maar lef is zeker niet iets wat af te dwingen is bij een ander. Toch helpen deze tips misschien.
• Laten we alle emoties die het huidige debat oproept aankijken. Emoties als verwarring, schaamte en boosheid verdwijnen niet door ze te negeren. En ook niet door ze te uiten naar de jongeren en ouders voor wie we werken. Zoek er een passend kanaal voor: je partner, je leidinggevende, je intervisiegroep of een getrainde professional die hiervoor betaald wordt. Laat ze dan toe in de mate die passend is en kijk wat ze je te zeggen hebben.
Tip: stop met denken dat het toch niet verandert
• Onderken je eigen verdedigingsmechanisme. In de literatuur over giftige communicatie in organisaties worden vier ‘ruiters’ onderscheiden: 1) verwijten, ofwel kritiek geven en anderen aanvallen, 2) verdedigen, jezelf vrijpleiten, je kan er niets aan doen, het ligt aan het systeem, 3) vermijden, uit de weg gaan, het gaat niet over mij, 4) verachten, minachting tonen, sarcasme, roddelen (Koetsenruijter en Van der Loo, 2023). Wij hebben nogal eens last van de derde: vermijden, berichten niet meer lezen en ‘gewoon aan het werk’.
• Doe innerlijk werk: blijf twijfelen en onderzoeken, denk niet dat je de wijsheid in pacht hebt, reflecteer en kom je fouten onder ogen, ken je eigen triggers en handel als deze weer opspelen en sta op tegen onrecht.
• Stop met denken dat het toch niet verandert. Zeker, systemen veranderen niet zomaar, maar het zijn toch de mensen die een systeem in stand houden. En je kunt morgen al iets anders doen in de contacten die je met mensen hebt. We snakken als samenleving naar meer menselijkheid in de hulpverlening en bij publieke diensten. Begin daar gewoon mee: stel vragen, wees geïnteresseerd en neem de ander serieus als mens, ook al spoort wat hij of zij zegt niet met wat jij denkt.
• En tot slot: doe je best beter te worden in het vak. Verdiep je in de vakkennis die er is, lees een richtlijn (ze hebben allemaal compacte werkkaarten), volg webinars en doe een opleiding, organiseer tegendenkers die je kritisch bevragen op je werk. Vraag om begeleiding of supervisie die van kwaliteit is en waarvan je echt iets leert. En vergeet niet je licht op te steken bij mensen die eerder hun nek hebben uitgestoken, zoals Jason Bhugwandass. Of bij Sophie Hospers, Mascha Struijk en andere collega’s die zich op allerlei manieren uitspraken.

Literatuur

  • Bhugwandass, Jason (2024). Eenzaam gesloten. Onderzoek naar de ervaringen van jongeren met ZIKOS. Download via expex.nl.
  • Koetsenruijter, Caroline en Hans van der Loo (2023). Giftig gedoe op de werkplek. Van agressief gedrag naar sociale veiligheid. Amsterdam: Boom.
  • Spijk-de Jonge M, de Lange M, Serra M, van der Steege M, Dijkshoorn P (2022). Betrek mij gewoon. Op zoek naar verbeterkansen voor de jeugdhulp in het casusonderzoek Ketenbreed Leren. Assen/Groningen: Accare.

Over de auteurs

• Drs. M.I. de Lange en drs. M. van der Steege zijn beide orthopedagoog en zelfstandig adviseur in de jeugdhulp.