Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Beter omgaan met boosheid

Premium

De interventie ‘Meer Zelfcontrole Minder Boos’ wil kinderen met een licht verstandelijke beperking (LVB) en gedragsproblemen leren beter met boosheid om te gaan. Onderzoek moet uitwijzen hoe effectief deze interventie is.

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12454-021-0672-6/MediaObjects/12454_2021_672_Fig1_HTML.jpg
© MartaKlos/stock.adobe.com
Kinderen met een licht verstandelijke beperking (LVB) laten meer hardnekkige gedragsproblemen zien dan kinderen zonder zo’n beperking; denk aan agressief en opstandig gedrag. Het is belangrijk om deze kinderen, die een IQ tussen de 50 en 85 en beperkingen in het adaptieve functioneren hebben, tijdig een effectieve interventie aan te bieden. Voor deze doelgroep zijn echter maar weinig evidencebased programma’s voor handen. (Kok e.a., 2016). En conventionele interventies kunnen niet zomaar ingezet worden, vanwege de cognitieve beperkingen van kinderen met een LVB. Hieronder vallen een beperkte aandachtspanne, problemen in de executieve functies (bijvoorbeeld het werkgeheugen) en moeilijkheden met een ander perspectief innemen en abstract denken (De Wit e.a., 2012; Hronis e.a., 2017; Van den Boogaard e.a., 2020). Om interventies te laten aansluiten bij de mogelijkheden van kinderen met een LVB zijn aanpassingen cruciaal.
Voor kinderen tussen de negen en veertien jaar met een LVB en gedragsproblemen is de interventie ‘Meer Zelfcontrole Minder Boos’ ontwikkeld (Liber & De Boo, 2018). Deze interventie, die wordt aangeboden op school, richt zich op het verbeteren van de sociale informatieverwerking, emotieregulatie en het versterken van de sociaal (cognitieve) vaardigheden om zo de gedragsproblemen te verminderen. Geprobeerd is zo goed mogelijk aan te sluiten bij de specifieke mogelijkheden en behoeften van kinderen met een LVB. Zo wordt gebruikgemaakt van een zeer consequente structuur, waarbij het oefenen, herhalen en reproduceren van de interventie-inhoud centraal staat, en is het taalgebruik aangepast. De kinderen werken in kleine groepjes, waarbij per sessie steeds rekening wordt gehouden met hun aandachtspanne. Ten slotte is de inhoud zo concreet mogelijk gemaakt met praktische oefeningen, visuele ondersteuning van taal, en videoclips om de therapie-inhoud over te brengen. Halverwege de interventie bijvoorbeeld bekijken de kinderen de video ‘Vechten, vluchten of aanpakken’ om hen te leren gedragsalternatieven te generen (‘respons generatie’ uit de sociale informatieverwerkingstheorie; Crick & Dodge, 1994). Het filmpje laat drie gedragsalternatieven zien: één personage reageert op pesten door te vluchten, een ander door het probleem op een rustige manier aan te pakken en een derde door te vechten. De verschillende reacties worden met de kinderen besproken, waarbij het probleem op een rustige manier aanpakken als meest aantrekkelijke reactie eindigt. Het videofragment fungeert dus als
Premium

Wil je dit artikel lezen?

Neem Kind en Adolescent Praktijk een maand gratis op proef. Na een maand stopt het proefabonnement automatisch.


    Al abonnee? Log dan in