Gezien en gelezen

Gezien en gelezen; de boeken 'Gehechtheid in de behandelkamer - Therapeutische interventies in beeld' en 'Ik kan het (niet)!'

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Gehechtheid in de behandelkamer – Therapeutische interventies in beeld

Meerdere auteurs, met een voorwoord van Marianne de Wolff, 2019
Uitgeverij SWP
ISBN 978 90 885 0873 8
152 bladzijden
Prijs: € 26,00

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12454-019-0025-x/MediaObjects/12454_2019_25_Fig1_HTML.jpg

In de klinische praktijk is veel vraag naar handvatten voor de behandeling van problematische gehechtheid, bij een gebrek aan richtlijnen en evidencebased interventies, vooral voor kinderen ouder dan zes jaar. Uitgeverij SWP is hierop ingesprongen door vertegenwoordigers van verschillende behandelmethodieken te vragen een hoofdstuk te schrijven over hun interventie. Het resultaat is Gehechtheid in de behandelkamer. Therapeutische interventies in beeld, een toegankelijk boek met een breed overzicht aan interventies, bruikbaar voor de praktijk vanwege de concrete voorbeelden. Het bevat vooral interventies die gehechtheidsproblematiek aanpakken via de ouders: ‘VIB-G’, ‘VIPP-SD’, ‘PIPA’, ‘Basic Trust’ en ‘Geweldloos verzet’.

De eerste vier werken voornamelijk met videofeedback, gecombineerd met psycho-educatie over gehechtheidsproblematiek en andere specifieke technieken, en zijn met name gericht op jongere kinderen. De methode ‘Geweldloos verzet’ lijkt wellicht een verrassende keuze; ik zie het als een goede aanvulling op de andere interventies om een beschadigde ouder-kindrelatie te herstellen, met name bij wat oudere kinderen. Verder worden twee interventies beschreven voor individuele behandeling, in dit geval van adolescenten: ‘MBT’ en ‘Sensorimotor Psychotherapie’. Beiden benadrukken het belang van de therapeutische relatie en hoe deze kan worden verdiept. Ten slotte komen twee ouder-kindinterventies aan bod: ‘Theraplay’ en ‘DDP’. Bij ‘Theraplay’ gaat het om het alsnog ervaren van eerder gemiste veilige hechtingsinteracties; eerst in de therapiesessies, daarna met generalisatie naar huis. Bij ‘DDP’ wordt gezamenlijk nieuwe betekenis gegeven aan moeilijke of pijnlijke ervaringen. Beide interventies hebben oog voor de gehechtheidsgeschiedenis van de ouder.

De hoofdstukken geven een goede indruk van wat de behandelvorm inhoudt, waardoor terugvallen op Google minder nodig is. Minpunt is dat er weinig samenhang is tussen de hoofdstukken en dat ze qua stijl en inhoud niet goed op elkaar aansluiten. Er is veel overlap; zo wordt in vrijwel elk hoofdstuk de gehechtheidstheorie kort beschreven. Het was logischer en prettiger leesbaar geweest als deze theorie, samen met de neurobiologische basis hiervan, in een algemene inleiding beschreven was. Ook qua aanpak is er veel overlap: in vrijwel elke interventie komt het belang van een positieve (ouder-kind)relatie naar voren, waarbij sprake is van sensitiviteit, regulatie, aanraking/voelen, ruimte voor mismatch and repair en begrenzing vanuit verbinding. Dit geldt eveneens voor de therapeutische basishouding van nieuwsgierig, empathisch, oordeelsvrij, validerend en accepterend zijn. Doordat verschillende taal wordt gebruikt, mis je als lezer gemakkelijk de overeenkomsten. Interpersoonlijke afstemming heet bij de één ‘synchronisatie’, bij de ander ‘spiegelen’ en weer een ander noemt het ‘betrokkenheid’. Ook de focus op mentale gehechtheidsrepresentaties, door de één ‘beperkende overtuigingen’ genoemd, door anderen ‘scripts’ of ‘intern werkmodel’, komt in vrijwel elke interventie terug. Deze overeenkomsten pleiten mijns inziens voor een integratieve visie op gehechtheidsproblematiek, waarin de verschillende referentiekaders gecombineerd worden. In die zin is dit boek hier een eerste aanzet toe: het biedt hulpverleners, die wellicht vooral vanuit één bepaald kader werken, een kennismaking met andere behandelkaders. Een meer geïntegreerd, overkoepelend boek zou een volgende stap kunnen zijn. Dat geldt helemaal als er ook aandacht is voor de indicatiestelling: wanneer kies je voor welke behandelvorm? Tot slot mis ik een aantal interventies in dit boek, zoals ‘Schematherapie’ en een beschrijving van ‘MBT-K’ naast MBT voor adolescenten. Tegelijkertijd besef ik dat een dergelijk overzicht nooit uitputtend kan zijn. Al met al biedt dit boek een vrij compleet up-to-date overzicht van interventies die zijn gericht op gehechtheidsproblemen die momenteel gangbaar zijn in de jeugd-GGZ, de jeugdhulpverlening en de jeugdgezondheidszorg, zoals het belooft op het cover.

