Wel of niet doen: samen met je baby in één bed slapen?

In de rubriek Frictie geven wisselende auteurs hun visie op een onderwerp dat discussie oproept, of kijken zij kritisch naar een misverstand of dilemma waar professionals in hun werk tegenaan lopen.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Verschillende media waarschuwden begin vorig jaar met klem: jonge ouders moesten beslist niet met samen met hun baby in een bed slapen. Het tv-programma Nieuwsuur en een aantal Nederlandse kranten pikten het bericht op dat afkomstig was uit Groot-Brittannië. Onderzoek daar had uitgewezen dat het per definitie levensgevaarlijk was om samen met je baby in hetzelfde bed te slapen.

Erg opzienbarend was het allemaal niet. De discussie over de meest geschikte slaapplaats voor een baby woedt tenslotte al een paar decennia. Aan de ene kant is er een groep die pleit voor samen slapen in het ouderlijk bed omdat dit natuurlijker zou zijn en de borstvoeding en gehechtheidsrelatie zou bevorderen. Lijnrecht daartegenover staat een groep die betoogt dat het voor de zelfstandigheid van het kind en de rust voor alle partijen het beste is om de baby alleen te laten slapen in een eigen bedje. Aanhangers van die theorie wijzen bovendien met regelmaat op de gevaren van je bed delen met je baby, zoals ook de Britse onderzoekers vorig jaar deden. Maar het advies om je baby niet bij je in bed te nemen kan levensgevaarlijk zijn, omdat het compleet afraden van samen slapen óók tot gevaarlijke situaties kan leiden. We gaan hieronder nader in op deze discussie en leggen uit waarom een sterk advies tegen samen slapen met de baby in het ouderlijk bed averechts kan werken.

In veel niet-westerse landen slapen ouders samen met de baby. Sterker nog, ouders in deze landen zijn verbijsterd als ze horen dat wij onze baby’s alleen en in een aparte kamer laten slapen. Ook in de westerse wereld was het tot in de 19e eeuw normaal dat baby’s bij de ouders in bed sliepen. Tegenwoordig wordt in westerse landen, zoals in Nederland en de Verenigde Staten, geadviseerd om baby’s tijdens de eerste zes maanden van hun leven in een eigen bed te laten slapen bij de ouders op de kamer. Daarnaast wordt afgeraden om de baby op hetzelfde oppervlak als de ouders te laten slapen, inclusief het ouderlijk bed, vanwege het risico op wiegendood. Als baby’s in het bed van de ouders slapen, zouden baby’s oververhit, bekneld of verstikt kunnen raken onder dekens en kussens, wat de kans op overlijden zou verveelvoudigen. Het onderscheid tussen het onverklaard overlijden van een baby (wiegendood) en overlijden door verstikking is lange tijd niet geregistreerd, wat het lastig maakt om na te gaan wat de precieze oorzaak van overlijden in veel gevallen is geweest (Moon, 2016).

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12454-019-0009-x/MediaObjects/12454_2019_9_Fig1_HTML.jpg
Illustratie: Jedi Noordegraaf

Samen slapen met de baby in het ouderlijk bed kan inderdaad gevaarlijk zijn. Tegelijkertijd laat wetenschappelijk onderzoek ook zien dat, wanneer baby’s overlijden bij het samen slapen met de ouders, dit bijna altijd gebeurt in combinatie met risicofactoren (Bartick & Smith, 2014). Het gaat dan om samen slapen als een ouder rookt (ook als dat niet in de slaapkamer plaatsvindt, of nog tijdens de zwangerschap), als een ouder alcohol heeft gedronken of drugs heeft gebruikt, als een ouder oververmoeid is, als een ouder overgewicht of obesitas heeft, als de ouders de baby flesvoeding geven, of als het samen slapen plaatsvindt met iemand anders dan de moeder (Moon, 2016). Baby’s die prematuur zijn geboren of met een laag geboortegewicht (< 2500 gram) lopen een groter risico op overlijden bij het slapen in het ouderlijk bed. Daarnaast vormt het bed zelf een risico wanneer de matras zacht is, als er zachte of dikke dekbedden zijn, zachte kussens, en kieren tussen het matras en het bed, of tussen het bed en de muur, waarin de baby bekneld kan raken (Carpenter e.a., 2013). Belangrijk is dat in afwezigheid van al deze risicofactoren niet is aangetoond dat samen slapen met de ouders in bed het risico op verstikking of wiegendood vergroot (Blair et al., 2014). In Japan, waar samen slapen de norm is, komt wiegendood bijvoorbeeld relatief weinig voor. Moeders roken nauwelijks en moeder en kind slapen samen op een futon, een stevig soort matras op de grond. Kinderen kunnen niet bekneld raken tussen matras en muur of bed of stikken in zachte dekbedden of kussens.

