Denken is iets anders dan doen

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan

Bente van net tien jaar wordt met spoed door de huisarts aangemeld. Ze denkt zulke nare dingen dat ze bang is dat ze gek aan het worden is en ze heeft aangegeven dan liever dood te zijn. Gelukkig kan ze snel komen voor een intakegesprek. In de wachtkamer zit ze dicht tegen haar ouders aan.

Eenmaal in de gesprekskamer vertelt ze dat ze heel somber is. Samen met haar ouders leer ik van haar dat ze stemmen in haar hoofd heeft die erg nare dingen tegen haar zeggen. Ze aarzelt om te vertellen wat die stemmen zeggen. Ze is heel bang dat als ze vertelt wat de stemmen zeggen, ze het dan ook echt gaat doen. Ze barst in huilen uit, haar moeder huilt zachtjes mee en haar vader kijkt me vragend aan.

Om haar wat gerust te stellen vertel ik een verhaal over stemmen. Dat veel kinderen in hun hoofd een soort stem horen. Dat die stem vaak iets te maken heeft met je eigen gedachtes. Bente kijkt me aan. Je kunt allerlei dingen denken, sommige dingen zijn handig en leuk en sommige dingen zijn onhandig of zelfs heel raar. Gelukkig denk ik zelf vaak rare dingen en kan ik Bente en haar ouders dus enkele voorbeelden geven van dingen die ik wel eens denk, maar niet doe om geen problemen te krijgen. Zo kan ik best mijn laptop in de gracht gooien, denk ik als ik over de brug loop. Of mijn stuur heel hard omgooien om tegen een boom te rijden. Of, als er een scherp mes op tafel ligt, daarmee in mijn hand steken. Maar al die dingen doe ik niet. Er is zelfs een naam voor zulke gekke gedachtes: intrusies.

Bente is gestopt met huilen. Ik vraag haar ouders of zij ook wel eens zulke dingen denken. Haar moeder kijkt me wat verschrikt aan, maar haar vader moet grinniken. Hij zit inderdaad wel eens in de auto en denkt dan dat hij best in de vaart zou kunnen sturen. We komen er samen op dat die gedachte hem ook helpt om weer even goed op te letten op de weg. Het is een soort wonderlijk alarmsysteem.

Dan vertelt Bente wat haar stemmen zeggen. Ze willen dat ze haar zusjes pijn doet, dat ze ze bijvoorbeeld van de schommel duwt of een harde schop geeft. Bente moet weer huilen. “Iemand die zulke nare denken denkt is toch gek?” Dat veel mensen zulke dingen denken, verbaast haar heel erg. Dat wist ze niet. Bente en haar ouders gaan naar huis om over het gesprek en intrusies na te denken. Ze gaan als speurders van hun eigen leven op zoek naar welke wonderlijke gedachtes er de komende week voorbij komen.

Als ik Bente kom halen voor het tweede gesprek is ze aan het spelen met haar zusje, vader leest de krant. Ze huppelt door de gang. Het gaat eigenlijk heel goed met haar. Ze heeft nog wel gekke dingen gedacht, maar kan er nu om lachen. Ze weet dat het geen stemmen zijn maar gedachtes. En ze weet dat ze niet gek aan het worden is. Dat het heel normaal is om iets te denken. “Want denken is iets heel anders dan doen,” zegt ze lachend. Stralend loopt ze mijn kamer uit.