Elsien Hofstra, klinisch psycholoog en psychotherapeut bij Youz/De Banjaard

Ik kan het (niet)!

Mary Karapetian Alvord en Anne MCGrath, 2018
Uitgeverij Hogrefe
ISBN 978 94 922 9725 9
112 bladzijden
Prijs: € 20,00

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12454-019-0025-x/MediaObjects/12454_2019_25_Fig3_HTML.jpg

Ik kan het (niet)! is een praktisch werkboek voor tieners, bedoeld om negatieve denkpatronen te doorbreken. Het boek heeft een overzichtelijke indeling waarbij negen denkpatronen worden uitgelegd en besproken aan de hand van een casus. Ook bevat het een schema om zelf in te vullen. Het boek is dus zowel inhoudelijk als praktisch van aard. Ik kan het (niet)! heeft duidelijk een cognitieve gedragstherapeutische inslag. Het is gebaseerd op het idee dat je gedachten van invloed zijn op je gevoelens en vervolgens op je gedrag. Oftewel: je gedachten bepalen hoe jij je voelt en hoe jij je gedraagt. Het boek is op tieners gericht, waarbij zeker moet worden aangestipt dat volwassenen er ook gebruik van kunnen maken.

De rode draad is dat je in actie moet komen om je negatieve gedachten te herstructureren. Dat wil zeggen: je eigen denkpatronen doorbreken om zo een fijner en prettiger leven te leiden. Dit vraagt doorzettingsvermogen, je moet daarvoor uit je vertrouwde manier van doen stappen. Dat betekent dus hard werken in een tijd waarin je als tiener al staat voor grote opgaven: omgaan met je puberende brein, keuzes maken op schoolgebied, je eigen plek zoeken in de maatschappij, meer los van je ouders, en relaties aangaan met leeftijdgenoten. In deze periode is het volgens de auteurs belangrijk om je gedachten onder woorden te brengen en te uiten. Zo kun je ervaren of je eigen denkpatroon klopt of juist een vervorming is van de werkelijkheid. Het advies is om altijd een ‘reality check’ te doen en niet overhaast een inschatting te geven van wat je denkt. Zo zul je ontdekken dat de focus van je gedachten bijna altijd ligt op de negatieve kant. Je zoekt de waarheid van je gedachten, waardoor je verder verwijderd raakt van de realiteit. Je verzandt in een situatie die alleen ten nadele van jezelf is.

Het werkboek noemt vier stappen om tot herstructurering te komen. Het is een strategie om een realistischer beeld te krijgen van jezelf en de ander. Dit is niet makkelijk en tegelijkertijd een uitdaging. In het boek onderzoek je welk denkpatroon bij jou past. Hierbij wordt een duidelijke uitleg gegeven en een richtlijn wat je aan dat denkpatroon kan veranderen. Ik ben blij dat er ook praktische tips worden gegeven, anders blijft het vooral een cognitieve aangelegenheid, terwijl het juist ook goed is om ‘uit je hoofd te komen’. Zo worden activiteiten genoemd, mindfulnessoefeningen, in gesprek gaan of praktische oefeningen. Inzoomen op een positieve ervaring, je focus verleggen op dat wat goed is gegaan, geeft je veel meer dan blijven hangen in een negatieve gedachte. Ook wordt gesproken over bonusvaardigheden, bijvoorbeeld door van perspectief te veranderen of in het hier-en-nu te blijven. Het zijn leermomenten en nieuwe vaardigheden die altijd kunnen helpen.

Durf jezelf toe te staan iets te verknallen, is daarnaast een belangrijke boodschap van dit boek. Durf eens iets anders te doen, lach om je eigen misplaatste gedachte en je zult merken dat je met meer compassie naar jezelf kunt kijken! Je zegt dan tegen jezelf: ‘Ik kan het!’

Adriënne Oomens is speltherapeut en supervisor