Averechts effect

Toch zou je kunnen zeggen: neem het zekere voor het onzekere en laat de baby in een eigen wieg in de kamer van de ouders slapen. De realiteit is echter, ook in Nederland, dat veel ouders wél met hun baby in een bed slapen, of dat nu is uit overtuiging of simpel- weg als oplossing voor slaaptekort (Mileva-Seitz e.a., 2017). Het compleet ontraden van samen slapen met de baby kan ervoor zorgen dat ouders ongerust worden, zich schuldig voelen of op zoek gaan naar oplossingen die de situatie uiteindelijk onbedoeld verergeren. Zo gaf 55 procent van bijna 5000 ondervraagde Amerikaanse moeders aan dat ze hun baby ’s nachts voedden op een (lig)stoel of bank, in een verwoede poging het bed te vermijden. Van deze groep gaf vervolgens 44 procent aan dat ze hierbij ook in slaap vielen (Kendall-Tackett e.a., 2010). Wetenschappers zijn het eens dat samen slapen op een (lig)stoel of bank een veel groter risico vormt (tot wel 18 keer groter) dan samen slapen in het bed van de ouders, omdat de baby klem kan raken, weg kan glijden of kan vallen (Blair, 2014; Moon, 2016). Daarmee wordt duidelijk dat het slechts en alleen benadrukken van risico’s ouders niet helpt om veilige keuzes te maken. Sterker nog, dit leidt vaak tot situaties die veel gevaarlijker zijn.

Bovendien is uit onderzoek gebleken dat borstvoedende moeders die angstvallig het bed proberen te vermijden, eerder kiezen om te stoppen met borstvoeding (Ball, 2003). Tegelijkertijd laat meer en meer onderzoek zien dat een van de belangrijkste risicofactoren van wiegendood het geven van kunstvoeding is. Zo laat een kosten-batenanalyse in de Verenigde Staten zien dat, wanneer meer moeders exclusief borstvoeding zouden geven, dit per jaar honderden gevallen van wiegendood zou voorkomen (Bartick & Reinhold, 2010). Er is zelfs onderzoek dat laat zien dat wanneer moeders borstvoeding geven en risicofactoren als drugs, roken en alcohol zijn uitgesloten, het delen van het bed juist beschermend kan werken tegen wiegendood (Bartick & Smith, 2014). Dit heeft er waarschijnlijk mee te maken dat borstvoedende moeders en hun baby’s anders slapen dan moeders die de baby kunstvoeding geven. Moeders die borstvoeding geven slapen bijvoorbeeld lichter en zijn zich meer bewust van de bewegingen en positie van hun baby. Tegelijkertijd ligt een baby die borstvoeding krijgt vaker op zijn rug of met het gezicht naar de moeder gericht en verkeert vaker in lichte slaap (zie o.a. Richard e.a., 1996). Het advies om het bed niet te delen, in het kader van preventie van wiegendood, zorgt er dus voor dat moeders eerder stoppen met borstvoeding, terwijl het geven van borstvoeding juist een belangrijke beschermende factor is tegen wiegendood.

