Leren van casussen

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12454-019-0030-0/MediaObjects/12454_2019_30_Fig1_HTML.jpg
Marike Serra. Foto: Aleid Denier van der Gon

‘Leren van casussen’ is het buzz- woord in de Jeugdhulp. Je vindt het als speerpunt in vrijwel elk transformatieplan van iedere regio. We bespreken casuïstiek met elkaar, in expertteams, aan ontwikkeltafels of in reflectiebijeenkomsten en willen daarvan leren. Een mooie ambitie, want je kunt er inderdaad veel van leren: wat er mis ging, waar dat aan lag, wat er anders had gekund. En natuurlijk wat er goed ging en waarom.

In het artikel van Anja Holwerda lezen we hoe professionals samen met jeugdigen en ouders terugblikken op hoe hun zorgtraject is gelopen. Dat gebeurt op een systematische manier en met een goed getrainde voorzitter die het gesprek voorbereidt en begeleidt. Daardoor zijn deze gesprekken anders dan de gebruikelijke evaluaties tijdens of bij afsluiten van een diagnostiek- of behandeltraject. Ze leveren mooie inzichten op. Of het echt nieuwe inzichten zijn, dat vragen de onderzoekers zich af. En ook of er daadwerkelijk iets wordt geleerd van deze inzichten. Ik ben bij dit project betrokken, maar ook bij diverse andere initiatieven waar het leren van casussen centraal staat. En ik vraag me ook steeds vaker af: wordt er echt wel zoveel geleerd en wat leren we dan?

Levert al dat analyseren bijvoorbeeld echt nieuwe kennis op? Of moeten we vaststellen dat we best vaak dezelfde knelpunten zien? Bijvoorbeeld dat we als professionals onderling niet optimaal samenwerken, dat ouders en jeugdigen zich, ondanks goede bedoelingen, toch vaak ‘niet gehoord’ voelen. Dat we niet altijd werken met doelen die de doelen zijn van cliënten, geen goede integrale probleemanalyse maken en dat onvoldoende gebruik wordt gemaakt van werkzame interventies. De vraag stellen, is hem beantwoorden. Ja, ik denk dat het voor een deel gaat over dingen die we al weten. Als je professionals vraagt wat de werkzame principes zijn voor goede zorg, weten veel van hen wel hoe het zou moeten. Dat het in de praktijk niet lukt om die principes ten uitvoer te brengen, heeft nogal eens te maken met praktische hobbels zoals werkdruk, een te hoge caseload, te weinig tijd om goed samen te werken of wachttijden.

Voor een deel is de kennis er dus al, maar gaat het om het benutten en toepassen ervan. Maar we merken ook dat soms de kennis echt ontbreekt. Bijvoorbeeld over welke behandelingen mogelijk zijn. Als je wilt leren van casuïstiek, moet je je afvragen of het voldoende is om te leren van elkaar. Dat werkt alleen als er mensen aan tafel zitten met voldoende inhoudelijke deskundigheid. En zelfs dan kun je met elkaar tot de conclusie komen dat je op zoek moet naar meer of andere kennis. Weten wat je niet weet, dat is moeilijk, en soms zijn daar anderen voor nodig. Bijvoorbeeld in de rol van voorzitter of procesbegeleider.

Overal in de regio’s bestaan of ontstaan expertteams. Deze teams geven adviezen over vastgelopen trajecten of complexe zorgvragen. Daarnaast hebben veel teams (bijvoorbeeld in het kader van transformatieprogramma’s) ook de ambitie om hun ervaringen met casuïstiek te benutten om ervan te leren. Zij kunnen een belangrijke rol spelen bij het verspreiden van kennis. Maar dan zou het helpen als ze hun geleerde lessen goed monitoren, vastleggen en voldoende tijd en menskracht hebben om die lessen te vertalen in bijvoorbeeld best practices, refereerbijeenkomsten of opleidingsprogramma’s die ook voor anderen dan de direct betrokkenen toegankelijk zijn. Alleen dan kunnen expertteams wegens succes overbodig worden: als zij andere professionals leren beter met elkaar en met ouders samen te werken en snel effectievere hulp te bieden. Zo niet, dan verplaatsen we alleen maar problemen en hebben we over drie jaar weer een nieuw buzzwoord nodig.

Marike Serra, hoofdredacteur van Kind en Adolescent Praktijk, werkt als adviseur bij Accare Kinder- en Jeugdpsychiatrie.