Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Het meisje in de pauwenjurk

stoel
Van een schuchtere adolescente die zichzelf dik, dom en lelijk vond, veranderde Maja in een zelfbewuste jonge vrouw. Toch denkt behandelaar Maartje van Sonsbeek dat ze iets is vergeten.
Toen ik Maja voor het eerst in de wachtkamer ontmoette, zat ze voorovergebogen in een hoek. Ze gaf me schuchter een hand, maakte vluchtig oogcontact en liep mee alsof ze de wereld op haar schouders droeg. Als kind was ze vrolijk en zorgeloos, met positieve verwachtingen over de toekomst, vertelde ze. Door leeftijdgenoten en haar eerste vriendje was ze gaan geloven dat ze dik, dom en lelijk was. Voorheen verzorgde ze zichzelf goed. Ze maakte zich graag op, droeg uitbundig gekleurde kleding, had haar haar los. Nu zat ze, onopgemaakt en in donkere, wijd vallende kleding tegenover me. Maja wilde graag tevredener zijn over zichzelf en weer positiever naar de toekomst kijken.
We kozen voor een zelfbeeldtraining (COMET) en Maja ging fanatiek aan de slag. Ze bracht haar positieve eigenschappen in kaart, formuleerde een realistischer, positiever tegenbeeld en leerde dit te versterken met een positieve houding en positieve muziek. Haar nieuwe zelfbeeld testte ze in moeilijke situaties. Daarnaast verzamelde ze informatie van ouders en vrienden en ontdekte dat anderen haar lief, zorgzaam, betrokken, slim, attent, mooi en grappig vonden. Langzaamaan durfde Maja te gaan geloven in haar positieve zelfbeeld, en werd ze weer meer ‘zichzelf’.
Toen ik na een pauze van een paar weken naar de wachtkamer liep, moest ik goed kijken voor ik haar herkende. Midden in de wachtkamer zat een zorgvuldig opgemaakte jongedame in een opvallend gekleurde jurk met pauwenmotief. Ze stond lachend op en liep met rechte rug mee naar de spreekkamer. Tijdens de evaluatie vertelde Maja dat ze zichzelf had teruggevonden. Ze durfde positief naar de toekomst te kijken en voelde dat ze weer ergens bij hoorde. De behandeling kon worden beëindigd. Toen ik haar een paar jaar later nog eens ontmoette achter de kassa in een kledingwinkel en ze me herkende, straalde ze een en al zelfvertrouwen uit. ‘Ik ben er weer,’ zei ze, ‘en nu gaat deze ik niet meer weg’.
Maja popt nog regelmatig in mijn gedachten op. Ik ben tevreden en trots op het verloop van deze behandeling. Natuurlijk heeft Maja zelf het echte werk gedaan en verandering bereikt, waardoor de verandering ook kan beklijven. Ik heb geprobeerd haar te begrijpen, geholpen een andere weg te vinden en ondersteund om op die route te blijven. Maar ik ben iets belangrijks vergeten: ik had haar ouders en vrienden deelgenoot moeten maken van het proces. Hoe krachtig was het geweest als haar ouders, met mij erbij, hadden aangegeven hoe positief zij over hun dochter denken? En hoe mooi als Maja’s ouders vaker waren meegekomen om het proces te bekrachtigen en de resultaten samen te vieren? Ik ben weer uit Maja’s leven verdwenen, maar haar ouders en hopelijk ook haar vrienden blijven er deel van uitmaken. Ik had ze graag meer als een vangnet om Maja heen gezet, zodat zij haar kunnen blijven stimuleren en helpen, mocht het weer moeilijk worden. De behandeling van zelfbeeld is breder dan de cliënt zelf. Naasten daarbij betrekken, helpt de resultaten vergroten, niet alleen nu, maar ook voor later.