Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Wanneer gaan we nu eens doen wat werkt?

We maken nog schrikbarend weinig gebruik van de beschikbare kennis over hulp die werkt. Terwijl die kennis goed en makkelijk toegankelijk is voor de professional.
Mariska van der Steege en Marjan de Lang
Een van de punten van de Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 is ‘Kwaliteit en blijvend leren’. Hiervoor heeft onder andere Bastiaanssen (2025) gekeken naar de beschikbare kennis vanuit interventies, richtlijnen en kennisdossiers over allerlei kind- en gezinsproblemen en over zorgvormen, zoals crisishulp of pleegzorg. We beschikken namelijk over redelijk veel kennis, zoals over wat werkt bij angst, gedragsproblemen of bij een sociale vaardigheidstraining.
Het benutten van die kennis in de praktijk, valt echter tegen. Bij slechts een tiende (!) van de problemen en zorgvormen benutten we veel kennis. Bij iets meer dan de helft van de problemen en zorgvormen wordt enige kennis benut en voor het overige (pakweg 30 procent) wordt geen kennis benut of weten we het niet. Daarvan kun je niet anders dan schrikken: kinderen, jongeren en hun ouders krijgen hulp waarvan we maar ten dele weten of het werkt, terwijl we beschikbare kennis links laten liggen. We zouden ons als sector kapot moeten schamen.
Nu zijn er allerlei argumenten om het bovenstaande terzijde te schuiven, zodat we wat minder last krijgen van ongemakkelijke gevoelens. Waar zijn die percentages bijvoorbeeld op gebaseerd, kloppen ze wel? De exacte verhoudingen vallen vast te bediscussiëren, maar in grote lijnen kloppen ze. Zo blijkt ook uit ander onderzoek dat kennis in de jeugdhulp nog te weinig benut wordt (Spijk-de Jonge et al., 2022) en geldt dit ook voor de aanpak van gedragsproblemen in het onderwijs (Steenweg, et al., 2025).
Een ander argument dat vaak wordt gebruikt om minder gewetensdruk te voelen bij de slechte benutting van kennis is het argument dat kennis over specifiek werkzame factoren (de kennis over problemen en zorgvormen) minder nodig is, omdat vooral de relatie of alliantie tussen professional en cliënt belangrijk is. Dat zou zeker 40 procent van het resultaat van de hulp bepalen en sommigen denken dat het zelfs om 80 procent gaat. Dan is al die overig beschikbare kennis toch niet zo vreselijk belangrijk.
Dat klopt maar ten dele. De alliantie doet er toe (Onstenk et al., 2023) en aandacht hiervoor is van groot belang. Maar als we denken dat dat voldoende is, doen we gezinnen te kort. Al in 2010 is onderbouwd dat benutting van zowel kennis over algemeen als specifiek werkzame factoren van belang is binnen de jeugdhulp om echt bij te dragen aan resultaat. Bovendien helpen specifiek werkzame factoren ook om die alliantie bewust en effectief vorm te geven (Van Yperen et al., 2010).
Nog een veelgehoord argument is dat we deze kennis niet moeten benutten, omdat die te protocollair zou zijn en professionals en gezinnen in een keurslijf propt. Dat werkt niet en ervaringsdeskundigen geven ook aan dat het niet helpt als professionals kennis toepassen zonder de mens te zien (Netwerk Beter Samen/ExpEx, 2025). Natuurlijk moet je deze kennis personaliseren en samen met jongeren en ouders nieuwsgierig blijven naar de vraag hoe de kennis die we hebben voor hen specifiek te benutten is. We willen tenslotte hulp die voor hen werkt. Dat vraagt voortdurend een gesprek met het gezin en nieuwsgierig blijven naar de vraag of het voor hen werkt wat je doet.
Ook zou het te kostbaar zijn om effectieve interventies in te zetten. Implementatie en borging van interventies kost zeker geld, omdat naast training blijvende bijscholing en supervisie van belang is om de zorg effectief uit te blijven voeren, en nieuwe ontwikkelingen mee te nemen in de borging. Maar de vraag is wat duurder is. De huidige zorg blijkt in bijna tweederde van de gevallen niet of nauwelijks tot resultaat te leiden (Weisz et al., 2019; Spijk-de Jonge et al., 2022), waardoor gezinnen steeds verder vastlopen in hun problemen en de zorg intensiever wordt. Jongeren die eindigen in intensieve 24-uursvormen en hun gezinnen doorlopen gemiddeld negen hulpvormen, waarvan tweederde niet of nauwelijks tot resultaat leidt. Dat lijkt ons vele malen kostbaarder, naast het leed dat dit gezinnen berokkent.
Tot slot horen we als tegenargument nog wel eens dat vernieuwing in de jeugdhulp moet aansluiten bij de leerbehoefte van de professional en diens autonomie zou moeten versterken. Het ‘opleggen’ van benutting van kennis over wat werkt sluit mogelijk niet aan bij die leerbehoefte en beperkt de professional in zijn autonomie. Een bijzonder argument, omdat het in de jeugdhulp in essentie niet draait om de behoefte en autonomie van de professional, maar om zo goed mogelijke hulp voor gezinnen. Professionaliteit vraagt om het werken met de bestaande body of knowledge en die weten toe te passen voor het specifieke gezin.

Hoe kan het dan wel?

Hoe gaan we er voor zorgen dat we doen wat werkt, zodat gezinnen zorg krijgen die hen helpt? Er zijn prachtige richtlijnen ontwikkeld voor de jeugdhulp door wetenschappers, professionals en ervaringsdeskundigen. Op de website richtlijnenjeugdhulp.nl staan verschillende tools die behulpzaam zijn bij de implementatie. Daarnaast kunnen gemeenten en zorgorganisaties de Databank Effectieve jeugdinterventies benutten. Zij kunnen het zorgaanbod checken op effectiviteit en de effectiviteit van jeugdhulp uitbreiden door implementatie van effectieve interventies middels opleiding en supervisie. Verder is er een Keuzehulp Jeugd en Gezin die de kennis bundelt voor professionals werkzaam in wijkteams, zodat zij deze direct kunnen benutten.
De kennis is er. De vertaling naar hulpmiddelen en interventies ook. Nu de toepassing nog. Dit vraagt van jeugdhulpprofessionals dat ze beschikbare kennis tot zich nemen en gepersonaliseerd toepassen. Dat is geen wens of vraag, dat is de basis van het vak! En het vraagt van management en bestuurders van organisaties dat ze dit faciliteren. Niet alleen beleden met de mond, maar hands on in de vorm van tijd, steun en de mogelijkheid te leren en reflecteren. Het vraagt van iedereen lef en sterk leiderschap om te gaan staan voor kennisgedreven jeugdhulp en te gaan doen wat werkt. Dat draagt bij aan het verbeteren van jeugdhulp, die ook betaalbaar blijft.

Referenties

Over de auteurs

Drs. M.I. de Lange en drs. M. van der Steege zijn beiden orthopedagoog en zelfstandig adviseur in de jeugdhulp.