Veilig samen slapen

Hoe kunnen we ouders dan wel goede voorlichting geven en tragedies voorkomen? Vanuit zowel de wetenschap als de praktijk klinkt meer en meer de roep om het advies over de slaapplaats van de baby aan te passen. De veiligste slaapplaats voor de baby blijft zijn eigen wiegje of ledikantje op de kamer van de ouders. Mochten ouders toch besluiten het bed te willen delen met hun baby, bijvoorbeeld omdat dit het geven van borstvoeding vergemakkelijkt, dan moeten de risico’s zoveel mogelijk worden beperkt. Unicef Groot-Brittannië heeft een handleiding opgesteld om ouders te informeren over veilig samen slapen (Unicef, 2016). Deze handleiding is recentelijk naar het Nederlands vertaald (Baby Friendly Nederland, 2018). In deze handleiding luidt het advies om de baby op de kamer van de ouders te laten slapen, in een eigen bed. Tegelijkertijd geeft deze handleiding goede voorlichting aan ouders die ervoor kiezen om samen met hun baby te slapen. Er wordt beschreven hoe ouders veilig met hun baby kunnen slapen, door onder andere roken, alcohol en drugs te vermijden, en erop te letten dat de baby (ook) in het ouderlijk bed niet op zijn buik, in de buurt van dekbedden of kussens of alleen te slapen wordt gelegd. Een andere optie is om de baby in een aanschuifbedje te laten slapen. Dit is een bedje dat met een open kant stevig bevestigd wordt aan het ouderlijk bed. Op deze manier is de baby dichtbij, maar slapen ouder en kind niet op hetzelfde oppervlak. Als de instructies voor het gebruik van het aanschuifbedje worden gevolgd, is dit een even veilige slaapplaats als een eigen ledikant (Moon, 2016). Een aanschuifbedje biedt bijvoorbeeld een oplossing voor ouders die borstvoeding geven; na het voeden kan de moeder de baby terugleggen in het aanschuifbedje en hoeft hiervoor zelf niet uit bed te stappen.

Het advies om baby’s nooit bij de ouders in bed te laten slapen schiet zijn doel voorbij. Het advies houdt namelijk geen rekening met de (gevaarlijke) vervolgstappen die ouders mogelijk nemen om toch ’s nachts hun baby te voeden of te troosten. Ouders zouden niet eenzijdig moeten worden geïnformeerd over de risico’s van samen slapen met de baby in hun bed, maar ook informatie moeten krijgen over veilig samen slapen. Deze informatie is van levensbelang.

Een korte versie van deze bijdrage is gepubliceerd door het Nederlands Instituut voor Psychologen (NIP), sectie Het Jonge Kind, en in Vakblad Vroeg.

Literatuur

Bartick, M., & Reinhold, A. (2010). The burden of suboptimal breastfeeding in the United States: A pediatric cost analysis. Pediatrics, 125, e1048-e1056.

Bartick, M., & Smith, L.J. (2014). Speaking Out on Safe Sleep: Evidence-Based Infant Sleep Recommendations. Breastfeeding Medicine, 9, 417-422.

Blair, P.S., Sidebotham, P., Pease, A., & Fleming, P.J. (2014). Bed-sharing in the absence of hazardous circumstances: Is there a risk of sudden infant death syndrome? An analysis from two case-control studies conducted in the UK. PLoS One, 9, 107799.

Carpenter, R.G., Irgens, L.M., Blair, P.S., et al. (2004). Sudden unexplained infant death in 20 regions in Europe: case control study. Lancet, 363, 185-191.

Carpenter, R.G., McGarvey, C.M., Mitchell, E., Tappin, D.M., Vennemann, M.M., Smuk, M., & Carpenter, J.R.. (2013). Bed sharing when parents do not smoke: is there a risk of SIDS? An individual level analysis of five major case-control studies. BMJ Open, 3, 002299.

Kendall-Tackett, K., Cong, Z., Hale, T. (2010). Mother-infant sleep locations and nighttime feeding behavior: U.S. data from the survey of mothers’ sleep and fatigue. Clinical Lactation, 1, 27-31.

Mileva-Seitz, V.R., Bakermans-Kranenburg, M.J., Battaini, C., & Luijk, M.P.C.M. (2017). Parent-child bedsharing: the good, the bad, and the burden of evidence. Sleep Medicine Reviews, 32, 4-27.

Moon, R. Y., & American Academy of Pediatrics Task Force on Sudden Infant Death Syndrome (2016). SIDS and other sleep-related infant deaths: Evidence base for 2016 updated recommendations for a safe infant sleeping environment. Pediatrics, 138(5), e20162940.

Richard, C., Mosko, S., McKenna, J., & Drummond, S. (1996). Sleeping position, orientation, and proximity in bedsharing infants and mothers. Sleep, 19, 685-690.

Unicef (2016). Unicef UK Baby Friendly Initiative: Caring for your baby at night – a guide for parents. Beschikbaar via www.​unicef.​org.​uk/​BabyFriendly.

Baby Friendly Nederland (2018). ’s Nachts voor je baby zorgen: Een richtlijn voor ouders. Beschikbaar via https://​www.​babyfriendlynede​rland.​nl/​voorlichtingsmat​eriaal.